Afwijkend uitstrijkje

Colposcopie, lisexcisie

  • Specialisme of afdeling Gynaecologie
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
  • Wachttijd
    4 weken

In het kort

Er is bij u een uitstrijkje gemaakt om het ontstaan van baarmoederhalskanker vroegtijdig op te sporen. De huisarts stuurt u naar de gynaecoloog omdat er HPV (humaan papillomavirus) in het uitstrijkje zit en omdat de cellen in het uitstrijkje er afwijkend uit zagen.
Een afwijkend uitstrijkje betekent meestal niet dat u baarmoederhalskanker hebt. Vaak gaat het om afwijkende cellen. Dit kan vanzelf verdwijnen óf is met een kleine ingreep goed te behandelen. De gynaecoloog kijkt met een microscoop buiten het lichaam, naar de baarmoederhals (colposcopie). De gynaecoloog kijkt hoe sterk de cellen afwijken en hoe groot het afwijkende gebied is. De arts kan een stukje weefsel (biopt) wegnemen voor onderzoek. De arts kan ook een groter gebied van de baarmoederhals wegnemen (lisexcisie). U krijgt daarna altijd een afspraak om na een half jaar tot een jaar, een controle-uitstrijkje te laten maken.

Baarmoederhalskanker

Hoe ontstaat baarmoederhalskanker?

Baarmoederhalskanker ontstaat vrijwel altijd door een langdurige besmetting met HPV, het humaan papillomavirus. Het duurt lang (zo’n 10 tot 15 jaar) voordat een HPV- infectie tot baarmoederhalskanker leidt. De grootste kans op baarmoederhalskanker hebben vrouwen tussen de 30 en 45 jaar. Baarmoederhalskanker is niet erfelijk.

Humaan papillovirus (hrHPV)

Het virus zit vaak al in de schaamstreek en kan de baarmoederhals besmetten bij seksueel contact. Naast vaginale seks kan het virus ook door voorwerpen die de vagina in gaan, de baarmoederhals besmetten. U kunt zich niet voldoende tegen dit virus beschermen. Er zijn meer dan 100 soorten HPV. Sommigen daarvan geven een verhoogd risico op baarmoederhalskanker. Deze worden het hoog risico humaan papillomavirus (hrHPV) genoemd.

  • Bijna iedereen die seksueel actief is, raakt een keer besmet met hrHPV.
  • Condooms beschermen wel wat, maar niet volledig tegen HPV-besmetting.
  • U of uw partner merkt het niet als u hrHPV heeft.
  • Een HPV-besmetting heeft bij mannen veel minder vaak gevolgen dan bij vrouwen.
  • Er is geen behandeling voor hrHPV. Meestal verdwijnt het virus vanzelf. Uw lichaam ruimt het meestal op binnen zo’n 2 tot 3 jaar.
  • Als er hrHPV wordt gevonden in een uitstrijkje, kunt u het virus al langere tijd hebben.
  • hrHPV kan afwijkende cellen van de baarmoederhals geven. Deze kunnen verwijderd worden. Daarmee wordt voorkomen dat de afwijkende cellen uitgroeien tot baarmoederhalskanker.
  • Hoe afwijkend de cellen zijn in het uitstrijkje, wordt aangegeven in een PAP uitslag. PAP 1 betekent dat de cellen normaal zijn. Afwijkende uitslagen zijn PAP 2, 3a1, 3a2, 3b, 4 of 5.
  • Vrouwen die roken raken het hrHPV-virus minder goed kwijt. Als u stopt met roken is de kans groter dat uw lichaam de afwijking in de cellen van de baarmoederhals weer kan herstellen zonder behandeling.

Onderzoek

U hebt eerst een gesprek met de gynaecoloog. De gynaecoloog stelt u een aantal vragen geeft u informatie over:

  • Afwijkende uitstrijkjes
  • Colposcopie (kijken met een microscoop naar de baarmoederhals)
  • De eventuele behandeling
  • Het vervolgtraject.

Aarzel niet om vragen te stellen.

De colposcopie

De gynaecoloog brengt een spreider (ook wel eendenbek genoemd) in de vagina, net als bij het maken van een uitstrijkje. Dit kan een onplezierig gevoel geven.
De gynaecoloog plaatst voor de ingang van de vagina een microscoop met een fel licht. Dit is de colposcoop. De gynaecoloog kan zo goed naar de baarmoederhals en de vagina kijken. Om meer details te kunnen zien, brengt de gynaecoloog één of meerdere kleurstoffen op de baarmoederhals aan:

  • De kleurstof azijnzuur; dit kunt u soms wat ruiken. Sommige vrouwen voelen de vloeistof wat prikken.
  • De kleurstof lugol; dit is een geurloze bruine kleurstof die jodium bevat. Vertel het uw gynaecoloog als u allergisch bent voor jodium.

