Dotteren en stent bij vernauwde beenslagader

  • Specialisme of afdeling Radiologie
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
  • Wachttijd
    Informeer bij de polikliniek

In het kort

Om te weten of er een vernauwing zit in een bloedvat in uw been, worden er met een DSA röntgenopnamen gemaakt van de bloedvaten. Als er een vernauwing is, wordt eerst geprobeerd om het  bloedvat op te rekken met een dotterballon. Soms helpt dat niet voldoende en is het nodig om een stent te plaatsen. Na afloop houdt u een paar uur bedrust. Soms is het nodig dat u een nacht in het ziekenhuis blijft.

Voorbereiding

Contrastvloeistof

Om de bloedvaten goed te kunnen zien, krijgt u tijdens de behandeling contrastvloeistof in uw lies.

  • Als u eerder allergisch hebt gereageerd op contrastvloeistof, is het belangrijk dat u dit laat weten aan de vaatchirurg.
  • Soms heeft contrastvloeistof een schadelijke invloed op de werking van de nieren. Als u tot een risicogroep behoort, wordt een afspraak met u gemaakt bij een internist. Deze bespreekt met u welke maatregelen er nodig zijn om schade aan de nieren zoveel mogelijk te beperken.

Stoppen met bloedverdunners

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, kan het nodig zijn dat u daar een aantal dagen voor de behandeling mee stopt of dat u er minder van gebruikt. Eventuele andere medicijnen kunt u gewoon doorgebruiken, tenzij de vaatchirurg iets anders met u afspreekt.

Eten en drinken

Een paar uur van tevoren mag u niets meer eten of drinken. In de afspraakbrief die u krijgt, staat vanaf welk tijdstip dit geldt.

Sieraden afdoen

Eventuele sieraden (horloges, ringen, armbanden of oorbellen) kunt u beter thuis afdoen.

Vervoer regelen

Als u weer naar huis gaat, kunt u niet zelf autorijden.

De behandeling

Na aankomst in het ziekenhuis meldt u zich bij de afdeling Opname. Daarna gaat u naar een verpleegafdeling.

Om infecties te voorkomen, scheert een verpleegkundige uw liezen. 

Voorbereiding

Vanaf de verpleegafdeling gaat u naar de afdeling Radiologie. Daar wordt u aangesloten op apparatuur om de bloeddruk, hartslag en de hoeveelheid zuurstof in uw bloed te controleren. Ook worden uw liezen gedesinfecteerd en krijgt u een steriel laken over u heen.

Een DSA

In een van beide liezen krijgt u een verdovingsinjectie. Daarna prikt de radioloog (een gespecialiseerde interventieradioloog) in de verdoofde lies de slagader aan en brengt door het gaatje in de slagader een hol buisje naar binnen. Door dit buisje gaat een katheter naar binnen. Via de katheter krijgt u contrastvloeistof in de bloedvaten, zodat te zien is waar de vernauwing zit. Door de contrastvloeistof kunt u in uw hele lichaam een warm gevoel krijgen.

Een dotter­behandeling

Als blijkt dat in een van de bloedvaten een vernauwing zit, probeert de radioloog om het vernauwde bloed­vat op te rekken met een dotterballon. De ballon wordt met een katheter in het bloedvat geschoven tot de plaats van de vernauwing en vervolgens op­geblazen. Het opblazen van de ballon kan pijn doen. Wanneer het bloedvat wijd genoeg is, wordt de ballon met de katheter weer naar buiten geschoven.

Een stent

Als het dotteren niet genoeg effect heeft, kan de radioloog op de plek van de vernauwing een stent plaatsen (een buisje van edelmetaal). Een stent geeft steun aan de wanden van het bloedvat en zorgt ervoor dat de wanden na het dotteren niet terugveren.

Na de behandeling

Na afloop wordt het gaatje in de lies dichtgemaakt waarlangs de katheter naar binnen is gebracht. Dit kan op twee manieren: met een drukverband of met een plugje (angioseal). De radioloog kijkt wat in uw geval het beste is.

