Verdoving en pijnbehandeling bij een operatie (kind)

  • Specialisme of afdeling Preoperatieve poli
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur

In het kort

Tijdens de operatie wordt (een deel van) het lichaam van uw kind verdoofd, zodat het geen pijn voelt. Verdoving (anesthesie) kan op verschillende manieren worden toegediend. De anesthesioloog bespreekt met u en uw kind wat de beste manier is. Dit hangt vooral af van de soort operatie en de gezondheidstoestand van uw kind. Bij het maken van een keuze staat de veiligheid van uw kind altijd voorop.

Wat is het?

Tijdens de operatie krijgt uw kind verdoving (anesthesie), zodat het geen pijn voelt.

Verdoving kan op verschillende manieren worden toegediend. Bij een verdoving van het hele lichaam (narcose of algehele anesthesie) wordt uw kind met een slaapmiddel tijdelijk buiten bewustzijn gebracht. Ook is het mogelijk om een deel van het lichaam te verdoven (regionale anesthesie)

De anesthesioloog bespreekt met u en uw kind wat de beste manier is. Dit hangt met name af van de soort operatie en de gezondheidstoestand van uw kind. Bij het maken van een keuze staat de veiligheid van uw kind altijd voorop.

Voorbereiding thuis: nuchter

Voor iedere operatie waarbij anesthesie (verdoving) wordt gebruikt, moet uw kind nuchter zijn. Anders kan de operatie niet doorgaan. Door de anesthesie worden namelijk de lichaams­reflexen uitgeschakeld die ervoor zorgen dat er geen voedsel of vloeistof vanuit de maag in de longen komt. Als uw kind voor de operatie eet of drinkt, is dat dus levensgevaarlijk.

Het is belangrijk dat u als ouder van tevoren wel gewoon eet en drinkt, zodat u niet draaierig wordt of flauwvalt (door de spanning, temperatuur of geur) als u bij uw kind op de operatieafdeling bent.

Operatie ’s morgens (8 - 12 uur)

  • Vanaf 24.00 uur de nacht voor de operatie mag uw kind niet meer eten.
  • Tot de geplande opnametijd mag uw kind alleen heldere vloeistof­fen drinken: water, thee, zwarte koffie en ranja. Uw kind mag géén melk of andere zuivel­producten gebruiken (ook niet in de koffie of de thee) en geen vruchtensap!
  • Afhankelijk van het tijdstip van de operatie kan uw kind op de verpleegafdeling nog kleine beetjes te drinken krijgen.

Operatie ’s middags (12 - 17 uur)

  • Uw kind mag tot 6.00 uur alleen eten: een of twee beschuiten met jam of appelstroop zonder boter.
  • Tot de geplande opnametijd mag uw kind alleen heldere vloeistof­fen drinken: water, thee, zwarte koffie en ranja. Uw kind mag géén melk of andere zuivel­producten gebruiken (ook niet in de koffie of de thee) en geen vruchtensap!
  • Afhankelijk van het tijdstip van de operatie kan uw kind op de verpleegafdeling nog kleine beetjes te drinken krijgen.
  • Eventuele medicijnen die uw kind mag doorgebruiken in overleg met de anesthe­sioloog, kunnen worden inge­nomen met een slokje water.
  • Eventuele medicijnen die uw kind mag doorgebruiken in overleg met de anesthe­sioloog, kunnen worden ingenomen met een slokje water.

Baby’s

  • U mag uw kind flesvoeding geven tot zes uur voor de geplande opnametijd.
  • U mag uw kind borstvoeding geven tot vier uur voor de geplande opnametijd.
  • U mag uw kind heldere vloeistoffen geven ((suiker)wa­ter of ranja) tot de geplande opnametijd. Afhankelijk van het tijdstip van de operatie kan uw kind op de verpleegafdeling nog kleine beetjes te drinken krijgen.
  • Eventuele medicijnen die uw kind mag doorgebruiken in overleg met de anesthe­sioloog, kunnen worden inge­nomen met een slokje water.