De gynaecoloog bekijkt de baarmoederhals goed. Als de gynaecoloog geen verdachte plekjes ziet is er geen behandeling nodig. U blijft wel onder controle.

Biopt (stukje weefsel) weghalen

Ziet de gynaecoloog een afwijking in de baarmoederhals? Dan neemt de gynaecoloog met een kleine tang een (of meerdere) stukjes weefsel uit het afwijkende gebied. Dit stukje weefsel gaat naar de patholoog, die het onderzoekt onder de microscoop.

Het nemen van een biopt kan even pijn doen. U voelt dit minder als u hoest tijdens het afnemen van het biopt. Er ontstaat een klein wondje dat kan bloeden. Soms stipt de arts het wondje aan met zilvernitraat om het bloeden te verminderen. U voelt dan wat lichte krampen onder in de buik. Meestal bloedt het wondje een beetje. U kunt een paar dagen maandverband gebruiken.

Duurt het langer of is het meer dan een gewone menstruatie? Neem dan contact op met de polikliniek Gynaecologie.

Uitslag biopt

De gynaecoloog belt u na één tot twee weken voor de uitslag van het weefselonderzoek. De uitslag van het baarmoederhalsonderzoek door de gynaecoloog wordt uitgedrukt in CIN. CIN is een afkorting van Cervicale Intraepitheliale Neoplasie.

  • CIN 1 - Lichte onrust in de cellen
  • CIN 2 - Matige onrust in de cellen
  • CIN 3 - Ernstige onrust in de cellen

Bij welke uitslag is een behandeling nodig?

CIN 1:

  • Er is geen behandeling nodig.
  • De afwijkende cellen verdwijnen meestal vanzelf.
  • Er worden vervolguitstrijkjes gemaakt om dit te controleren.

CIN2:

  • Er is soms behandeling nodig.
  • De afwijkende cellen kunnen ook vanzelf verdwijnen.
  • De gynaecoloog geeft een advies om af te wachten of te behandelen. Hierbij houdt de arts rekening met uw leeftijd en of u nog zwanger wilt worden.

CIN3:

  • De gynaecoloog adviseert een behandeling.
  • De kans is klein dat de afwijking vanzelf verdwijnt.
  • Passen de uitslag van uw uitstrijkje én de bevindingen van de colposcopie bij een CIN 3 afwijking? Dan kan de gynaecoloog besluiten om geen biopten af te nemen, maar u direct te behandelen (lisexcisie).

Mogelijke behandeling: lisexcisie

Een mogelijke behandelingen na een colposcopie is een lisexcisie. 
Bij een lisexcisie neemt de gynaecoloog een stuk weefsel van de baarmoederhals weg. Hierin zitten de afwijkende cellen. De gynaecoloog gebruikt voor het wegnemen een dunne metalen draad in de vorm van een lus (lis). De lis wordt elektrisch verhit. De ingreep vindt meestal poliklinisch plaats. 

De behandeling

U krijgt een plakker op uw been om de stroom te geleiden. De arts brengt een spreider in om de baarmoederhals te zien. De baarmoederhals wordt plaatselijk verdoofd, de arts vraagt u om tegelijkertijd even te hoesten. De pijn van de verdovingsprikken wordt door veel vrouwen vergeleken met een verdovingsprik bij de tandarts. Wilt u liever een ruggenprik, narcose of een roesje? Bespreek dit dan van tevoren met uw gynaecoloog.

De gynaecoloog neemt met een dunne metalen lis een stukje van de baarmoederhals weg. De lis is elektrisch verhit. Van de lisexcisie zelf voelt u meestal niets, behalve de warmte van de rook. Na het weghalen van het weefsel wordt de wond die ontstaan is dichtgebrand. Dit geeft soms een onaangenaam geluid en een wat branderige geur. U kunt wat rook zien.
De patholoog onderzoekt het weefsel onder de microscoop. Na één tot twee weken belt de gynaecoloog u op met de uitslag van dit onderzoek.

Nadelen van een lisexcisie

De baarmoederhals wordt korter. Hierdoor neemt de kans op een vroeggeboorte bij een zwangerschap iets toe. Deze kans neemt vooral toe als u vaker een lisexcisie hebt gehad.

Uw herstel na een lisexcisie

Door de lisexcisie is er een kleine wond in de baarmoederhals. De wond kan bloederige afscheiding geven. Dit kan enkele weken aanhouden. Na ongeveer een week kunt u opnieuw of meer bloedverlies krijgen. Dit is normaal omdat het korstje dan loslaat. Gebruik voor het opvangen van dit bloed/afscheiding geen tampons, alleen maandverband. Zolang u bloedverlies of bloederige afscheiding heeft is het verstandig niet te vrijen, geen tampons te gebruiken, niet te zwemmen of in bad te gaan. Zo verlaagt u de kans op een ontsteking van de wond. Daarnaast is het belangrijk om niet te zwaar te tillen. Vermijd alle bewegingen waarbij de druk op de buik komt.

