Verdoving en pijnbehandeling bij een operatie

In het kort

Om ervoor te zorgen dat u tijdens de operatie geen pijn voelt, krijgt u verdoving (anesthesie). Er zijn verschillende methoden om te verdoven. Wat voor u de beste manier is, hangt vooral af van de soort operatie en uw gezondheidstoestand. De anesthesioloog houdt rekening met uw eigen voorkeur, maar uw veiligheid staat voorop. Ook na de operatie doen we er alles aan om de pijn zo goed mogelijk te behandelen.

Voorbereiding thuis: nuchter

Voor een operatie waarbij u verdoving (anesthesie) krijgt, moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u een aantal uren van tevoren niets mag eten of drinken. Als u van tevoren toch eet of drinkt, kan de operatie niet doorgaan! Door de anesthesie werken de lichaamsreflexen niet die ervoor zorgen dat er geen voedsel of vloei­stof vanuit de maag in de longen komt. Als u voor een operatie eet of drinkt, is dat dus levensgevaarlijk.

Als u ’s morgens wordt geopereerd (tussen 8 en 12 uur)

  • Vanaf 24.00 uur de avond voor de operatie mag u niet meer eten. 
  • De ochtend van de operatie mag u tot 6.00 uur heldere vloeistoffen drinken: water, thee, zwarte koffie en ranja. U mag géén melk of andere zuivelproducten gebruiken (ook niet in de koffie of de thee) en géén vruchtensap. Daarna mag u tot de operatie niets meer drinken.
  • Eventuele medicijnen die u mag doorgebruiken in overleg met de anesthesioloog, kunt u innemen met een slokje water.

 Als u ’s middags wordt geopereerd (tussen 12 en 17 uur)

  • De dag van de operatie mag u tot 6.00 uur een of twee beschuiten met jam of appel­stroop zonder boter eten. Daarna mag u tot de operatie niets meer eten.
  • De dag van de operatie mag u tot 10.00 uur heldere vloeistoffen drinken: water, thee, zwarte koffie en ranja. U mag géén melk of andere zuivelproducten gebruiken (ook niet in de koffie of de thee) en géén vruchtensap. Daarna mag u tot de operatie niets meer drinken.
  • Eventuele medicijnen die u mag doorgebruiken in overleg met de anesthe­sioloog, kunt u innemen met een slokje water. 

 

 

 

 

Verdere voorbereiding thuis

Medicijngebruik

Als u medicijnen gebruikt voor uw hart, longen of bloeddruk, moet u die op de dag van de operatie ook gewoon innemen. Dit mag met een slokje water. Vergeet ook eventuele pufjes voor de longen niet. Als er medicijnen zijn die u niet mag gebruiken, bespreekt de anes­thesioloog dit met u op de preoperatieve poli.

Niet scheren of ontharen

Vanaf de vijfde dag voor de operatie mag u de huid van het operatiegebied niet meer scheren of ontharen.

Geen sieraden, piercings of make-up

Tijdens de operatie is het niet toegestaan om sieraden te dragen of piercings in te hebben. Als het niet lukt om uw ring(en) thuis zelf af te krijgen, raden we u aan om de hulp van een juwelier in te roepen. Zo nodig worden ringen in het ziekenhuis doorgezaagd! Ook mag u tijdens de operatie geen make-up op hebben. Eventuele nagellak, kunstnagels of gelnagels kunt u laten zitten.

Geen crème of lotion

Doe de dag van de operatie geen crème of lotion op uw lichaam of gezicht.

Anticonceptie

Als u een anticonceptiepil gebruikt, houd er dan rekening mee dat de werking verstoord kan raken als u vanwege de operatie bepaalde medicijnen krijgt of als u na de operatie moet braken of diarree hebt. Daarom raden wij u aan extra voorbehoedsmiddelen te gebruiken, totdat u begint met een nieuwe strip.

Stoppen met roken

Als u rookt, is het verstandig om dat in ieder geval niet te doen in de twee weken voor de operatie. Dat heeft een aantal voordelen voor uw herstel na de operatie en er is minder kans op complicaties door de anesthesie.