Verdere voorbereiding thuis

Medicijnen

Eventuele medicijnen voor het hart, de bloeddruk of de longen, moet uw kind voor de ope­ratie gewoon innemen. Dit kan met een slokje water. Vergeet ook eventuele pufjes voor de longen niet. Als er medicijnen zijn die uw kind niet mag gebruiken, bespreekt de anesthesioloog dit op de preoperatieve poli.

Niet scheren of ontharen

Vanaf de vijfde dag voor de operatie mag de huid van het operatiegebied niet meer worden geschoren of onthaard.

Geen sieraden, piercings of make-up

Tijdens de operatie is het niet toegestaan dat uw kind sieraden draagt of piercings in heeft. Als het niet lukt om een ring thuis zelf af te krijgen, raden we aan de hulp van een juwelier in te roepen. Zo nodig worden ringen in het ziekenhuis doorgezaagd! Ook mag uw kind tijdens de operatie geen make-up op hebben. Eventuele nagellak, kunstnagels of gelnagels kunnen blijven zitten.

Geen crème of lotion

Op de dag van de operatie mag uw kind zich niet insmeren met een crème of lotion. Ook het gezicht niet.

Anticonceptie

Gebruikt uw kind een anticonceptiepil, dan kan de werking verstoord raken als uw kind vanwege de operatie bepaalde medicijnen krijgt of na de operatie last heeft van braken of diarree. Het is dan verstandig om extra voorbehoedsmiddelen te gebruiken, totdat weer begonnen wordt met een nieuwe strip.

Stoppen met roken

Als uw kind rookt, kan het daar in de twee weken voor de operatie beter mee stoppen. Dat heeft een aantal voordelen voor het herstel na de operatie en er is minder kans op complicaties door de anesthesie.

Meenemen

Als uw kind een bril draagt, is het handig om een brillenkoker van huis mee te nemen en als uw kind lenzen draagt, een bewaardoosje.

Bezoek preoperatieve poli

Voordat een operatiedatum wordt vastgesteld, heeft uw kind een afspraak op de preoperatieve poli met een anesthesioloog en een anesthesiemedewerker. Soms wordt uw kind alleen door de anesthesioloog gezien. Een operatie kan pas doorgaan als de anesthesioloog groen licht heeft gegeven.

Gesprek en lichamelijk onderzoek

De anesthesioloog houdt tijdens de operatie altijd de hartfunctie, bloedsomloop en ademhaling van uw kind in de gaten. Om te weten of uw kind voor of tijdens de operatie extra zorg nodig heeft, neemt de anesthesioloog een vragenlijst met u door, die u van tevoren kunt invullen. Ook worden het hart en de longen van uw kind onderzocht.

Keuze anesthesie (verdoving)

Tijdens de operatie is het lichaam van uw kind (gedeeltelijk) verdoofd, zodat het geen pijn voelt. Er zijn verschillende soorten anesthesie (verdoving). De anesthesioloog bespreekt met u wat voor uw kind het beste is. Dit hangt met name af van de soort operatie en de gezondheidstoestand van uw kind. Als u en uw kind voorkeur hebben voor een bepaald type verdoving, houdt de anesthesioloog daar zoveel mogelijk rekening mee, maar de veiligheid van uw kind staat voorop.

Medicijngebruik

De anesthesioloog vertelt welke medicijnen uw kind voor de operatie wel en niet kan gebruiken. Als uw kind diabetes heeft en insuline gebruikt, wordt voor uw kind een afspraak gemaakt bij de kinderarts.

Aanvullend onderzoek

De anesthesioloog kan het nodig vinden dat er aanvullend onderzoek wordt gedaan. Meestal gaat het dan om bloedonderzoek. Ook kan de anesthesioloog uw kind voor onderzoek verwijzen naar bijvoorbeeld de kinderarts.

 

Verdoving van het hele lichaam

Slaapmiddel, pijnstillers, spierverslappers

Bij een verdoving van het hele lichaam (dit heet narcose of algehele anesthesie) wordt uw kind met een slaapmiddel tijdelijk buiten bewustzijn gebracht. Uw kind merkt dus niets van de operatie. Ook worden sterke pijnstillers gegeven en vaak ook spierontspanners.

Het toedienen van het slaapmiddel gebeurt met een infuus (spuitje) via een infuusnaaldje in de hand of uw kind krijgt een kapje voor het gezicht.

