Anesthesie (verdoving) bij een kind

  • Specialisme of afdeling Preoperatieve poli
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur

In het kort

Om ervoor te zorgen dat uw kind tijdens de operatie geen pijn voelt, krijgt het anesthesie (verdoving). Er zijn verschillende methoden om te verdoven. Bij het maken van een keuze staat de veiligheid van uw kind altijd voorop. Ook na de operatie doen we er alles aan om de pijn zo goed mogelijk te behandelen.

Voorbereiding thuis: nuchter

Voor een operatie met anesthesie moet uw kind nuchter zijn. Anders kan de operatie niet doorgaan! Door de verdoving werken de reflexen niet die ervoor zorgen dat er geen voedsel of vloei­stof vanuit de maag in de longen komt. Als uw kind voor een operatie eet of drinkt anders dan voorgeschreven, is dat levensgevaarlijk.(Als u meegaat naar de operatie-afdeling, moet ú wel eten en drinken, om niet draaierig te worden.)

Als uw kind ’s morgens wordt geopereerd (8-12 uur)

  • Na 24.00 uur de avond voor de operatie mag uw kind niet meer eten. 
  • Tot de afgesproken opnametijd mag uw kind alleen heldere vloeistoffen drinken: water, thee, zwarte koffie en ranja. Géén melk of andere zuivelproducten (ook niet in de koffie of de thee) en géén vruchtensap.
  • Eventuele medicijnen kan uw kind innemen met een slokje water.

Als uw kind ’s middags wordt geopereerd (12-17 uur)

  • Uw kind mag tot 6.00 uur eten: een of twee beschuiten met jam of appel­stroop zonder boter.
  • Tot de afgesproken opnametijd mag uw kind alleen heldere vloeistoffen drinken: water, thee, zwarte koffie en ranja. Géén melk of andere zuivelproducten (ook niet in de koffie of de thee) en géén vruchtensap.
  • Eventuele medicijnen kan uw kind innemen met een slokje water.

Baby’s

  • Flesvoeding mag tot zes uur voor de afgesproken opnametijd.
  • Borstvoeding mag tot vier uur voor de afgesproken opnametijd.
  • Water, suikerwater of ranja mag tot de afgesproken opnametijd.
  • Eventuele medicijnen kan uw kind innemen met een slokje water.

Afhankelijk van het tijdstip van de operatie kan uw kind op de verpleegafdeling nog kleine beetjes te drinken krijgen.

Verdere voorbereiding thuis

Geen sieraden, piercings of make-up

Tijdens de operatie mag uw kind geen sieraden dragen of piercings in hebben. Als het niet lukt om ringen thuis af te krijgen, kan een juwelier helpen. Ringen worden in het ziekenhuis doorgezaagd! Ook mag uw kind geen make-up op hebben. Nagellak, kunstnagels of gelnagels kunnen blijven zitten.

Geen crème of lotion

De dag van de operatie mag uw kind geen crème of lotion op hebben.

Stoppen met roken

Het is verstandig om in ieder geval zes weken voor de operatie niet te roken. Dat is beter voor het herstel en vermindert de kans op complicaties.

Anticonceptie

Door bepaalde medicijnen, braken of diarree kan de werking van een anticonceptiepil verstoord raken. Daarom is het verstandig voor en na de operatie extra voorbehoedsmiddelen te gebruiken tot het begin van een nieuwe strip.

Preoperatieve poli

Voordat een operatiedatum wordt vastgesteld, heeft uw kind een afspraak op de preoperatieve poli. Er is een gesprek met een anesthesioloog en een anesthesiemedewerker. Ook wordt er lichamelijk onderzoek gedaan. Een operatie kan pas doorgaan als de anesthesioloog groen licht heeft gegeven. (Het is mogelijk dat de anesthesioloog die bij de operatie is, een ander is dan degene die u op de preoperatieve poli ziet.) 

Keuze verdoving

Tijdens de operatie is (een deel van) het lichaam verdoofd, zodat uw kind geen pijn voelt. Er zijn verschillende soorten verdoving. Wat voor uw kind de beste manier is, hangt vooral af van de soort operatie en de gezondheid van uw kind.

Medicijngebruik

Eventuele medicijnen kan uw kind in de aanloop naar de operatie gewoon doorgebruiken. Als het wel nodig is om het medicijngebruik aan te passen, zegt de anesthesioloog dat tijdens het bezoek aan de preoperatieve poli of wordt het verteld door de arts die uw kind opereert. Als uw kind diabetes heeft en insuline gebruikt, wordt een afspraak gemaakt bij een kinderarts.

Aanvullend onderzoek

Er kan extra onderzoek nodig zijn, zoals een bloedonderzoek of onderzoek door een andere specialist.

Algehele anesthesie (narcose)

Bij algehele anesthesie (narcose) wordt uw kind met een slaapmiddel buiten bewustzijn gebracht. Uw kind merkt dus niets van de operatie.

Uw kind krijgt het slaapmiddel via een infuus in de hand of via een kapje voor het gezicht.

Ademhaling

Narcose heeft invloed op de adem­haling van uw kind. Daarom krijgt het van tevoren extra zuurstof via een kapje (ook als het slaapmiddel via een infuus wordt gegeven). Tijdens de operatie heeft uw kind een buisje in zijn keel dat is verbonden met een beademingsapparaat.

