Hartfalendagboekje

In het kort

Hebt u hartfalen, dan wordt u begeleid door uw cardioloog en de hartfalenverpleegkundige van de hartfalenpoli. In een hartfalendagboekje houdt u dagelijks bij hoe het met u gaat, zodat u dit tijdens uw afspraken kunt bespreken. Ook vindt u in het dagboekje informatie over klachten waar u extra op moet letten, welke lichaamsbeweging wel en niet goed voor u zijn en wat u kunt doen om te ontspannen.

Hartfalendagboekje

Het hartfalendagboekje is een belangrijk hulpmid­del om inzicht te krijgen in uw lichamelijke con­ditie en het verloop van uw ziekte. Dit geldt zowel voor uzelf als voor de hulpverleners die bij u be­trokken zijn, zoals de hart­falenverpleegkundige, de cardio­loog, de diëtist en de huisarts. Het is belangrijk dat u het dagboekje meeneemt naar elk bezoek aan het zieken­huis of aan uw huisarts.

Naast alle gegevens die op u persoonlijk betrekking hebben, kunt u lezen bij welke klachten u contact moet opnemen met uw hartfalenverpleegkundige, huisarts of cardioloog. Ook bevat het dagboekje infor­matie over de medicijnen die worden voorgeschreven bij hartfalen en vindt u een aantal leefregels. 

Het dagboekje waarin u uw gegevens noteert, krijgt u van de hartfalen­verpleegkundige.

Voor aanvullende informatie raden we u aan om de brochure ‘Hartfalen’ van de Nederlandse Hartstichting door te lezen.

Persoonlijke gegevens

In het dagboekje is ruimte voor de volgende gegevens:

  • U vindt er de afspraken die met u zijn gemaakt over vochtbeperking, natriumbeperking, medicijn­gebruik en het eventueel innemen van extra plastabletten.
  • Het is belangrijk dat u zelf iedere dag opschrijft wat uw gewicht is.
  • Iedere keer als uw bloeddruk en polsslag zijn opge­meten, kunnen deze waarden worden genoteerd.
  • U kunt opschrijven wanneer u een afspraak hebt met bijvoorbeeld de hart­falenverpleegkundige, de diëtist of de cardioloog.
  • Er is ruimte voor persoonlijke aantekeningen.
  • Achterin staan de telefoonnummers van degenen die bij uw behandeling zijn betrokken.

Begeleiding

Cardioloog

De cardioloog is verantwoordelijk voor de medische behandeling van hartfalen. Wanneer de diagnose hartfalen is gesteld, is het mogelijk dat er nog onderzoe­ken moeten plaatsvinden om te achterhalen wat de oorzaak is van uw hartfalen en om te bepalen wat de beste behandeling is.

Hartfalenverpleegkundige

Bij hartfalen schakelt de cardioloog altijd een hart­falenverpleegkundige in. Zij kan u uitleggen wat hartfalen precies is en kan u leefadviezen geven. Als u op­genomen bent in het ziekenhuis, bezoekt de hartfalenverpleegkundige u op de verpleegafdeling. Bent u niet opgenomen, dan krijgt u deze informatie tijdens uw eerste bezoek aan polikliniek Hartfalen.

Ook is de hartfalenverpleegkundige uw eerste aan­spreekpunt als u vanwege uw hartfalen klachten of problemen hebt.

De hartfalenverpleegkundige zorgt voor:

  • praktische informatie over uw ziekte en over hoe u daarmee om kunt gaan
  • regelmatige bloedcontroles om uw nierfunctie in de gaten te houden
  • aanpassen van uw medicijnen tot de voor u ideale dosis
  • de mogelijkheid om eventuele problemen vanwege uw hartfalen rustig te bespreken
  • zo nodig een doorverwijzing naar andere hulpver­leners, zoals de coördinator hartrevalidatie, een diëtist of een medisch maatschappelijk werker

Polikliniek Hartfalen

Tijdens uw bezoek aan de hartfalenverpleegkundige kunnen de volgende onderwerpen aan de orde komen:

  • gevolgen van uw hartfalen voor het dagelijks leven (zoals sporten, uit eten gaan, seksualiteit, vliegen, vakantie)
  • eventuele onderzoeken
  • medicijngebruik
  • verwerking van uw hartfalen
  • vooruitzichten voor uw kwaliteit van leven
  • bewegen en hartfalen
  • problemen in uw thuis- of werksituatie

Herkennen van klachten

Het is belangrijk dat u symptomen die wijzen op een verergering van uw hart­falen herkent, zodat u op tijd kunt ingrijpen.