Ademhaling

Het slaapmiddel en de pijnstillers hebben veel invloed op de adem­haling. Daarom krijgt uw kind voorafgaand aan de verdoving extra zuurstof via een kapje. Voor een goede zuurstofverzorging kan uw kind bovendien een buisje in zijn keelholte of luchtpijp krijgen, dat verbonden is met een beademings-apparaat (hierdoor kan uw kind na de operatie last hebben van keelpijn of heesheid).

Bijwerkingen

Misselijkheid

Na een operatie onder algehele verdoving kan uw kind last krijgen van misselijkheid. Hoeveel last hangt onder andere af van de soort operatie. Zo is er meer kans op misselijkheid na oogope­raties, ooroperaties en buikoperaties. Ook de mate waarin uw kind pijn heeft en de soort pijnstillers die uw kind krijgt, hebben invloed op de misselijkheid. Verder is de kans op misselijkheid groter als uw kind van tevoren veel stress heeft of gevoelig is voor reisziekte. De misselijkheid kan na een paar uur over zijn, maar kan ook een paar dagen aanhouden. Met medicijnen is het mogelijk om de klachten voor een groot deel te verhelpen.

Sufheid

Het is normaal als uw kind na een operatie onder algehele verdoving een tijdje suf is. Daar­om mag uw kind na een operatie in dagbehan­deling niet alleen naar huis en ook niet zelf fietsen of op een brommer rijden.

Verdoving van een deel van het lichaam

Afhankelijk van de soort operatie en de medische toestand van uw kind kan ervoor worden gekozen om alleen een deel van het lichaam te verdoven (regionale anesthesie). Daarnaast kan uw kind een roesje krijgen, zodat het slaapt tijdens de operatie. Ook is het soms nodig om als aanvulling op de regionale anesthesie een verdoving te geven voor het hele lichaam.

Regionale anesthesie­technieken

Zenuwblokkade

Bij een operatie aan bijvoorbeeld een schouder, hand, knie of voet is een zenuwblokkade vaak een goede manier om ervoor te zorgen dat uw kind geen pijn heeft. De zenuwen in het te opereren lichaamsdeel worden dan verdoofd. Met een zenuwblokkade is uw kind meestal 24 uur na de operatie nog pijnvrij en soms zelfs nog langer.

Tot de verdoving is uitgewerkt, kan uw kind zijn schouder, hand, knie of voet niet of nauwelijks bewegen.

Caudaal anesthesie

Bij heel jonge kinderen kan ter hoogte van het staartbotje plaatselijk verdovingsvloeistof worden inge­spoten (caudaal anesthesie). Hierdoor wordt het onderlichaam vanaf de liezen tot aan de voeten verdoofd.

Zolang de verdoving werkt, heeft uw kind minder kracht in zijn been.

Op de operatieafdeling

Voorbereiding op de kinder- en jeugdafdeling

Op de kinder- en jeugdafdeling wordt uw kind voorbereid op de operatie:

  • Uw kind krijgt een medicijn tegen de pijn na de operatie.
  • Als uw kind onder algehele verdoving wordt gebracht met een infuus, krijgt het verdovingszalf op de plaats waar het infuusnaaldje komt. Dit is op de handen of ellebogen en heel soms op de voeten. Er is dan van het inbrengen van het infuusnaaldje bijna niets te voelen.
  • Kinderen vanaf 1 jaar krijgen ongeveer een half uur voor de operatie een middel (Dormicum) waar ze slaperig van worden. De hoeveelheid Dormicum is afhan­kelijk van het gewicht van uw kind.

Voorbereidingsruimte op de operatie­afdeling

Op de operatieafdeling komt uw kind eerst in de voorbereidingsruimte. Daar zijn de anes­thesioloog en de anesthesiemedewerker die ook bij de operatie aanwezig zijn.

Uw kind krijgt plakkers op zijn borst om het hartritme te controleren en een klemmetje om zijn vinger om het zuurstofgehalte in het bloed te bepalen. Ook krijgt uw kind een bloeddrukmeter om zijn arm.

Als de afspraak is dat uw kind algehele verdoving krijgt met een infuus, wordt in de voorbereidingsruimte een infuusnaaldje ingebracht.