Meenemen

Als u een bril draagt, wilt u dan een brillenkoker van huis meenemen en als u lenzen of een hoortoestel draagt, een bewaardoosje?

Zorg regelen na dagopname

Het is belangrijk dat u de eerste 24 uur na een dagopname niet alleen thuis bent in verband met eventuele complicaties.

 

 

 

 

 

Preoperatieve poli en intakespreekuur

Preoperatieve poli

Voordat een operatiedatum wordt vastgesteld, hebt u op de preoperatieve poli een afspraak met een anesthesioloog en een anesthesiemedewerker. Soms wordt u alleen door de anesthesioloog gezien. Een operatie kan pas doorgaan als de anesthesioloog groen licht heeft gegeven.

Gesprek en lichamelijk onderzoek

De anesthesioloog houdt tijdens de operatie uw hartfunctie, bloedsomloop en ademhaling in de gaten. Om te weten of u voor of tijdens de operatie extra zorg nodig hebt, neemt de anesthesioloog een vragenlijst met u door, die u van tevoren kunt invullen. Ook vindt er onderzoek plaats van uw hart en longen.

Keuze anesthesie

Tijdens de operatie is (een deel van) uw lichaam verdoofd, zodat u geen pijn voelt. Er zijn verschillende soorten anesthesie (verdoving). De anesthesioloog bespreekt met u wat voor u de beste manier is. 

Medicijngebruik

Van de anesthesioloog hoort u welke medicijnen u voor de operatie wel en niet kunt gebruiken. Als u diabetes hebt en insuline gebruikt, verwijst de anesthesioloog of uw behandelend specialist u naar de internist.

Aanvullend onderzoek

De anesthesioloog kan het nodig vinden dat er aanvullend onderzoek wordt gedaan. Meestal gaat het om bloedonderzoek of een hartfilmpje (ECG ). Ook kan de anesthesioloog u voor onderzoek verwijzen naar een andere specialist.

Intakeverpleegkundige

Na uw bezoek aan de preoperatieve poli (soms ervoor) hebt u een gesprek met een intakeverpleegkundige.

Verdoving van het hele lichaam

Slaapmiddel, pijnstillers, spierverslappers

Bij een verdoving van het hele lichaam (narcose of algehele anesthesie) wordt u met een slaapmiddel tijdelijk buiten bewustzijn gebracht. U merkt dus niets van de operatie. Ook krijgt u sterke pijnstillers. Daarnaast krijgt u vaak spierontspanners. Het toedienen van deze middelen gebeurt via een infuus. Eventueel krijgt u nog verdoving via een slangetje in uw rug.

Ademhaling

Het slaapmiddel en de pijnstillers hebben veel invloed op uw adem­haling. Daarom krijgt u voorafgaand aan de narcose altijd extra zuurstof via een masker. Voor een goede zuurstofverzorging tijdens de operatie kan het bovendien nodig zijn dat u een buisje in uw keelholte of luchtpijp krijgt dat is verbonden met een beademingsapparaat.

Bijwerkingen

Misselijkheid

Na een operatie onder narcose kunt u last krijgen van misselijkheid en braken. Hoeveel last u daarvan hebt, hangt van een aantal dingen af, onder andere van de soort operatie. Zo is er meer kans op misselijkheid na gynaecologische operaties, oogope­raties, ooroperaties, borstoperaties en buikoperaties. Ook de mate waarin u pijn hebt en de soort pijnstillers die u krijgt, hebben invloed op de misselijkheid. Verder is de kans op misselijkheid groter als u van tevoren veel stress hebt of gevoelig bent voor reisziekte.

De misselijkheid kan na een paar uur over zijn, maar het kan ook een paar dagen duren. Met medicijnen is het mogelijk om de misselijkheid voor een groot deel te verhelpen.

Sufheid en verwardheid

Het is normaal als u na een operatie onder narcose een tijdje suf bent. Daar­om mag u na een operatie in dagbehan­deling niet alleen naar huis gaan of zelf autorijden. Ook kunt u die dag beter geen belangrijke beslissingen nemen.