Is bij u sprake van een van de volgende symptomen, dan is het verstandig om contact op te nemen met de hartfalenverpleegkundige:

Tekenen van vocht vasthouden

  • gewichtstoename van twee kg of meer in twee of drie dagen
  • toenemende kortademigheid bij inspanning
  • niet meer plat kunnen liggen door kortademigheid
  • prikkelhoest
  • opgezette enkels, benen of vingers
  • een vol gevoel in de bovenbuik, een opgezette buik
  • minder eetlust
  • overdag plast u minder terwijl u ’s nachts vaker moet plassen

Tekenen van verslechtering bij hartfalen

  • eerder last van vermoeidheid
  • een veranderd hartritme
  • duizeligheid
  • onrust, slecht slapen

Neemt u ook contact op met de hartfalenverpleeg­kundige als u in korte tijd veel afvalt of last hebt van misselijkheid, diarree of braken! U loopt dan namelijk het risico om uit te drogen.

Als u zich grieperig voelt of koorts hebt, houdt u dan de symptomen extra goed in de gaten. Hierdoor kan uw hartfalen namelijk verergeren.

Beweging

Voor mensen met hartfalen is het van belang om in beweging te blijven. Beweging kan de werking van uw hart verbeteren. Een betere conditie zorgt ervoor dat uw hart efficiënter gaat kloppen. Hierdoor kunnen uw klachten afnemen.

Goede vormen van lichaamsbeweging zijn wandelen, fietsen en oefeningen met een bal. Het zijn gelijkmatige inspanningen, waarbij het tempo kan worden aangepast. Het is ook goed om te zwemmen, maar dit is wel een zwaardere inspanning. Bij het zwemmen worden namelijk alle spieren gebruikt en moet de ademhaling worden afgestemd op de zwembeweging.

Krachtsporten, zoals gewichtheffen en bergbeklimmen zijn niet goed voor uw hart, omdat er door het persen een grote druk wordt opgebouwd en de spieren niet goed worden doorbloed.

Hoe intensief u kunt bewegen, hangt natuurlijk ook af van de mate waarin u klachten hebt. Als u door uw hartfalen zelfs klachten in rust hebt, kunt u het beste langzaam wandelen, in uw eigen tempo. Als u in rust geen klachten hebt maar wel klachten bij matige inspanning, kunt u lichte sporten in recreatief verband doen. Als u alleen klachten hebt bij forse inspanning, komen in prin­cipe alle sporten in aanmerking. Wel wordt afgeraden om in competitieverband te sporten.

Als u wilt gaan sporten, kunt u dit het beste met uw cardioloog of hartfalenver­pleegkundige bespreken.

Bewegingsprogramma's

In het WZA kunt u onder begeleiding van een fysiotherapeut deelnemen aan verschillende bewegingsprogramma’s. Om te weten welk bewegingsprogramma geschikt voor u is, hebt u eerst een gesprek met een fysiotherapeut.

Bij alle bewegingsprogramma’s gaat het erom dat u:

  • plezier krijgt in bewegen;
  • uw angst voor bewegen overwint en zelfvertrouwen krijgt;
  • leert leven met eventuele beperkingen;
  • uw grenzen leert kennen en weet hoe u met deze grenzen moet omgaan;
  • uw conditie verbetert.

De fysiotherapeut overlegt met u op welke aspecten tijdens het bewegings­programma de nadruk moet komen te liggen.

  • Tijdens de trainingsuren kunt u het beste makkelijk zittende kleding dragen (zoals een T-shirt met een korte broek of trainingsbroek) en sportschoenen.
  • Uw partner of een familielid is van harte welkom om de trainingen bij te wonen.

Ontspanning

Iedereen heeft wel eens last van spanningen. Dat is heel normaal. Maar als u te lang onder spanning leeft, heeft dat ook invloed op uw lichaam. Het even­wicht tussen spanning en ontspanning raakt dan verstoord en uw lichaam reageert hierop door ook gespannen te raken. Voor uw gezondheid is het be­langrijk om uw lichaam regelmatig te ontspannen. Dit leert u tijdens het ont­spanningsprogramma. U krijgt hier oefeningen waarbij u leert om uw spieren ‘los te laten’. De fysiotherapeut of hartfalenverpleegkundige overlegt met u of het zinvol is om aan het ontspanningsprogramma deel te nemen. Als u denkt dat het iets voor u is, kunt u dat ook zelf aangeven.

