Darmkanker

Een operatie bij dikkedarmkanker of endeldarmkanker

  • Specialisme of afdeling Darmchirurgie Stomapoli
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
  • Wachttijd
    3 weken

In het kort

Als duidelijk is dat u dikkedarmkanker of endeldarmkanker hebt, onderzoeken we hoe ver de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn. Bijna altijd is een operatie nodig. Soms krijgt u chemotherapie of radiotherapie. Bij operaties aan de endeldarm is er een kans dat u een stoma krijgt. Voor een goed herstel na de operatie werken wij volgens de ERAS-methode (goede pijnbestrijding en zo snel mogelijk weer beginnen met bewegen en eten en drinken).

Onderzoeken

Als is vastgesteld dat u dikkedarmkanker hebt of endeldarmkanker (de endeldarm is het laatste stuk van de dikke darm), krijgt u meestal nog een aantal onderzoeken om een preciezer beeld te krijgen van de tumor. Het kan gaan om: een coloscopie (als u dit onderzoek nog niet hebt gehad), een echo-onderzoek van de lever, een röntgenfoto van de longen, een CT-scan van de longen en de buik of een MRI-scan van het bekken.

De specialisten van het WZA bespreken de uitslagen van de onderzoeken met specialisten van het UMCG en Martini Ziekenhuis. Aan het overleg nemen deel: een darmchirurg, een internist-oncoloog, een verpleegkundig specialist, een radioloog, een radiotherapeut en een patholoog (een arts gespecialiseerd in weefselonderzoek). Zij bekijken wat in uw geval de beste behandeling is. Vervolgens hebt u een gesprek met een darmchirurg van het WZA (soms een internist-oncoloog) over de uitslag en worden er afspraken gemaakt over de behandeling.

  • In de meeste gevallen is een operatie de beste keuze.
  • Bij een tumor in de endeldarm kan het nodig zijn dat u vóór de operatie radiotherapie (bestraling) krijgt, eventueel in combinatie met chemotherapie.

Voorbereiding thuis

Goede conditie

Het is belangrijk dat u in zo goed mogelijke conditie aan de operatie begint.

  • Houd uw gewicht in de gaten door uzelf van tijd tot tijd te wegen. Een gezond gewicht draagt bij aan een beter herstel na de operatie.
  • Het is goed om regelmatig te wandelen.
  • Als u rookt, probeer dan een paar weken voor de operatie te stoppen. 

Eten, drinken en laxeren

Dag vóór de operatie

  • Gebruik géén alcohol.
  • Drink anderhalve liter heldere vloeistof zoals water, thee, koffie, frisdrank, heldere vruchtensap of bouillon.
  • Drink ook 800 ml limonade. Het is handig om de limonade in één keer te maken: 140 ml siroop en 660 ml water. U kunt Roosvicee gebruiken of ranja.
  • Eventuele medicijnen kunt u zo nodig innemen met een slokje water.
  • Wordt u geopereerd aan het laatste stuk van uw darm? 
    • Neem een laxeermiddel:

                dosis 1 zakje opgelost in 500 ml water, in 1 uur opdrinken     
                dosis 2 (zakje A+B) opgelost in 500 ml water, in 1 uur opdrinken

    • Eet vanaf 14.00 uur alléén nog maar vloeibaar (zoals vla, yoghurt en bouillon)

Dag van de operatie

  • U mag niets eten vanaf 24.00 uur de avond voor de operatie tot aan de operatie.
  • Drink bij het opstaan of het ontbijt (tot twee uur voor de opname) 400 ml limonade: 70 ml siroop (Roosvicee) en 330 ml water. 
  • Eventuele medicijnen kunt u zo nodig innemen met een slokje water.

Hulp thuis na de operatie

De eerste dagen na de operatie moet u het kalm aan doen. Daarom raden we u aan vóór uw opname af te spreken dat iemand (uw partner, een familielid of vriend) u komt helpen. 

Voorbereiding in het ziekenhuis

Slaaptablet of kalmeringstablet

Als u erg zenuwachtig bent voor de operatie, kunt u een slaaptablet of kalmeringstablet krijgen, maar dit gebeurt niet standaard. Het kan alleen als u eraan gewend bent om deze tabletten te gebruiken. Anders is de kans groot dat u na de operatie erg suf bent en daardoor meer moeite hebt met eten, drinken en bewegen.

Infuus

Vlak voor de operatie krijgt u een infuus in uw arm, zodat u voldoende vocht binnenkrijgt. Het infuus wordt afgekoppeld op de uitslaapkamer, het infuusnaaldje blijft zitten tot de volgende dag.

De operatie

Verdoving

De operatie vindt plaats onder narcose (volledige verdoving). Tijdens de operatie bent u dan buiten bewustzijn.

Op de preoperatieve poli krijgt u van de anesthesioloog uitleg over de verdoving.

 

De operatie

De darmchirurg verwijdert de tumor en het weefsel eromheen. Ook dichtbijgelegen lymfeklieren, lymfevaten en bloedvaten worden weggehaald, zodat er minder kans is dat er kankercellen achterblijven. Het weggehaalde weefsel wordt onderzocht op een laboratorium.

Een stoma

Bij een operatie aan de endeldarm is er een kans dat u (tijdelijk of voor altijd) een stoma krijgt. Dit is een opening in de buikwand waardoor de ontlasting naar buiten kan.

Komt u in aanmerking voor een stoma, dan bespreekt de darmchirurg of verpleegkundig specialist dit voor de operatie met u. 