Contact opnemen

  • Bij koorts.
  • Bij veel bloedverlies (meer dan bij een menstruatie). Ongeveer 1 van de 20 vrouwen heeft last van veel bloedverlies na een lisexcisie.
  • Ook als u twijfelt kunt u met vragen contact met ons opnemen.

Mogelijke behandeling: conisatie

Is de afwijking te groot voor een lisexcisie? Of ligt de afwijking verder in de baarmoederhals? Dan kunt u een conisatie krijgen. Dit gebeurt op de operatiekamer, onder algehele narcose of met een ruggenprik.

De behandeling

De gynaecoloog snijdt een kegelvormig stukje weefsel weg met een mes en hecht de baarmoederhals. Als de wond blijft bloeden, plaatst de gynaecoloog een speciale tampon. Met deze tampon kunt u niet plassen. Daarom krijgt u ook een katheter in uw blaas. De verpleegkundige verwijdert de tampon en katheter na enkele uren. U gaat dezelfde dag nog naar huis.
De patholoog onderzoekt het weefsel onder de microscoop. De gynaecoloog belt u op met de uitslag van dat onderzoek na één tot twee weken of maakt een afspraak op de polikliniek.

Nadelen van een conisatie

Een conisatie gebeurt onder narcose of met een ruggenprik. De baarmoederhals wordt korter. Hierdoor is de kans op een vroeggeboorte groter. Er kan littekenweefsel in de baarmoederhals ontstaan. Hierdoor kan het menstruatiebloed niet goed afvloeien. Dit geeft klachten bij de menstruatie: minder bloedverlies en meer buikpijn dan u gewend bent. Ook het afnemen van een vervolguitstrijkje kan lastig zijn.

Uw herstel na een conisatie

Door de conisatie is er een kleine wond in de baarmoederhals. Deze kan één tot enkele weken een bloederige afscheiding geven. Het bloedverlies wordt steeds minder. Na ongeveer een week kunt u opnieuw of meer bloedverlies krijgen. Het korstje heeft dan losgelaten, dit is normaal.

Adviezen voor een vlot herstel: zolang u bloedverlies of bloederige afscheiding heeft, is het verstandig niet te vrijen, geen tampons te gebruiken, niet te zwemmen of in bad te gaan. Zo verlaagt u de kans op een ontsteking van de wond. Ga niet zwaar tillen, probeer alles waarbij druk op de buik komt te vermijden.

Het vervolgtraject

U blijft onder controle van de gynaecoloog.
Afhankelijk van de uitslag van de colposcopie en eventueel van het weefsel als dat is afgenomen (biopt), wordt er na 6 of 12 maanden opnieuw een uitstrijkje gemaakt. Er wordt in het eerste vervolguitstrijkje gekeken naar de aanwezigheid van afwijkende cellen (de PAP-uitslag) en eventueel naar de aanwezigheid van hrHPV. Hoe snel daarna een vervolguitstrijkje nodig is, hangt af van de uitslag. De gynaecoloog bespreekt dit met u zodra de uitslagen bekend zijn.
Zijn de uitslagen van de uitstrijkjes weer goed? Dan adviseert de gynaecoloog u verdere uitstrijkjes (weer) via het bevolkingsonderzoek te laten uitvoeren.

Wat kunt u zelf doen?

Roken zorgt ervoor dat het lichaam het hrHPV-virus niet kan opruimen. Wij adviseren u daarom met klem om te stoppen met roken. Als u niet rookt is de kans groter dat de afwijking vanzelf verdwijnt en niet meer terugkomt. Hebt u hulp nodig bij het stoppen met roken? Bespreek dit met uw gynaecoloog of huisarts, of kijk op www.ikstop.nl

Vragen?

Als u een vraag hebt, kunt u contact opnemen met de medewerkers van de polikliniek Gynaecologie. U kunt hen op verschillende manieren bereiken.

  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen. Let op: u kunt pas een app’je sturen als een medewerker van de polikliniek in de BeterDichtbij app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt uw vraag stellen via MijnWZA (uw digitale dossier). U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen.
  • U kunt bellen naar de polikliniek Gynaecologie. De medewerkers zijn op werkdagen bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur, telefoonnummer (0592) 32 52 70.

Is het dringend?

Hebt u een dringende vraag, dan is het altijd het beste om te bellen!

Gynae54 - november 2019