Laparoscopie (kijkoperatie van de buikholte)

  • Specialisme of afdeling Gynaecologie
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
  • Afspraak maken? Vragen? (0592) 32 52 70
  • Wachttijd
    Informeer bij de polikliniek

In het kort

Een laparoscopie is een kijkoperatie van de buikholte. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een laparoscopie nodig is. Vaak gaat het om een aandoening van de baarmoeder, de eileider of de eierstokken.

De operatie vindt altijd plaats onder narcose. Bij kleinere ingrepen kunt u dezelfde dag weer naar huis. Bij grotere ingrepen is het soms nodig om een nacht te blijven. 

Wat is het?

Bij een laparoscopie brengt de gynaecoloog, via een paar sneetjes in de buik, operatie-instrumentjes en een kijkbuis met een camera in de buikholte. Aan de hand van beelden op een monitor kan de gynaecoloog de organen in de buik bekijken en eventueel direct behandelen. 

Diagnostische laparoscopie of therapeutische laparoscopie

Een laparoscopie kan diagnostisch of therapeutisch zijn. Bij een diagnostische laparoscopie onderzoekt de gynaecoloog uw buik. Eventueel vindt er een kleine ingreep plaats, als de gynaecoloog dit van tevoren met u heeft besproken. Blijkt dat er een grotere ingreep nodig is of een ingreep waarover de gynaecoloog nog niet met u heeft gesproken, dan wordt hiervoor een aparte afspraak met u gemaakt. In dat geval spreekt men van een therapeutische laparoscopie.

Kijkoperatie of een 'open' operatie

Bij een 'open' operatie wordt meestal één grote snee gemaakt. In vergelijking met een 'open' buikoperatie, wordt bij een kijkoperatie het buikvlies minder geprikkeld en werken de darmen na afloop sneller. Ook veroorzaken de kleinere sneetjes minder wondpijn. Hierdoor duurt de opname in het ziekenhuis korter en verloopt het herstel thuis meestal sneller. Wel duurt een kijkoperatie soms langer.

Soms blijkt tijdens een kijkoperatie dat toch een 'open' operatie nodig is. Dit komt vooral voor bij ernstige verklevingen. Ook als de afwijkingen in de buikholte niet goed zichtbaar zijn, kan de gynaecoloog kiezen voor een 'open' buikoperatie.  

Opnameduur

Meestal kunt u na een diagnostische laparoscopie dezelfde dag weer naar huis. Bij een thera­peutische laparoscopie is het soms nodig dat u een nachtje blijft.

Voorbereiding thuis

Een aantal uren voor de operatie mag u niets eten of drinken. Ook zijn er allerlei andere dingen waarmee u rekening moeten houden in de aanloop naar de operatie, zoals uw medicijngebruik. Als u bloedverdunners gebruikt, moet u daar bijvoorbeeld meestal een aantal dagen van tevoren mee stoppen. De duidelijke uitleg hierover krijgt u tijdens het preoperatieve spreekuur.

De operatie

Bij een diagnostische laparoscopie maakt de gynaecoloog meestal twee sneetjes in de buik en bij een therapeutische laparoscopie drie of vier. Bij beide operaties wordt een sneetje gemaakt in de onderrand van de navel en vlak boven het schaambeen. Bij een therapeutische laparoscopie krijgt u bovendien een sneetje in één of beide zijkanten van de onderbuik.

Koolzuurgas en kijkbuis

Via het sneetje in de onderrand van de navel brengt de gynaecoloog een dunne holle naald in de buikholte. Hierdoor wordt de buik gevuld met onschadelijk koolzuurgas. Zo ontstaat ruimte in de buik om de verschillende organen te kunnen zien. Daarna brengt de gynaecoloog via hetzelfde sneetje de laparoscoop (kijkbuis) in de buik en sluit deze aan op een videocamera. De baarmoeder, eileiders en eierstokken zijn zo zichtbaar op een beeldscherm.

