Als uw baby veel huilt

Poliklinische begeleiding

In het kort

Als uw baby veel huilt, kan dat allerlei oorzaken hebben. Soms is er een lichamelijke oorzaak, maar meestal heeft het huilen met andere dingen te maken. U kunt zelf een aantal dingen doen om uw baby rustiger te maken en het huilen te verminderen. Een goed slaapritme en een goede afwisseling tussen meer en minder prikkels spelen daarbij een belangrijke rol.

Slaapcyclus

Baby’s hebben een eigen slaappatroon. Een baby slaapt vaak maar drie kwartier achter elkaar echt diep. Bij te vroeg geboren baby’s is dat nog korter. Daarna zijn ze vaak een minuut of tien wakker, soms jengelen ze even. Meestal slapen ze daarna vanzelf weer verder.

Baby’s zijn dus ’s nachts vaker wakker dan volwassenen. Het kan weken duren voor een baby wat langer achter elkaar gaat slapen.

Sommige baby’s vinden het lastig om na een slaapje opnieuw in slaap te vallen. U kunt uw baby helpen om in slaap te komen, maar het is ook belangrijk dat uw baby leert om zelf weer verder te slapen.

Slaapsignalen

Het beste kunt u uw baby in bed leggen zodra u merkt dat hij moe begint te worden. Over het algemeen is dat goed te zien. Duidelijke slaapsignalen zijn:

  • gapen
  • jengelen
  • druk doen
  • in de ogen wrijven of langs de oren
  • bleek worden of juist rode wangen of oren krijgen

Vaak is een baby van een paar weken alweer toe aan slaap als hij een uur op is geweest. Zeker als u hem hebt gevoed en verschoond en met hem hebt gespeeld. Gaat uw baby toch huilen als u hem in bed heeft gelegd, dan betekent dit meestal niet dat hij nog niet moe genoeg is. Alleen lukt het uw baby niet om meteen in slaap te vallen. Het heeft geen zin om uw baby een volgende keer expres langer op houden. Dit heeft meestal een averechts effect, omdat baby’s dan oververmoeid raken en nog moeilijker in slaap kunnen vallen.

Vicieuze cirkel

Als uw baby in bed ligt en huilt, hebt u waarschijnlijk de neiging om hem op te pakken en te troosten. Als uw baby dan weer rustig wordt en om zich heen gaat kijken, lijkt het alsof hij nog niet moe is maar dat is niet waar. Doordat hij weer helemaal wakker is en allemaal nieuwe prikkels te verwerken krijgt, wordt hij nog vermoeider. Als u uw baby daarna weer in bed ligt, gaat hij vaak opnieuw huilen en kost het extra moeite om in slaap te vallen. Als uw baby dan eindelijk slaapt, is het vaak korter dan normaal. Het kan dan gebeuren dat uw baby tijdens de eerstvolgende voeding in slaap valt en daardoor minder drinkt.

Zo komt u terecht in een vicieuze cirkel waarin uw baby kortere slaapjes heeft dan normaal, daardoor extra moe is en veel huilt, zodat het nog moeilijker wordt om in slaap te vallen. Het klinkt raar, maar hoe vermoeider een baby is, hoe moeilijker het slapen over het algemeen gaat.

Regelmaat

Door een bepaalde regelmaat aan te houden, maakt u het voor uw baby makkelijker om in slaap te vallen. Zo kunt u uw baby het beste in zijn bed leggen als hij slaperig wordt en niet op de arm houden of in de box laten liggen totdat hij slaapt. Als hij niet gewend is om in zijn bed in slaap te vallen, is de kans groot dat hij wakker wordt als u hem in zijn ‘echte’ bed legt.

Om uw baby rustig te krijgen helpt het ook om de dingen rond het naar bed gaan in een vaste volgorde te doen, zodat het een soort ritueel wordt. Bijvoorbeeld: verschonen, gordijnen dicht, in bed leggen en een muziekje aan.

Het is ook prettig voor uw baby en goed voor zijn slaap als de dagen ongeveer op dezelfde manier verlopen. Daarbij gaat het er niet om dat alles op precies dezelfde tijd gebeurt, maar wel dat de dingen in een vaste volgorde worden gedaan. Knuffelen en spelen kunt u bijvoorbeeld altijd het beste rondom de voedingen doen.

