DSA, dotteren, stent bij vernauwing beenslagader

  • Specialisme of afdeling Radiologie
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
  • Wachttijd
    3 weken

In het kort

Met een DSA worden er röntgenopnamen gemaakt van de bloedvaten in uw been om te kijken of er een vernauwing zit. Als dat het geval is, wordt eerst geprobeerd om het  bloedvat op te rekken met een dotterballon. Soms helpt dat niet voldoende en is het nodig om een stent te plaatsen. Na afloop moet u een paar uur bedrust houden en eventueel een nacht blijven.

Wat is het?

Als de vaatchirurg denkt dat er een vernauwing zit in uw bloedvaten, kan hij een DSA laten doen. Bij dit onderzoek worden röntgenopnamen gemaakt van de bloedvaten.

Als er een vernauwing zit, kan de radioloog (een gespecialiseerde interventieradioloog) proberen het vernauwde bloedvat op te rekken met een dotterballon. Als dit onvoldoende helpt, kan het een oplossing zijn om het bloedvat wijder te maken met een stent (een buisje van edelmetaal).

De totale duur van het onderzoek/de behandeling is tussen de één en de drie uur.

Na afloop moet u een aantal uren bedrust houden. Ook is het misschien nodig dat u één nacht in het ziekenhuis blijft.

Voorbereiding thuis

Stoppen met bloedverdunners

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, kan uw vaatchirurg het nodig vinden dat u daar een aantal dagen voor het onderzoek/de behandeling mee stopt of dat de dosering wordt aangepast. Eventuele andere medicijnen kunt u gewoon doorgebruiken, tenzij de vaatchirurg iets anders met u afspreekt.

Eten en drinken

Een paar uur van tevoren mag u niets meer eten of drinken. In de afspraakbrief staat vanaf welk tijdstip dit geldt.

Sieraden afdoen

Eventuele sieraden (horloges, ringen, armbanden of oorbellen) kunt u beter thuis afdoen.

Vervoer regelen

Als u weer naar huis gaat, kunt u niet zelf autorijden.

Voorbereiding in het ziekenhuis

Na aankomst in het ziekenhuis meldt u zich bij de afdeling Opname. Daarna gaat u naar een verpleegafdeling. Om infecties te voorkomen, worden uw liezen geschoren.

Contrastvloeistof

Om de bloedvaten goed in beeld te krijgen, wordt aan het begin van het onderzoek via een katheter (dun slangetje) jodiumhoudende contrastvloeistof in de lies gespoten.

  • Als u eerder allergisch hebt gereageerd op contrastvloeistof, is het belangrijk dat uw vaatchirurg daarvan op de hoogte is.
  • Soms heeft contrastvloeistof een schadelijke invloed op de werking van de nieren. Als u tot een risicogroep behoort, wordt een afspraak met u gemaakt bij een internist. Deze bespreekt met u welke maatregelen er nodig zijn om schade aan de nieren zoveel mogelijk te beperken.

Onderzoek en behandeling

U bent aangesloten op apparatuur om uw bloeddruk, hartslagfrequentie en zuurstofgehalte te controleren. Een laborant desinfecteert uw liezen en legt een steriel laken over u heen. Daarna krijgt u in een van beide liezen een verdovingsinjectie. Een radioloog prikt vervolgens in deze lies de slagader aan en brengt door het gaatje in de slagader een hol buisje naar binnen. Door dit buisje wordt een katheter ingebracht. Via de katheter komt er contrastvloeistof in de bloedvaten, zodat te zien is waar de vernauwing zit. Vanwege de contrastvloeistof kunt u door uw hele lichaam een warm gevoel krijgen.

Een dotter­behandeling

Als blijkt dat in een van de bloedvaten een vernauwing zit, kan de radioloog proberen om het vernauwde bloed­vat op te rekken met een dotterballon. De ballon wordt met een katheter in het bloedvat geschoven tot de plaats van de vernauwing en vervolgens op­geblazen. Het opblazen van de ballon kan pijn doen. Wanneer het bloedvat wijd genoeg is, wordt de ballon met de katheter weer naar buiten geschoven.

Een stent

Als het dotteren niet genoeg effect heeft, kan de radioloog ervoor kiezen om op de plek van de vernauwing een stent te plaatsen (een buisje van edelmetaal). Een stent geeft steun aan de wanden van het bloedvat en zorgt ervoor dat de wanden na het dotteren niet terugveren.

Na onderzoek en behandeling

Na afloop wordt het gaatje in de lies dichtgemaakt waarlangs de katheter naar binnen is gebracht. Dit kan op twee manieren: met een drukverband of met een plugje (angioseal). De radioloog bepaalt wat in uw geval het beste is.