Een drukverband

De radioloog houdt het gaatje in de lies ten minste tien minuten dichtgedrukt. Daarna krijgt u op de plaats van het gaatje een drukverband en gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Op de verpleegafdeling blijft u zes uur in bed. De eerste twee uur ligt u plat op uw rug, terwijl u uw been aan de gedotterde kant gestrekt houdt. Wanneer u moet hoesten of niezen, is het belangrijk dat u met uw hand licht op de pleister drukt in uw lies.

U blijft één nacht in het ziekenhuis. De volgende ochtend wordt het drukverband verwijderd. 

Een angioseal (plugje)

Om het gaatje in de lies af te dichten, kan ook een angioseal, een soort plugje, worden gebruikt. Dit heeft als voordeel dat het niet nodig is om het gaatje eerst met de hand dicht te drukken. Bovendien is de kans op een nabloeding kleiner. Na het plaatsen van de angioseal gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Op de verpleegafdeling blijft u vier uur in bed. De eerste twee uur ligt u plat op uw rug, terwijl u uw been aan de gedotterde kant gestrekt houdt. Wanneer u moet hoesten of niezen, is het belangrijk dat u met uw hand licht op de pleister drukt in uw lies.  De arts op de verpleegafdeling overlegt met u wanneer u weer naar huis kunt. Meestal kan dat dezelfde dag nog, maar soms is het beter als u een nacht blijft.

Uitslag

De radioloog brengt na de behandeling verslag uit aan de vaatchirurg. Bij uw eerstvolgende bezoek aan de vaatchirurg zal deze de uitslag met u bespreken.

Adviezen

  • Om de contrastvloeistof zo snel mogelijk uit te plassen, is het belangrijk dat u na afloop veel water drinkt.
  • De eerste vier dagen mag u niet zwaarder tillen dan 5 kilo. Ook mag u tijdens de stoelgang niet persen.
  • U kunt gewoon douchen. Om infecties te voorkomen, kunt u pas in bad als de huid van de lies is genezen. Dit duurt drie of vier dagen. 
  • De pleister in uw lies kunt u na een dag weghalen. Maak de huid daarna schoon met water en milde zeep en droog de huid voorzichtig. Als de huid nog niet helemaal is genezen, breng dan een nieuwe pleister aan.
  • De angioseal lost binnen drie maanden vanzelf op.
  • Het been waar de katheter is ingebracht, kan na de operatie dik worden, doordat het plotseling weer doorbloed raakt. Het kan drie maanden tot een jaar duren, voordat het been weer zijn normale omvang heeft.
  • U krijgt bij uw vertrek uit het ziekenhuis een kaartje waarop staat dat u een angioseal hebt. Het is belangrijk dat u het kaartje drie maanden bij u draagt en laat zien als u bij een eventueel volgend ziekenhuisbezoek opnieuw in uw lies moet worden geprikt.

Contact opnemen

Huisarts

Neem contact op met uw huisarts:

  • als u koorts hebt (38° of hoger)
  • als uw lies erg gevoelig is of pijnlijk
  • als uw lies gezwollen is
  • als uw lies rood verkleurt en erg warm aanvoelt
  • als uw been gevoelloos is of juist pijn doet
  • bij huiduitslag

Spoedeisende Hulp

Als de slagader in de lies gaat bloeden, bel dan meteen naar de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer (0592) 32 52 78!

Vragen?

Een vraag over de behandeling?

Als u een vraag hebt over de behandeling, kunt u bellen naar de afdeling Radiologie. De afdeling Radiologie is bereikbaar van maandag t/m vrijdag, tussen 8.30 en 17.00 uur, op nummer (0592) 32 54 66.

Een vraag over de medicijnen?

Als u een vraag hebt over uw (bloedverdunnende) medicijnen, kunt u contact opnemen met de medewerkers van de polikliniek Chirurgie. U kunt hen op verschillende manieren bereiken.

  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen. Let op: u kunt pas een appje sturen als een medewerker van de polikliniek in de BeterDichtbij app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt uw vraag stellen via MijnWZA (uw digitale dossier). U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen.
  • U kunt bellen. De polikliniek is te bereiken op telefoonnummer (0592) 32 52 10, van maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 en 16.30 uur.

Hebt u een dringende vraag, dan is het altijd het beste om te bellen!

 

radio03 - december 2020