Als patiënt kunt u te maken krijgen met lastige
en ingrijpende keuzes rond leven en dood. Als aanvulling
of als voorbereiding op de gesprekken met uw
arts vindt de Commissie Ethiek het van belang dat
u goede voorlichting krijgt over de volgende
onderwerpen:
Niet-reanimeren
Stel dat u tijdens uw opname in het ziekenhuis een
harstilstand krijgt, dan wordt u altijd gereanimeerd. Alleen
als reanimeren medisch gezien zinloos is omdat het zeker
is dat u de reanimatie niet zou overleven, heeft uw arts het
recht te besluiten om u niet te reanimeren. Ook kunt u er
zelf voor kiezen om niet gereanimeerd te worden. Als u redenen hebt
om na een harstilstand geen reanimatie te willen, moet u dat
zelf bij uw arts ter sprake brengen. Ook moet u daarvan een
schriftelijke verklaring afleggen.
Palliatieve sedatie
Als u zo ernstig ziek bent dat u naar alle waarschijnlijkheid nog
maar heel kort zult leven en u hebt ondraaglijke klachten
(bijvoorbeeld hevige benauwdheidsklachten), dan kan gekozen worden
voor palliatieve sedatie. U krijgt dan medicijnen toegediend die uw
bewustzijn verlagen om zo uw lijden te verlichten. Vanaf het
moment dat gestart wordt met palliatieve sedatie, krijgt u ook geen
vocht of voeding meer.
Afzien van (verder) behandelen
Als u ongeneeslijk ziek bent en u hebt waarschijnlijk niet
lang meer te leven, dan kan uw arts (in overleg met u) van mening
zijn dat het medisch gezien zinloos is om te proberen uw leven met
kunst en vliegwerk zolang mogelijk te rekken. U kunt er ook
zelf voor kiezen om niet meer behandeld te willen worden. Voordat
uw arts aan deze wens tegemoet komt, moet hij wel eerst zeker weten
of het een weloverwogen keuze is. De beslissing om af te zien van
verdere behandeling houdt onder andere in dat u geen medicijnen
meer krijgt om u langer in leven te houden (dus bijvoorbeeld geen
antibiotica bij een longontsteking). Ook het kunstmatig toedienen
van vocht of voeding wordt stopgezet.
Als de medische behandeling stopt, wordt gestart met
palliatieve zorg. Dat wil zeggen dat alles in het
werk wordt gesteld om uw laatste levensfase zo goed en waardig
mogelijk te laten verlopen.
Euthanasie
Euthanasie houdt in dat uw arts op uw uitdrukkelijke
verzoek een einde maakt aan uw leven. Dit gebeurt door het
toedienen van middelen die direct de dood tot gevolg hebben. Als uw
arts op de hoogte is van uw verzoek om euthanasie, betekent dit
niet dat hij daaraan automatisch zijn medewerking
verleent. Euthanasie is alleen toegestaan als bij u sprake is van
uitzichtloos en ondraaglijk lijden dat op geen enkele andere
aanvaardbare manier kan worden verholpen. Het is aan uw arts
om na te gaan of dat in uw geval ook inderdaad zo
is. Voordat uw arts instemt met uw verzoek, zal hij altijd
eerst een andere arts raadplegen. Verder is een arts niet verplicht
om euthanasie uit te voeren als hij daarbij gewetensbezwaren heeft.
U mag in dat geval wel van uw arts verwachten dat deze in
overleg met u een collega benadert om het verzoek aan hem over te
dragen. Om uw wensen duidelijk te maken, is
het belangrijk dat u uw verzoek om euthanasie op
papier zet en tijdig met uw arts bespreekt.
Orgaan- en weefseldonatie
Overlijdt u in het ziekenhuis, dan stelt uw arts na uw
overlijden vast of u geschikt bent als donor. Als blijkt dat u in
principe donor kunt zijn, raadpleegt uw arts het Donorregister om
erachter te komen of daar geregistreerd staat wat uw wensen zijn
ten aanzien van donatie. Is vastgelegd dat u toestemming geeft voor
donatie? Dan informeert uw arts uw nabestaanden over uw beslissing
en wordt vervolgens de donatieprocedure gestart. Staat uw
beslissing om wel of geen donor te
zien niet geregistreerd, dan overlegt uw arts met uw
nabestaanden.
Meer informatie vindt u in de brochure
'Moeilijke keuzes rond leven en dood'.