Gastroscopie bij kinderen

In het kort

Als uw kind klachten heeft die mogelijk worden veroorzaakt door de slokdarm, maag of twaalfvingerige darm, kan de kinderarts een gastroscopie voorstellen. Tijdens dit onderzoek krijgt uw kind een soepele slang met een videocameraatje ingebracht via de mond.

Het onderzoek duurt ongeveer een half uur en gebeurt onder volledige narcose. Als uw kind zich fit genoeg voelt, mag het een paar uur na het onderzoek weer naar huis.

Onderzoek van de slokdarm, maag of twaalfvingerige darm

Tijdens een gastroscopie bekijkt de kinderarts de binnenkant van de slokdarm, maag en twaalfvingerige darm met een endoscoop. Een endoscoop is een soepele slang met een videocameraatje dat is verbonden met een beeldscherm. De scoop wordt ingebracht via de mond en voorzichtig verder geschoven tot in de twaalfvingerige darm. Eventueel worden er voor onderzoek kleine stukjes weefsel (biopten) weggenomen.

Een gastroscopie wordt gedaan door een kinderarts die gespecialiseerd is in maag-darm-leverziekten.

Narcose

Het onderzoek vindt plaats onder narcose, dit is een algehele verdoving. Uw kind merkt dus niets van wat er gebeurt. Omdat het onderzoek onder narcose is wordt het onderzoek gedaan op de operatieafdeling.

Afspraak op de Preoperatieve poli

Omdat een gastroscopie onder narcose plaatsvindt, hebt u samen met uw kind van tevoren een afspraak op de preoperatieve poli. U krijgt een vragenlijst gemaild. Wilt u deze (eventueel samen met uw kind) invullen en daarna terugsturen. 

Op de preoperatieve poli hebt u een gesprek met de anesthesioloog, ook wel slaapdokter genoemd. De anesthesioloog houdt tijdens het onderzoek de hartfunctie, bloedsomloop en ademhaling van uw kind in de gaten. Om te weten of uw kind extra zorg nodig heeft, doet de arts lichamelijk onderzoek, onder andere van hart en longen. Daarnaast bespreekt de anesthesioloog de ingevulde vragenlijst en geeft uitleg over de narcose.

Buisje

Om de adem­haling tijdens het onderzoek te ondersteunen, kan een buisje in de keelholte of luchtpijp worden geplaatst. Dit buisje is gekoppeld aan een beademingsapparaat. Het buisje kan het gebit van uw kind bescha­digen als:

  • Uw kind een kleine mondopening heeft.
  • Een stijve nek heeft.
  • Slechte tanden heeft of aan het wisselen is.

Als hiervan sprake is, wilt u dit dan van te voren doorgeven aan de anesthe­sioloog?

Voorbereiding thuis

Eten en drinken

Vanwege de narcose mag uw kind voor het onderzoek niet eten en drinken. De narcose schakelt de reflexen uit die ervoor zorgen dat er géén voedsel of vloeistof vanuit de maag in de longen komt. Als uw kind voor het onderzoek eet of drinkt, is dat dus gevaarlijk. In de oproepbrief die u krijgt van de afdeling Opname staat vanaf welk moment uw kind niet meer mag eten en drinken.

Medicijnen

Als uw kind medicijnen gebruikt, hoort u tijdens uw bezoek aan de preoperatieve poli of uw kind deze voorafgaand aan het onderzoek mag doorgebruiken.

Geen sieraden of make-up

Tijdens het onderzoek mag uw kind géén (tong)piercings, ringen of andere sie­raden dragen. Ook make-up is niet toegestaan. Aan de beide handen en voeten van uw kind moet ten minste één nagel vrij zijn van nagellak (geldt ook voor blanke nagellak), hars, gelnagels of kunstnagels (dus vier nagels in totaal). 

