Jannie
Patiënt
 

Moeilijke keuzes

Als patiënt kunt u te maken krijgen met lastige en ingrijpende keuzes rond leven en dood. Als aanvulling of als voorbereiding op de gesprekken met uw arts vindt de Commissie Ethiek het van belang dat u goede voorlichting krijgt over de volgende onderwerpen: 

Niet-reanimeren
Stel dat u tijdens uw opname in het ziekenhuis een harstilstand krijgt, dan wordt u altijd gereanimeerd. Alleen als reanimeren medisch gezien zinloos is omdat het zeker is dat u de reanimatie niet zou overleven, heeft uw arts het recht te besluiten om u niet te reanimeren. Ook kunt u er zelf voor kiezen om niet gereanimeerd te worden. Als u redenen hebt om na een harstilstand geen reanimatie te willen, moet u dat zelf bij uw arts ter sprake brengen. Ook moet u daarvan een schriftelijke verklaring afleggen.    

Palliatieve sedatie
Als u zo ernstig ziek bent dat u naar alle waarschijnlijkheid nog maar heel kort zult leven en u hebt ondraaglijke klachten (bijvoorbeeld hevige benauwdheidsklachten), dan kan gekozen worden voor palliatieve sedatie. U krijgt dan medicijnen toegediend die uw bewustzijn verlagen om zo uw lijden te verlichten. Vanaf het moment dat gestart wordt met palliatieve sedatie, krijgt u ook geen vocht of voeding meer.

Afzien van (verder) behandelen
Als u ongeneeslijk ziek bent en u hebt waarschijnlijk niet lang meer te leven, dan kan uw arts (in overleg met u) van mening zijn dat het medisch gezien zinloos is om te proberen uw leven met kunst en vliegwerk zolang mogelijk te rekken. U kunt er ook zelf voor kiezen om niet meer behandeld te willen worden. Voordat uw arts aan deze wens tegemoet komt, moet hij wel eerst zeker weten of het een weloverwogen keuze is. De beslissing om af te zien van verdere behandeling houdt onder andere in dat u geen medicijnen meer krijgt om u langer in leven te houden (dus bijvoorbeeld geen antibiotica bij een longontsteking). Ook het kunstmatig toedienen van vocht of voeding wordt stopgezet. 
Als de medische behandeling stopt, wordt gestart met palliatieve zorg. Dat wil zeggen dat  alles in het werk wordt gesteld om uw laatste levensfase zo goed en waardig mogelijk te laten verlopen.

Euthanasie
Euthanasie houdt in dat uw arts op uw uitdrukkelijke verzoek een einde maakt aan uw leven. Dit gebeurt door het toedienen van middelen die direct de dood tot gevolg hebben. Als uw arts op de hoogte is van uw verzoek om euthanasie, betekent dit niet dat hij daaraan automatisch zijn medewerking verleent. Euthanasie is alleen toegestaan als bij u sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden dat op geen enkele andere aanvaardbare manier kan worden verholpen. Het is aan uw arts om na te gaan of dat in uw geval ook inderdaad zo is. Voordat uw arts instemt met uw verzoek, zal hij altijd eerst een andere arts raadplegen. Verder is een arts niet verplicht om euthanasie uit te voeren als hij daarbij gewetensbezwaren heeft. U mag in dat geval wel van uw arts verwachten dat deze in overleg met u een collega benadert om het verzoek aan hem over te dragen. Om uw wensen duidelijk te maken, is het belangrijk dat u uw verzoek om euthanasie op papier zet en tijdig met uw arts bespreekt.  

Orgaan- en weefseldonatie
Overlijdt u in het ziekenhuis, dan stelt uw arts na uw overlijden vast of u geschikt bent als donor. Als blijkt dat u in principe donor kunt zijn, raadpleegt uw arts het Donorregister om erachter te komen of daar geregistreerd staat wat uw wensen zijn ten aanzien van donatie. Is vastgelegd dat u toestemming geeft voor donatie? Dan informeert uw arts uw nabestaanden over uw beslissing en wordt vervolgens de donatieprocedure gestart. Staat uw beslissing om wel of geen donor te zien niet geregistreerd, dan overlegt uw arts met uw nabestaanden.

Meer informatie vindt u in de brochure 'Moeilijke keuzes rond leven en dood'