Een drukverband

De radioloog houdt het gaatje in de lies ten minste tien minuten dichtgedrukt. Daarna krijgt u op de plaats van het gaatje een drukverband. U gaat terug naar de verpleegafdeling en moet daar zes uur in bed blijven. De eerste twee uur ligt u plat op uw rug, terwijl u uw been aan de gedotterde kant gestrekt houdt. Wanneer u moet hoesten of niezen, is het belangrijk dat u met uw hand licht op de pleister drukt in uw lies. U blijft één nacht opgenomen. De volgende ochtend wordt het drukverband verwijderd. De arts op de verpleegafdeling spreekt met u af wanneer u naar huis kunt.

Een angioseal (plugje)

Om het gaatje in de lies af te dichten, kan ook een angioseal, een soort plugje, worden gebruikt. Dit heeft als voordeel dat het niet nodig is om het gaatje eerst met de hand dicht te drukken. Bovendien is de kans op een nabloeding kleiner. Na het plaatsen van de angioseal gaat u terug naar de verpleegafdeling. Daar blijft u vier uur in bed. De eerste twee uur ligt u plat op uw rug, terwijl u uw been aan de gedotterde kant gestrekt houdt. Wanneer u moet hoesten of niezen, is het belangrijk dat u met uw hand licht op de pleister drukt in uw lies.  De arts op de verpleegafdeling overlegt met u wanneer u weer naar huis kunt. Meestal kan dat dezelfde dag nog, maar soms is het beter als u een nacht blijft.

Uitslag

De radioloog brengt na afloop verslag uit aan de vaatchirurg. Bij uw eerstvolgende bezoek aan de vaatchirurg zal deze de uitslag met u bespreken.

Adviezen

  • Om de contrastvloeistof zo snel mogelijk uit te plassen, is het belangrijk dat u na afloop veel water drinkt.
  • De eerste vier dagen mag u niet zwaarder tillen dan 5 kilo. Ook mag u tijdens de stoelgang niet persen.
  • U kunt gewoon douchen. Om infecties te voorkomen, kunt u pas in bad als de huid van de lies is genezen. Dit duurt drie of vier dagen. 
  • De pleister in uw lies kunt u na een dag verwijderen. Maak de huid daarna schoon met water en milde zeep en droog de huid voorzichtig. Als de huid nog niet helemaal is genezen, breng dan een nieuwe pleister aan.
  • De angioseal lost binnen drie maanden vanzelf op.
  • Het been waar de katheter is ingebracht, kan na de operatie dik worden, doordat het plotseling weer doorbloed raakt. Het kan drie maanden tot een jaar duren, voordat het been weer zijn normale omvang heeft.
  • U krijgt bij uw vertrek uit het ziekenhuis een kaartje waarop staat dat u een angioseal hebt. Het is belangrijk dat u het kaartje drie maanden bij u draagt en laat zien als u bij een eventueel volgend ziekenhuisbezoek opnieuw in uw lies moet worden geprikt.

Waar u thuis op moet letten

Neem contact op met uw huisarts:

  • als u koorts hebt (38° of hoger)
  • als de lies erg gevoelig is of pijnlijk
  • als de lies gezwollen is
  • als de lies rood verkleurt en erg warm aanvoelt
  • als uw been gevoelloos is of juist pijn doet
  • bij huiduitslag

Spoedeisende Hulp

Als de slagader in de lies gaat bloeden, bel dan meteen naar de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer (0592) 32 52 78!

Vragen?

Hebt u vragen over het onderzoek/de behandeling? Bel dan naar de afdeling Radiologie. Dit kan van maandag t/m vrijdag, tussen 8.30 en 17.00 uur, op nummer (0592) 32 54 66.

Hebt u vragen over medicijnen? Bel dan naar de polikliniek Chirurgie. Men is van maandag t/m vrijdag bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur op nummer (0592) 32 52 10.

Uw mening telt

Een compliment, tip of klacht

Wij vinden het belangrijk dat u tevreden bent over onze zorg en dienstverlening. Hebt u een compliment, een tip of een klacht? Wij horen het graag. U kunt het volgende doen:

  • Vertel het direct aan degene die er verantwoordelijk voor is.
  • Bel of schrijf onze ombudsfunctionaris.
  • Vul het formulier in dat u kunt vinden op de webpagina Uw mening telt! Hier vindt u ook meer informatie over de klachtenprocedure en uw rechten als patiënt.

De ombudsfunctionaris

  • e-mail: ombudsfunctionaris@wza.nl
  • telefoon: (0592) 32 56 24/32 55 55 (maandag t/m donderdag)
  • postadres: WZA t.a.v. de ombudsfunctionaris, postbus 30.001, 9400 RA Assen

 

radio03 - april 2017