Ander ritme

Als u uw baby in een nieuw ritme wilt brengen, zal hij de eerste twee tot vijf dagen meer huilen. Na één of twee weken is uw baby waarschijnlijk helemaal gewend aan het nieuwe ritme. Blijf daarom volhouden en wees consequent. Als u de dingen steeds op dezelfde manier doet, leert uw baby sneller hoe het moet.

Minder prikkels

Uw baby heeft prikkels nodig om zich te kunnen ontwikkelen en om met een prettig moe gevoel te kunnen slapen. Wel is het belangrijk dat u op tijd begint met het afbouwen van de prikkels, zodat uw baby rustig is als u hem in bed ligt.

Minder prikkels betekent:

  • ook overdag niet te veel licht in de slaapkamer (eventueel dichte gordijnen)
  • geen harde geluiden
  • zachtjes praten
  • geen oogcontact
  • rustig in uw bewegingen en aanrakingen
  • de dingen doen zoals uw baby dat gewend is

Wat kunt u doen?

  • Zodra uw baby moe wordt, brengt u hem naar bed.
  • Na een aantal slaapjes is uw baby uitgerust en wil hij drinken en spelen. Het komt niet heel precies. Een half uur eerder of later is prima. Wel is het belangrijk dat het drinken, spelen, verschonen steeds in dezelfde volgorde gebeurt. Wat voor uw kind de beste volgorde is, hangt af van wat uw kind zelf prettig vindt. Probeer daar achter te komen door goed op uw baby te letten.
  • Na een uurtje begint uw baby vaak moe te worden en is het goed om voor rust te zorgen. Begin hier op tijd mee. Soms vindt een baby het fijn als u nog even aanrommelt als hij al in bed ligt. Dan hoort hij u nog wel, maar hoeft hij niet te reageren.
  • Als uw baby begint te huilen nadat hij in bed is gelegd, kunt u dat meestal het beste even aanzien. Hij leert dan om zelf in slaap te vallen. Wordt het huilen harder en langer, zonder onderbrekingen, troost uw baby dan, maar laat hem wel in bed liggen. U kunt bijvoorbeeld een hand op zijn hoofd of buik leggen of een speen geven. Pak uw baby alleen op als hij overstuur is, maar probeer wel te zorgen voor een rustige omgeving: blijf op zijn kamer en doe geen licht aan. Leg uw baby terug in zijn bed zodra hij weer kalm is..
  • Kijk goed wat er daarna gebeurt om te weten of u op de juiste manier hebt gehandeld. Wordt uw baby wakkerder in plaats van slaperiger en opnieuw erg onrustig, dan kunt u hem de volgende keer beter niet oppakken, maar laten liggen. En wordt uw baby snel overstuur als u hem even laat huilen, dan kan het beter zijn om sneller in te grijpen.
  • Als uw baby na een slaapje wakker wordt maar het is nog geen tijd voor een voeding, laat hem dan eerst nog even in bed en probeer hem verder te laten slapen. Als dat niet lukt, kunt u hem alsnog uit bed halen. Zodra uw baby laat zien dat hij slaperig wordt, brengt u hem weer naar bed.
  • Bent u van plan om met uw baby de deur uit te gaan, leg hem dan bij de eerste slaapsignalen alvast in de wandelwagen en zet deze op een rustige plek in huis. Zo stoort u hem niet in zijn slaap.
  • Probeer in te spelen op wat uw baby fijn vindt. Ook als het daardoor wat eerder of later wordt en ook als de volgorde waarin u de dingen doet, daardoor verandert. Zo wil uw baby op een gegeven moment bij het wakker worden misschien liever niet meteen drinken, maar eerst even spelen.
  • ’s Avonds hebben veel baby’s een ‘huiluurtje’. Dit duurt soms wel een paar uur. Dat is heel normaal en een manier om de prikkels en ervaringen van die dag te verwerken. Ook kan uw baby dan meer last hebben van darmkrampjes. Als het niet helpt om uw baby in bed te troosten, kunt u hem een tijdje bij u houden en proberen voor wat ontspanning te zorgen.