U kunt ook tijdelijk verward zijn. Dit gebeurt vooral als u wat ouder bent. De kans dat dit gebeurt, is groter als u antide­pressiva, kalmeringsmiddelen of extra pijnstillers gebruikt.

Keelpijn en heesheid

Als u tijdens de operatie een buisje in uw luchtwegen krijgt om uw adem­haling te regelen, kunt u naderhand last krijgen van keelpijn en heesheid.

Beschadiging van het gebit

Bij het plaatsen van een buisje in uw luchtwegen bestaat er een klein risico dat uw gebit beschadigd wordt. Het risico is groter als u een kleine mond­opening hebt, een stijve nek of slechte, loszittende tanden. Tijdens uw bezoek aan de preoperatieve poli wordt hiernaar gekeken.

Verdoving van een deel van het lichaam

Afhankelijk van de soort operatie en uw medische toestand kan ervoor worden gekozen om alleen een deel van uw lichaam te verdoven (regionale anesthesie). U voelt dan geen pijn, maar blijft wel gewoon wakker. Als u tijdens de operatie liever wat slaperig wilt zijn, kunt u een roesje krijgen.

Een ruggenprik

Bij een ruggenprik krijgt u een prik tussen twee rugwervels. Daarna wordt op die plek een verdovingsmiddel ingebracht. Dit kan op twee manieren: via een injectie (spinale anesthesie) of via een slangetje (epidurale anesthesie).

Spinale anesthesie krijgt u bijvoorbeeld bij een operatie aan de onderbuik, heupen, knieën of voeten. Meestal is de verdoving na drie tot zes uur uitgewerkt.

Epidurale anesthesie wordt vooral gebruikt bij grote buikoperaties. Ook na de operatie krijgt u via het slangetje pijnstillende medicijnen. Door de verdoving hebt u een aantal uren na de operatie geen of minder gevoel in uw onderlichaam en benen. Het gevoel komt vanzelf terug.

Een ruggenprik doet minder pijn dan men vaak denkt. Als u er toch tegenop ziet, is het mogelijk om van tevoren een slaapmiddeltje te krijgen. De plaats waar u bent geprikt, kan na de operatie nog een tijdje pijnlijk aanvoelen.

Zenuwblokkade

Bij een operatie aan bijvoorbeeld een schouder, hand, knie of voet is een zenuwblokkade vaak een goede manier om ervoor te zorgen dat u geen pijn hebt. De zenuwen in het te opereren lichaamsdeel worden dan verdoofd. Met een zenuwblokkade bent u meestal 24 uur na de operatie nog pijnvrij en soms zelfs nog langer. Als u een aantal dagen pijnstilling nodig hebt, krijgt u de zenuwblokkade via een slangetje, anders via een injectie. Houd er rekening mee dat u het verdoofde lichaamsdeel vaak een tijdlang niet kunt bewegen.

Bijwerkingen van een ruggenprik

Bloeddrukdaling

Door de anesthesie kan uw bloeddruk dalen. Een van de eerste tekenen is misselijkheid. Als u misselijk wordt, laat dat dan meteen weten aan een verpleegkundige, zodat er snel iets aan kan worden gedaan.

Plasproblemen

De zenuwen die uw blaas aansturen, worden door de anesthesie ook verdoofd, zodat u op de dag van de operatie moeite kunt hebben met plassen. U mag pas naar huis wanneer u geplast hebt.

Zeldzame bijwerkingen

Er is een kleine kans dat u na de operatie u last hebt van hoofdpijn. De pijn verdwijnt meestal als u plat gaat liggen. Ook door veel te drinken of door het gebruik van cafeïnehoudende dranken (koffie, thee, energiedrankjes) kunt u de klachten verminderen. Over het algemeen is de hoofdpijn na één week verdwenen. Als u na 48 uur nog erge hoofdpijn hebt en u bent weer thuis, neem dan contact op met de preoperatieve poli.