Geen crème

Uw kind mag zich op de dag van het onderzoek niet insmeren met bodycrème of body­lotion. Ook mag uw kind in het gezicht geen crème gebruiken.

Lenzen of een bril

Als uw kind met contactlenzen of een bril naar het ziekenhuis komt, wilt u dan een lenzendoosje of brillenkoker meenemen? Tijdens het onderzoek kan uw kind namelijk geen lenzen of bril dragen.

De dag van het onderzoek

Voor en na het onderzoek blijft u met uw kind in het Ouder en Kind-centrum. Na aankomst in het ziekenhuis brengt een gastvrouw of gastheer u en uw kind hier naar toe. 

Tegen de tijd dat uw kind aan de beurt is, brengt een verpleegkundige uw kind naar de operatieafdeling. Eén van de ouders of verzorgers mag mee. Over het algemeen mag u bij uw kind blijven tot het de narcose heeft gekregen en slaapt.

Als u zwanger bent, raden we u af om mee te gaan naar de operatieafdeling.

Narcose

Uw kind krijgt voorafgaand aan de narcose extra zuurstof. Dit gebeurt via een kapje.

Daarna wordt uw kind met een slaapmid­del buiten bewustzijn gebracht. Het slaapmiddel wordt via het infuus toegediend. Het is normaal als uw kind bij het toedienen van de narcose eerst even onge­controleerde bewegingen maakt. Daarna wordt uw kind rustig.

Uw kind slaapt zolang het onderzoek duurt. Het kan nodig zijn dat uw kind spierontspanners krijgt voor een goed verloop van het onderzoek en een goede ademhaling. Wanneer uw kind in slaap is gebracht, begint de kinderarts met het onderzoek.

Alles bij elkaar is uw kind ongeveer een half uur op de operatieafdeling.

 

Na het onderzoek

Na afloop gaat uw kind naar de uitslaapkamer om bij te komen. Ook hier houden de zorgverleners uw kind goed in de gaten. In de uitslaapkamer mag u naar uw kind toe. 

Als uw kind goed wakker is, gaat het weer terug naar het Ouder en Kind-centrum. Uw kind krijgt wat te eten en te drinken. Uw kind kan na het onderzoek een tijdje last hebben van keelpijn en heesheid, dit komt door het buisje.

In de loop van de middag mag uw kind weer naar huis. 

Suf

Uw kind moet op de dag van het onderzoek rustig aan doen. Door de narcose is het normaal als uw kind na het onderzoek nog een tijdje suf en wat duizelig is. Daarom mag uw kind na het onderzoek niet op de fiets of brom­mer naar huis. 

Complicaties

Een gastroscopie is een veilig onderzoek. Toch is er altijd een kleine kans op complicaties.

Als uw kind de eerste 24 uur na het onderzoek last krijgt van erge maagpijn, een nabloeding, koorts of misselijkheid met braken, neem dan contact op met het ziekenhuis.

  • Polikliniek Kindergeneeskunde, telefoon (0592) 32 52 30.
  • Ouder en Kind-centrum, telefoon (0592) 32 53 52. 

De uitslag

Voor u naar huis gaat, komt de kinderarts de uitkomsten van de gastroscopie met u bespreken.

Als er weefsel is weggenomen voor nader onderzoek, duurt het ongeveer twee weken voordat daarvan de uitslag bekend is. De kinderarts maakt een afspraak met u om de uitslag te bespreken.

Vragen?

Als u een vraag hebt, kunt u contact opnemen met een medewerker van de polikliniek Kindergeneeskunde. Dit kan op verschillende manieren:

  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij-app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen. Let op: u kunt pas een appje sturen als een medewerker van de polikliniek in de BeterDichtbij-app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt bellen. De polikliniek Kindergeneeskunde is op werkdagen bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur, telefoon (0592) 32 52 30. 

Is het dringend?

Hebt u een dringende vraag, dan is het altijd het beste om te bellen!

kinde52 - februari 2021