Leefregels

Als u hartfalen hebt, zijn de volgende leefregels van belang:

  • Neem uw medicijnen goed in.
  • Gebruik geen NSAID als pijnstiller. Voorbeelden hiervan zijn: voltaren, diclofenac, ibuprofen, nurofen, advil.
  • Weeg u iedere dag.
  • Gebruik per dag minimaal 1500 ml vocht en maxi­maal de hoeveelheid die met u is afgesproken. Spreid dit zoveel mogelijk over de dag.
  • Beperk het gebruik van natrium (zout) en vermijd piekinnames.
  • Beweeg regelmatig. Wissel beweging af met periodes van rust. Verdeel uw activiteiten zo goed mogelijk over de dag.
  • Als u rookt, is het van het grootste belang dat u daarmee stopt.
  • Beperk het gebruik van alcohol tot één à twee glazen per dag.

Mocht u tegenstrijdige adviezen krijgen van de specialisten, consulenten en verpleegkundigen met wie u te maken hebt, wilt u dit dan bespreken met de hartfalenverpleegkundige?

Vochtbeperking 

Algemene adviezen

  • Gebruik per dag minimaal 1500 ml vocht en maxi­maal de hoeveelheid die met u is afgesproken. Spreid dit zoveel mogelijk over de dag.
  • Behalve door te drinken, kunt u ook vocht halen uit vloeibare producten, zoals vla, yoghurt, soep en ijs. Schrijf eventueel de gebruikte hoeveelheid per dag op een lijstje, zodat u het na kunt tellen.
  • Glazen, kopje en schaaltjes zijn er in allerlei maten. Meet eens hoeveel vocht er gaat in de glazen, kop­jes en schaaltjes die u thuis gebruikt.
  • Bij zomerse temperaturen boven de 25 graden is het verstandig om twee glazen extra te drinken.
  • Het kan lekker zijn om bij warm weer op een ijs­blokje te zuigen. Dit geeft weinig vocht en is toch lekker fris. Een suikervrij zuurtje of pepermuntje help soms ook tegen de dorst.
  • Verdeel fruit in stukjes, zodat u een stukje kunt nemen als u dorst krijgt.

Gangbare maten zijn:

een kopje        ca. 125 ml

een beker        ca. 150 ml

een diep bord  ca. 250 ml

een wijnglas     ca. 100 ml

een borrelglas  ca. 35 ml

Persoonlijke richtlijnen

Naast de algemene adviezen kan het zijn dat voor u een persoonlijk advies geldt voor de hoeveelheid vocht die u dagelijks mag hebben.

Zoutbeperking

Bij hartfalen is het verstandig om het gebruik van zout enigszins te beperken. Piekinnames van zout moet u proberen te vermijden. Zout bevat natrium. Natrium houdt vocht vast in het lichaam en moet daarom met mate worden gebruikt.

De volgende producten bevatten veel zout:

  • kant-en-klare soepen en sausen
  • hartige snacks zoals kaas en vleeswaren
  • zure en zoute haring en gerookte vis
  • voedingsmiddelen in blik en glas
  • zuurkool
  • drinkbouillon (Cup a soup)
  • diepvriesgroenten à la crème (In diepvriesgroenten zonder toevoegingen zit geen zout.)

Van de hartfalenverpleegkundige kunt u de brochure ‘Dieet bij hartfalen’ van de Nederlandse Hartstichting krijgen.

Medicijnenlijst

Afspraken

Dagelijks gewicht

Uw mening telt

Een compliment, tip of klacht

Wij vinden het belangrijk dat u tevreden bent over onze zorg en dienstverlening. Hebt u een compliment, een tip of een klacht? Wij horen het graag. U kunt het volgende doen:

  • Vertel het direct aan degene die er verantwoordelijk voor is.
  • Bel of schrijf onze ombudsfunctionaris.
  • Vul het formulier in dat u kunt vinden op de webpagina Uw mening telt! Hier vindt u ook meer informatie over de klachtenprocedure en uw rechten als patiënt.

De ombudsfunctionaris

  • e-mail: ombudsfunctionaris@wza.nl
  • telefoon: (0592) 32 56 24/32 55 55 (maandag t/m donderdag)
  • postadres: WZA t.a.v. de ombudsfunctionaris, postbus 30.001, 9400 RA Assen