Bijwerkingen van narcose

  • Na de operatie kan uw kind last krijgen van misselijkheid. Dit is vooral zo na oogope­raties, ooroperaties en buikoperaties. Ook pijn en de soort pijnstillers die uw kind krijgt, hebben invloed. Als uw kind gevoelig is voor reisziekte, zal het ook eerder misselijk worden. Met medicijnen is misselijkheid voor een groot deel te verhelpen.
  • Het is normaal als uw kind na de operatie een tijdje suf is. Daar­om mag uw kind na een operatie in dagbehan­deling niet alleen naar huis en ook niet zelf fietsen of autorijden.
  • Door het buisje in zijn keel kan uw kind na de operatie last krijgen van keelpijn en heesheid.

Gedeeltelijke anesthesie (regionale anesthesie)

Bij gedeeltelijke (regionale) anesthesie wordt een deel van het lichaam verdoofd. Als uw kind tijdens de operatie liever wil slapen, kan het een roesje krijgen.

Zenuwblokkade

Bij een operatie aan een schouder, hand, knie of voet is een zenuw-blokkade vaak een goede manier om ervoor te zorgen dat uw kind geen pijn heeft. De zenuwen in het te opereren lichaamsdeel worden dan verdoofd.

De verdoving werkt door tot na de operatie, zodat uw kind ook de eerste 12 tot 24 uur na de operatie geen pijn heeft.

Tot de verdoving is uitgewerkt, kan uw kind het verdoofde lichaamsdeel minder goed of niet bewegen

Caudaal anesthesie

Heel jonge kinderen kunnen ter hoogte van het staartbotje een injectie krijgen met verdovingsvloeistof. Het hele onderlichaam, vanaf de liezen tot aan de voeten, wordt daardoor verdoofd. Zolang de verdoving werkt, heeft uw kind minder kracht in zijn benen.

Een ruggenprik

Bij een ruggenprik krijgt uw kind tussen twee rugwervels een injectie met een verdovingsmiddel (spinale anesthesie). Dit kan worden gedaan bij een operatie aan de onderbuik, heupen, knieën of voeten. Meestal houdt de verdoving drie tot zes uur aan. Zolang de verdoving werkt, heeft uw kind geen of minder gevoel in zijn onderlichaam en benen.

Een ruggenprik doet minder pijn dan veel mensen denken. Als uw kind er toch tegenop ziet, kan het van tevoren een roesje krijgen

Op de operatieafdeling

Voorbereidingsruimte

Om het hartritme, de bloeddruk en het zuurstofgehalte van het bloed tijdens de operatie goed in de gaten te kunnen houden, wordt uw kind aangesloten op bewakingsapparatuur.

Operatiekamer

Op de operatiekamer vindt eerst een ‘check-procedure’ plaats: er worden dan een paar vragen aan u en uw kind gesteld. Daarna krijgt uw kind verdoving. Als de verdoving is ingewerkt, begint de operatie.

Aanwezigheid ouder

U kunt bij uw kind blijven (één ouder) totdat uw kind in slaap is gevallen.

Als u zwanger bent en uw kind krijgt verdoving met een kapje, kunt u mee naar de voorbereidingsruimte maar beter niet naar de operatie-afdeling. Ook als uw kind voor een spoedoperaties komt, kunt u vaak niet mee tot in de operatiekamer. U blijft dan bij uw kind tot in de voorbereidingsruimte.

Voordat u de operatieafdeling binnengaat, krijgt u een overall om over uw eigen kleren aan te trekken, een mutsje en schoenhoesjes.

Na de operatie

Na de operatie gaat uw kind eerst naar de verkoeverkamer (uitslaapkamer). U mag dan weer naar uw kind toe.

Als de belang­rijkste lichaams­functies weer normaal of stabiel zijn, gaat uw kind terug naar de kinder- en jeugdafdeling.

Pijnbehandeling na de operatie

Goede pijnbehandeling na een operatie is belangrijk voor het herstel. Uw kind kan dan beter ademen, hoes­ten, bewegen, slapen en eten. Daarom komt er een paar keer per dag een (pijn)verpleegkundige bij uw kind om te vragen hoe het is met de pijn. Als dat nodig is, krijgt uw kind extra medicijnen tegen de pijn. Ook op andere momenten willen de verpleegkundigen het graag weten als uw kind pijn heeft.

  • Tegen de pijn kan uw kind een tablet, een zetpil of een drankje krijgen. Eventueel een injectie of een infuus.
  • Is na een zenuwblokkade langer pijnstilling nodig dan 24 uur? Dan wordt voor de zenuwblokkade een slangetje gebruikt waardoor uw kind na de operatie extra pijnmedicijnen kan krijgen.
  • Voor pijnmedicijnen via een infuus of slangetje kan uw kind een pijn-pomp krijgen. Hiermee kan het zelf de hoeveelheid regelen.

Contact

  • Vragen? De preoperatieve poli is op werkdagen te bereiken van 8.30 tot 16.30 uur op (0592) 32 56 80. Bel daarbuiten met dringende vragen naar de Spoedeisende Hulp, (0592) 32 52 78.
  • Als de gezondheid of het medicijngebruik van uw kind verandert tussen het bezoek aan de preoperatieve poli en de operatiedag, neem dan contact op met de preoperatieve poli.

 

anest02 - oktober 2020