Het WZA heeft in december 2011 het certificaat Zorg
voor Borstvoeding behaald van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)
en Unicef. Hiervoor hebben de kraam- en kinderafdeling van het
WZA de assessors van de stichting Zorg voor Borstvoeding
gedurende tenminste twee dagen op bezoek gehad. Hun onderzoek -
onder meer door middel van steekproefsgewijs afgenomen interviews
met moeders en medewerkers - had een positief resultaat. Elke drie
jaar vindt een herbeoordeling plaats door de stichting Zorg voor
Borstvoeding.
De WHO en UNICEF ontwikkelden Tien vuistregels voor het
welslagen van de borstvoeding. Om in aanmerking te komen voor
het certificaat moet het WZA ervoor zorgdragen:
- dat zij een borstvoedingsbeleid op papier hebben, dat standaard
bekend wordt gemaakt aan alle betrokken medewerkers.
- dat alle betrokken medewerkers de vaardigheden aanleren, die
noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid.
- dat alle zwangere vrouwen worden voorgelicht over de voordelen
en de praktijk van borstvoeding geven.
- dat moeders binnen een uur na de geboorte van hun kind worden
geholpen met borstvoeding geven.
- dat aan vrouwen wordt uitgelegd hoe ze hun baby moeten
aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs
als de baby van de moeder moet worden gescheiden.
- dat pasgeborenen geen andere voeding dan borstvoeding krijgen,
noch extra vocht, tenzij op medische indicatie.
- dat moeder en kind dag en nacht bij elkaar op een kamer mogen
blijven.
- dat borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd.
- dat aan pasgeborenen die borstvoeding krijgen geen speen of
fopspeen wordt gegeven.
- dat zij contacten onderhouden met andere instellingen en
disciplines over de begeleiding van borstvoeding en dat zij de
ouders verwijzen naar borstvoedingorganisaties.