Aan het einde van het leven vinden - soms na een kort, soms na een lang ziekbed - lichamelijke en geestelijke veranderingen plaats die wijzen op het naderend sterven. Niet alle veranderingen zien we bij iedere stervende en ook niet in dezelfde mate. Ook de volgorde waarin ze verschijnen, verschilt van persoon tot persoon: ieder mens en ieder sterfbed is uniek.

Mensen die sterven, hebben vaak weinig of geen behoefte meer aan eten en drinken. Dit brengt met zich mee dat ze zullen afvallen en er anders uit gaan zien. Ook de ademhaling kan in deze laatste fase anders worden. Waar de ademhaling voorheen regelmatig was, kan deze nu schokkend en onregelmatig zijn.

In deze laatste fase van het leven lijkt het vaak of de stervende zich steeds meer terugtrekt en steeds moeilijker te bereiken is. Het kan echter ook zijn dat iemand juist onrustig en verward wordt. Als het erop lijkt dat de stervende hier zelf last van heeft, kan de arts hem eventueel rustgevende medicatie toedienen.

Woorden voor bij het einde

De geestelijk verzorger van het WZA heeft een boekje met gedichten samengesteld die een steun kunnen zijn als u waakt bij een dierbare die stervende is.

Na het overlijden

Als uw naaste overleden is, kunt u rustig de tijd nemen om op een voor u goede manier afscheid te nemen. Daarna kunt u contact opnemen met de uitvaartver­zorger. Als u wilt helpen met de laatste verzorging kan dat. De verzorgende of verpleegkundige kan u daarin begeleiden. Bedenk dat er ook in deze verdrietige periode van afscheid nemen en rouw, mensen zijn die u willen bijstaan. 

Bron: IKNL