Operatiekamer

Vanaf de voorbereidingsruimte gaat uw kind naar de operatiekamer.

Voor de start van de operatie neemt het operatieteam nog een keer met u door wat de reden is van de operatie, om wat voor operatie het gaat en wat voor verdoving uw kind krijgt (dit is een veiligheidsprocedure).

Daarna wordt uw kind in slaap gebracht. Als uw kind diep in slaap is, begint de operatie.

Aanwezigheid ouder

In principe kunt u op de operatieafdeling blijven tot uw kind slaapt.

Als u zwanger bent, kunt u wel met uw kind mee naar de voorbereidingsruimte, maar het wordt afgeraden om mee te gaan naar de operatiekamer. Met de anesthesioloog kunt u bespreken wat u het beste kunt doen.

Om hygiënische redenen is het verplicht om op de ope­ratieafdeling ‘schone’ kleren te dragen. Daarom krijgt u, voordat u deze ruimte binnengaat, een overall om over uw eigen kleren aan te trekken, een mutsje en schoenhoesjes.

Na de operatie

Na de operatie gaat uw kind naar de verkoeverkamer. Met speciale apparatuur worden de ademhaling, het hartritme en de bloed­druk in de gaten gehouden. Soms krijgt uw kind extra zuurstof of is het nodig om de ademhaling tijdelijk te ondersteunen met een beademingsapparaat.

Als uw kind op de verkoeverkamer is aangekomen, mag u zo snel mogelijk naar uw kind toe.

Uw kind gaat terug naar de kinder- en jeugdafdeling wanneer de belang­rijkste lichaams­functies weer normaal of stabiel zijn.

Pijnbehandeling na de operatie

Pijnmeting

Goede pijnstilling na een operatie is belangrijk voor het herstel. Uw kind kan dan beter ademen, hoes­ten, bewegen, slapen en eten. Regelmatig komt een verpleegkundige bij uw kind vragen hoe het gaat met de pijn. Aan de hand van een cijfer van 0 tot 10 of een liniaal met huilende en lachende gezichtjes kan uw kind aangeven hoeveel pijn het heeft. Zo nodig worden er extra maatregelen genomen om de pijn te verminderen.

Pijnbehandeling

Wat de beste pijnbehandeling is na een operatie, hangt af van de soort operatie, de gezondheidstoestand van uw kind en de duur van de opname:

  • Uw kind kan een tablet krijgen tegen de pijn, een zetpil of een drankje.
  • Als er sterke pijnstillers nodig zijn, krijgt uw kind een injectie of een infuus.
  • Als bij een operatie aan bijvoorbeeld de schouder, hand, knie of voet een zenuwblokkade wordt gebruikt, zorgt deze ervoor dat uw kind in ieder geval de eerste 24 uur na de operatie geen pijn voelt. Is er langer pijnstilling nodig, dan wordt voor de zenuwblokkade een slangetje gebruikt waarmee uw kind na de operatie extra medicijnen tegen de pijn kan krijgen.
  • Als uw kind pijnmedicijnen krijgt via een infuus of een slangetje, kan ervoor worden gekozen om het infuus of het slangetje te koppelen aan een pijnpomp. Hiermee kan uw kind zelf regelen hoeveel pijnmedicijnen het krijgt.
  • Soms worden verschillende pijnbestrijdingsmethoden gecombineerd.

Door medicijnen tegen de pijn kan uw kind last krijgen van misselijkheid. Andere mogelijke bijwerkingen zijn suf­heid, jeuk, plas­problemen en, bij een zenuwblokkade, een slap gevoel in bijvoorbeeld een arm of been.

Als uw kind pijnbestrijding krijgt via een slangetje of een pijnpomp, komt de eerste drie dagen na de operatie een anesthesiemedewerker bij uw kind langs die deskundig is op het gebied van pijnbehandeling na een operatie.

Contact opnemen

Als er tussen het bezoek aan de preoperatieve poli en de opnamedag veranderingen zijn in de gezondheidstoestand of het medicijngebruik van uw kind, wilt u dan contact opnemen met de preoperatieve poli? Deze is op werkdagen bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur op telefoonnummer (0592) 32 56 80.

 

anest02 - december 2018