Na de operatie

Pijnbestrijding

Om na de operatie snel te kunnen herstellen, is goede pijnbestrijding belangrijk. Tijdens de operatie krijgt u een katheter (slangetje) in uw buik waardoor u na de operatie pijnstillende middelen kunt krijgen. Op deze manier kan de pijn heel gericht kan worden bestreden, precies in het gebied waar u geopereerd bent. Ook krijgt u vier maal per dag paracetamol. Tijdens uw opname contoleren we regelmatig of u voldoende pijnstillers krijgt. Zo nodig kunt u dan nog extra pijnstillers krijgen. U blijft paracetamol gebruiken totdat u weer naar huis gaat. Ook als u geen pijn voelt, is het toch belangrijk om de tabletten paracetamol in de voorgeschreven dosis in te nemen.

Eten en drinken

Als u na de operatie terugkomt op de verpleegafdeling, is het de bedoeling dat u meteen begint met drinken. Het liefst een halve liter of meer. Alleen als u misselijk bent, hoeft u niet te drinken. Uit voorzorg krijgt u aan het einde van de operatie een middel tegen misselijkheid. U mag na de operatie ook weer normaal eten.

Bewegen na de operatie

Na de operatie moet u zo snel mogelijk weer gaan bewegen. U krijgt dan veel minder snel trombose, uw spierkracht gaat minder achteruit en u ademt ook beter door. Door een betere ademhaling hebt u minder snel een luchtweginfectie en de operatiewond geneest sneller. De dag van de operatie kunt u al op de rand van uw bed zitten en als het lukt, mag u in een stoel zitten en rondlopen. Het bewegen wordt per dag uitgebreid. De eerste keren dat u uit bed gaat, krijgt u begeleiding van een verpleegkundige of een fysiotherapeut.

Plassen

Er wordt regelmatig gecontroleerd of u goed kunt plassen na de operatie.

Laxeermiddelen na de operatie

Als het nodig is, krijgt u na de operatie een laxeermiddel om de darmwerking te bevorderen.

Naar huis

Waarschijnlijk kunt u de tweede of derde dag na de operatie weer naar huis. Als u thuiszorg nodig hebt, komt er tijdens uw opname een transferverpleegkundige bij u langs om dit met u te regelen.

 

 

Chemotherapie bij dikkedarmkanker

Het is mogelijk dat u na een operatie aan de dikke darm nog chemotherapie krijgt. Dit hangt af van de uitkomsten van het weefselonderzoek. De specialisten van het WZA bespreken de uitkomsten van het weefselonderzoek met specialisten van het UMCG en Martini Ziekenhuis.

Als chemotherapie nodig is, komt u daarvoor onder behandeling bij een internist-oncoloog.

Uitslag weefselonderzoek

Soms komt de darmchirurg of verpleegkundig specialist nog tijdens uw opname bij u langs om de uitslag van het weefselonderzoek met u te bespreken. Anders gebeurt dit tijdens uw afspraak op de polikliniek Chirurgie, ongeveer tien dagen na de operatie.

Weer thuis

Telefonische controle

Kort na uw ontslag uit het ziekenhuis belt de verpleegkundig specialist u thuis op om te horen hoe het met u gaat.

Rustig aan

De eerste dagen thuis moet u het rustig aan doen. Het is dan prettig als u iemand bij u hebt die voor u kan zorgen.

Contact opnemen

Neem contact op met het ziekenhuis:

  • als u meer dan 38,5° koorts hebt. Neem iedere ochtend en avond uw temperatuur op, totdat u voor controle naar de chirurg gaat
  • als u plotseling buikpijn hebt
  • als u geen zin hebt in eten en drinken
  • als u moet overgeven
  • als de operatiewond open gaat of als u veel vocht verliest uit de wond

U kunt de gespecialiseerd verpleegkundigen darmchirurgie/ stomaverpleegkundigen bellen. Zij zijn bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 8.00 en 16.00 uur op telefoonnummer (0592) 32 55 49. Buiten deze tijden kunt u bellen naar verpleegafdeling B2, telefoonnummer (0592) 32 55 32.

Controleafspraken

Ongeveer tien dagen na uw operatie hebt u een afspraak op de polikliniek Chirurgie. De darmchirurg bespreekt dan de uitslag van het weefselonderzoek met u. U hoort dan of u voor chemotherapie in aanmerking komt. Ook worden de hechtingen verwijderd. 

Controleperiode

In het algemeen blijft u na een operatie van de dikke darm of endeldarm vijf jaar onder controle. Het eerste jaar bij de darmchirurg en daarna vijf jaar bij de verpleegkundig specialist. Na twee of drie jaar wordt er altijd een darmonderzoek (coloscopie) gedaan. Vaak vinden er in de controleperiode ook nog andere onderzoeken plaats zoals een echo van de lever en bloedonderzoek.

Vragen?

In de periode van onderzoek en behandeling komen er misschien allerlei vragen bij u op.

  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij-app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen 3 werkdagen. Let op: u kunt pas een appje sturen als een medewerker van de polikliniek in de BeterDichtbij-app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt uw vraag stellen via MijnWZA (uw digitale dossier). U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen 3 werkdagen.
  • U kunt bellen naar de polikliniek Chirurgie. Deze is te bereiken op telefoonnummer (0592) 32 52 10, van maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 en 16.30 uur.

Is het dringend?

Hebt u een dringende vraag, dan is het altijd het beste om te bellen! 

  • mw. H. Bouwman, verpleegkundig specialist, (0592) 32 57 50
  • gespecialiseerd verpleegkundigen/stomaverpleegkundigen, (0592) 32 55 49
  • algemene nummer van de polikliniek Chirurgie, (0592) 32 52 10

 

chiru35 - september 2020