Via een sneetje vlak boven het schaambeen worden kleine operatie-instrumenten (gereedschap) in de buikholte gebracht. Bij een therapeutische laparoscopie worden het derde en eventueel vierde sneetje gebruikt om extra operatie-instrumenten naar binnen te brengen.

Narcose

Een laparoscopie vindt plaats onder narcose (algehele anesthesie). 

Na de operatie

  • De dag van de operatie kunt u last hebben van buikpijn, een opgeblazen gevoel, spierpijn en pijn tussen de schou­derbladen of aan uw schouders. Deze klachten kunnen een aantal dagen aanhouden. Als de buikklachten erger worden, neemt u dan contact op met de polikliniek Gynae­cologie (zie Klachten).
  • Tot twee weken na de ingreep kunt u last hebben van vagi­naal bloedverlies.
  • Als de doorgankelijkheid van de eileiders is getest in verband met vruchtbaarheidsonderzoek, kunt u enkele dagen blauwgroene afscheiding hebben.
  • U kunt na 48 uur douchen en na één week een bad nemen of zwemmen.
  • U kunt zonder bezwaar tampons gebruiken.
  • Bij de operatie krijgt u meestal een katheter in de blaas. Daardoor kan een blaasontsteking ontstaan. Zo'n ontsteking is lastig en pijnlijk, maar goed te behandelen.
  • Bij een sterilisatie: als u een anticonceptiepil gebruikte, moet u de strip afmaken. Daarna kunt u niet meer zwanger worden.

Risico's en complicaties

Een laparoscopische operatie verloopt meestal zonder complicaties. De kans dat er toch een complicatie optreedt, is echter nooit helemaal uit te sluiten. 

  • Elke narcose brengt risico's met zich mee. Als u verder gezond bent, zijn deze risico's zeer klein.
  • Er kan in de buikwand of in de vagina een nabloeding optreden. Meestal gaat dit vanzelf over. Bij een ernstige nabloeding is soms een tweede operatie nodig, vaak via een grote snede.
  • Zoals bij elke operatie is er een klein risico op het ontstaan van een infectie of trombose.
  • Langere tijd na de operatie kan een littekenbreuk ontstaan. Darmen en buikvlies puilen dan door de buikwand onder de huid naar buiten. Deze complicatie kan bij alle buikoperaties voorkomen, dus ook bij laparoscopische ingrepen.
  • In zeer zeldzame gevallen worden de urinewegen of darmen beschadigd. De gevolgen zijn soms pas zichtbaar als u al uit het ziekenhuis ontslagen bent. Bij ernstige buikpijn, koorts of pijn in de nierstreek (aan de zijkant van de rug) is het verstandig direct contact op te nemen met de polikliniek Gynaecologie. Meestal zijn deze beschadigingen goed te behandelen.

Contact opnemen

Als u thuis klachten krijgt, neem dan contact op met het ziekenhuis. 

  • De eerste 24 uur kunt u bellen naar de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer (0592) 32 52 78.
  • Na de eerste 24 uur kunt u bellen naar de polikliniek Gynae­cologie, telefoonnummer (0592) 32 52 70. 

Neem in ieder geval contact op met het ziekenhuis bij de volgende klachten:

  • Toenemende (erge) buikpijn.
  • Koorts boven de 38,5° C graden.
  • Meer bloedverlies dan bij een normale menstruatie.
  • Een nabloeding van de operatiewond.

Vragen?

Als u een vraag hebt, kunt u contact opnemen met een medewerker van de polikliniek Gynaecologie. U kunt hen op verschillende manieren bereiken.

  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij-app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen. Let op: u kunt pas een appje sturen als een medewerker van de polikliniek in de BeterDichtbij app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt uw vraag stellen via MijnWZA (uw digitale dossier). U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen.
  • U kunt bellen naar de polikliniek Gynaecologie. De medewerkers zijn op werkdagen bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur, telefoonnummer (0592) 32 52 70.

Is het dringend?

Hebt u een dringende vraag, dan is het altijd het beste om te bellen!

gynae06 - november 2020