Contact met uw baby

Als uw baby na lang huilen ‘eindelijk stil’ is maar nog wel wakker, bent u waarschijnlijk geneigd om hem met rust te laten in de hoop dat hij dan gaat slapen. Toch kunt u zulke momenten juist gebruiken om op een rustige manier prettig contact te maken met uw baby. Als het helemaal stil is, kan uw baby daar bovendien een onveilig gevoel door krijgen.

Zolang uw baby nog aan het huilen is, kan het fijn zijn voor uw baby als u wat met hem praat. Vertel hem maar wat u gaat doen, dat u hem begrijpt en hem wilt helpen.

Verdere adviezen

Huildagboekje

Om een goed beeld te krijgen van het huilen van uw baby, kan het handig zijn om een tijdje een dagboekje bij te houden. Daarmee kunt u makkelijker patronen ontdekken: wanneer huilt uw baby, wat doet u dan en helpt dat? Het dagboekje kunt u krijgen op de polikliniek Kindergeneeskunde.

Inbakeren

Soms houden baby’s zichzelf wakker door veel (met hun armpjes) te bewegen. Om uw baby wat rust te geven, kan het helpen om uw baby in te bakeren. Er zijn speciale inbakerdoeken of inbakerzakken te koop. Samen met een verpleegkundige kunt u kijken wat het beste bij uw baby past. Meer informatie vindt u op: www.veiligheid.nl/kinderveiligheid/slapen/beddengoed/inbakeren.

Inbakeren is altijd maar een tijdelijke oplossing. Het kan helpen om een verkeerd patroon te doorbreken. Om veiligheidsredenen is het in ieder geval nodig om het inbakeren af te bouwen als uw baby een maand of vier is. Uw baby kan vanaf dat moment op zijn buik draaien, maar kan niet (goed) terugdraaien als hij is ingebakerd.

Ontspannen houding

Baby’s die veel huilen, spannen hun lijfje vaak te veel aan. Dit heet ‘overstrekken’. Hierdoor is het nog moeilijker om in slaap te vallen. Om uw baby ontspanning te geven, kunt u verschillende dingen doen.

De zorg voor uw baby kost energie. Zeker als uw baby veel huilt. Het is dan belangrijk dat u regelmatig even tijd voor uzelf hebt. Als u voldoende rust krijgt, is dat ook goed voor uw baby. U bent dan beter in staat om de dingen te doen die helpen om uw baby beter te laten slapen en het huilen te verminderen.

Een opname

Als het u niet lukt om uw baby rustiger te maken en minder huilerig, kunt u, in overleg met de kinderarts, kiezen voor een korte opname van uw baby in het ziekenhuis.

Observeren

Door uw baby heel precies te observeren, proberen verpleegkundigen en pedagogisch medewerkers erachter te komen wat de oorzaak is van het gedrag van uw baby en wat de beste manier is om uw baby tot rust te brengen.

Als hulpmiddel bij het observeren worden vaak video-opnamen gemaakt. Dit gebeurt door een speciaal daarvoor opgeleide verpleegkundige of pedagogisch medewerker. Het gaat om opnamen van momenten waarop u contact hebt met uw baby, zoals tijdens de verzorging of spelen met uw baby. De opnamen worden met u besproken. Zo kunt u zien hoe uw baby op u reageert en omgekeerd en leert u de signalen herkennen die uw baby afgeeft en wat hij nodig heeft om goed te kunnen slapen. (Meer informatie vindt u in de WZA-folder ‘Video-interactiebegeleiding bij baby’s).

Zelf thuis slapen

Meestal wordt afgesproken dat u tijdens de opname (een deel van de tijd) thuis slaapt. U kunt dan tot rust komen en op de kinderafdeling leert men uw baby sneller kennen.

Duur van de opname

Het is van tevoren niet te zeggen hoe lang een opname gaat duren. In principe gaat uw baby pas weer naar huis als hij rustiger is en minder huilt. Ook is het van belang dat u zelf uitgerust genoeg bent om thuis weer voor uw baby te gaan zorgen. De kinderarts bepaalt in overleg met u wat een geschikt moment is om uw baby mee naar huis te nemen.