Heel soms ontstaat er na de operatie een infectie of bloeduitstorting in uw rug. U kunt dan last hebben van hevige pijn in uw rug of nek, koorts, (opnieuw) moeite met plassen of (opnieuw)gevoels- en bewegingsstoornissen. Als u op dat moment alweer thuis bent, raden we u aan te bellen naar de preoperatieve poli. Deze is op werkdagen bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur op telefoonnummer (0592) 32 56 80. Buiten de openingstijden van de preoperatieve poli kunt u bellen naar de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer (0592) 32 52 78.

Op de operatieafdeling

Voorbereidingsruimte

Op de operatieafdeling komt u eerst in de voorbereidingsruimte. Daar maakt u kennis met de anesthe­sioloog en de anesthesiemedewerker die bij de operatie aanwezig zijn. U krijgt plakkers op uw borst om tijdens de operatie uw hartritme te kunnen controleren en een klemmetje om uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te kunnen bepa­len. Ook krijgt u een bloeddruk-meter om uw arm.

Het toedienen van regionale anesthesie gebeurt soms ook in de voorbereidingsruimte.

Operatiekamer

Vanaf de voorbereidingsruimte gaat u naar de operatiekamer. Het operatieteam stelt u eerst nog een paar vragen over de operatie (dit is een veiligheidsprocedure). Daarna wordt u onder narcose gebracht of u krijgt regionale anesthesie, als dit nog niet is gebeurd in de voorbereidingsruimte. Als de anesthesie is ingewerkt, begint de operatie.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de verkoeverkamer. Met speciale apparatuur worden uw ademhaling, hartritme en bloed­druk in de gaten gehouden. Meestal krijgt u extra zuurstof via een masker. Soms is het nodig om uw ademhaling tijdelijk te ondersteunen met een beademingsapparaat.

U gaat terug naar de verpleegafdeling wanneer uw belang­rijkste lichaams­functies weer normaal of stabiel zijn. Als u extra zorg nodig hebt, gaat u na de operatie eerst naar de afdeling Intensive Care.

Pijnbehandeling na de operatie

Goede pijnstilling na een operatie is belangrijk voor uw herstel. U kunt dan beter ademen, hoes­ten, bewegen, slapen en eten.

Pijnmeting

Tijdens een opname komt er drie keer per dag een verpleegkundige bij u om te informeren hoeveel pijn u hebt. U wordt gevraagd uw pijn uit te drukken in een getal van 0 tot 10. Bij 4 of hoger worden er maatregelen genomen om de pijn beter te bestrijden.

Pijnbehandeling

Wat de beste pijnbehandeling is, hangt af van de soort operatie en uw gezondheidstoestand:

  • U kunt een injectie krijgen tegen de pijn, tabletten of een infuus.
  • Als u bij een grote buikoperatie anesthesie krijgt via een slangetje (epidurale anesthesie), krijgt u via datzelfde slangetje na de operatie medicijnen tegen de pijn.
  • Een zenuwblokkade bij een operatie aan bijvoorbeeld uw hand of schouder zorgt ervoor dat u de eerste 24 uur geen pijn voelt. Hebt u langer pijnstilling nodig, dan wordt voor de zenuwblokkade een slangetje gebruikt waarmee u na de operatie extra pijnmedicatie krijgt.
  • Als u pijnmedicatie krijgt via een infuus of een slangetje, kan dit worden gekoppeld aan een pijnpomp. Hiermee kunt u zelf regelen hoeveel pijnmedicatie u krijgt.
  • Soms worden verschillende manieren van pijnbehandeling gecombineerd.

Door medicijnen tegen de pijn kunt u last krijgen van misselijkheid. Andere bijwerkingen zijn suf­heid, jeuk, plas­problemen en een slap gevoel in uw benen.

Als u pijnbestrijding krijgt via een slangetje of een pijnpomp, komt een anesthesiemedewerker bij u langs die gespecialiseerd is in pijnbehandeling na een operatie.

Contact opnemen

Als er tussen uw bezoek aan de preoperatieve poli en de opnamedag veranderingen zijn in uw gezondheidstoestand of medicijngebruik, wilt u dan contact opnemen met de preoperatieve poli? Deze is op werkdagen bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur op telefoonnummer (0592) 32 56 80.

anest01- maart 2019