Borstsparende operatie bij borstkanker

  • Specialisme of afdeling Mammacentrum
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
  • Wachttijd
    2 weken

In het kort

Bij een borstsparende operatie verwijdert de chirurg de kwaadaardige tumor in uw borst samen met een deel van het gezonde borstweefsel dat om de tumor heen zit. Na een borstsparende operatie is altijd radiotherapie (bestraling) nodig. Over het algemeen kunt u na een borstsparende operatie dezelfde dag weer naar huis. Ongeveer een week na de operatie wordt met u besproken of er nabehandeling nodig is, bijvoorbeeld chemotherapie of hormoontherapie.

Wat voor operatie?

Als u borstkanker hebt en u moet worden geopereerd, dan is er de keuze tussen een borstsparen­de operatie en een operatie waarbij de hele borst verwijderd wordt. Bij de beslissing wat in uw geval de beste operatie is, spelen verschillende zaken mee. De chirurg of verpleegkundig specialist zal uitgebreid met u bespreken wat de voors en tegens zijn van beide operaties. Bij de meeste vrouwen is een borstsparende operatie mogelijk.

Na een borstsparende operatie is altijd radiotherapie (bestraling) nodig. 

Het is niet zo dat uw borst er na een borstsparende operatie nog net zo uitziet als voor de operatie. Soms is er bijna geen verschil te zien, maar het is ook mogelijk dat de geope­reerde borst kleiner is of dat de borst een beetje is ingedeukt. Ook kan de tepel op een wat andere plaats zitten. Door radiotherapie kan de huid er ook anders uit gaan zien. 

De chirurg die u begeleidt en opereert is een mammachirurg, gespecialiseerd in operaties bij borstkanker.

Voorbereiding thuis

  • Als uit de neusscreening voor de operatie is gebleken dat u de bacterie Staphylococcus aureus hebt, moet u een paar dagen neuszalf en speciale desinfecterende zeep gebruiken.
  • Vijf dagen voor de operatie mag u het operatiegebied (uw borst en oksel) niet scheren of ontharen.
  • De dag van de operatie mag u uw huid niet insmeren met bodymilk of body­lotion.
  • Een aantal uren voor de operatie mag u niets eten of drinken.
  • Als u bloedverdunners gebruikt, is het mogelijk dat u daar een aantal dagen van tevoren mee moet stoppen.
  • U mag geen sieraden dragen tijdens de operatie, doe sieraden thuis al af.

Tijdens het preoperatieve spreekuur krijgt u verdere uitleg over de dingen waarmee u in de aanloop naar de operatie rekening moet houden.

De operatie

Opname

Over het algemeen wordt u opgenomen op de dag van de operatie en gaat u dezelfde dag weer naar huis.

Verdoving

De operatie vindt plaats onder narcose (algehele verdoving). U krijgt een slaapmiddel waardoor u niets van de operatie merkt. Ook krijgt u sterke pijnstillers.

Verwijderen van de schildwachtklier

Aan het begin van de operatie haalt de chirurg een lymfeklier uit de oksel aan de kant van de te opereren borst. Deze lymfeklier heet 'schildwachtklier'. Uitzaaiingen van een borsttumor komen eerst in de schildwachtklier terecht. Als er geen tumorcellen worden gevonden in de schildwachtklier, is het vrijwel zeker dat er ook geen uitzaaiingen zijn in de andere lymfeklieren in de oksel. De schildwachtklier gaat voor onderzoek naar een laboratorium. Bij de eerste controleafspraak krijgt u van de chirurg of verpleegkundig specialist de uitslag van het onderzoek.

Voorbereiding
Van tevoren wordt op de afdeling Nucleaire geneeskunde onderzocht waar de schildwachtklier precies zit. Dit gebeurt op de operatiedag zelf of de dag ervoor. U krijgt een injectie met een radioactieve stof in uw borst. De radioactieve stof verspreidt zich naar de schildwachtklier. Na twee uur wordt er een röntgenfoto gemaakt en wordt met een viltstift op uw huid de plaats van de schilwachtklier aangegeven. Aan het begin van de operatie spuit de chirurg op die plek kleurstof in uw borst, waardoor de schildwachtklier blauw wordt. Zo weet de chirurg precies welke lymfeklier moet worden verwijderd. 

De operatie 

De chirurg verwijdert de kwaadaardige tumor samen met een deel van het gezonde borstweefsel dat om de tumor heen zit. Dit laatste gebeurt om er zo zeker mogelijk van te zijn dat er geen kwaadaardige cellen in de borst achterblijven.

Het verwijderde borstweefsel gaat voor onderzoek naar een laboratorium. De uitslag van dit onderzoek (de PA-uitslag) bepaalt mee welke verdere behandeling na de operatie noodzakelijk is. 

Na de operatie

Telefonisch contact

Kort na uw ontslag uit het ziekenhuis belt een mammacareverpleegkundige u op om te horen hoe het met u gaat.

Uitslagen schildwachtklier- en weefsel­onderzoek en wondcontrole

Vijf tot zeven werkdagen na de operatie hebt u een afspraak met de chirurg of verpleegkundig specialist. Deze bespreekt de uitslagen van het schildwachtklieronderzoek en het weefselonderzoek met u en bekijkt of de operatiewond goed geneest. 

Uitslagen schildwachtklier- en weefsel­onderzoek

Na een borstsparende operatie krijgt u altijd radiotherapie. Welke aanvullende behandeling u eventueel verder krijgt, hangt af van de uitslagen van het schildwachtklieronderzoek en het weefselonderzoek. Het kan gaan om chemotherapie, hormoontherapie, immunotherapie of een combinatie. Voordat u een advies krijgt voor verdere behandeling, is er altijd overleg geweest binnen het oncologisch team. Naast de chirurg en ver­pleegkundig specialist bestaat het team uit een internist-oncoloog, een radioloog, een radio­therapeut en een patholoog (arts gespecialiseerd in weefselonderzoek). 

Armmeting

Als tijdens de operatie de lymfeklieren in een van uw oksels zijn weggeghaald, hebt u na ongeveer vier weken een afspraak met een mammacareverpleegkundige. Zij meet dan de omvang van uw arm. Na de eerste controle hebt u het eerste jaar na de operatie om de drie maanden een armmeting, het tweede jaar om de zes maanden.

Radiotherapie

Vier tot zes weken na de operatie begint u met radiotherapie. De bestralingsperiode zelf duurt ook vier tot zes weken. U gaat dan iedere dag, behalve in het weekend, naar het UMCG of naar de behandellocatie voor radiotherapie van het UMCG in Emmen.

Waar u thuis op moet letten

De eerste weken na de operatie kan de wond pijn doen en trekken. De huid rond de wond kan wat verkleurd zijn en soms is het littekengebied wat gezwollen. Dit wordt geleidelijk beter.

Rond het operatielitteken kan de borst gevoelloos wor­den, maar in de rest van de borst houdt u wel gevoel. Na verloop van tijd kan de huid rond het litteken wat harder worden.

Contact opnemen

  • De wond kan opengaan, warm aanvoelen of rood worden.
  • De pijn kan erger worden.
  • U kunt koorts krijgen, wat kan beteken dat de wond is ontstoken.
  • De wond kan gaan nabloeden.
  • Als de drain verwijderd is of u hebt geen drain gehad, dan kan zich rond het litteken wondvocht ophopen. Het littekengebied kan daardoor opgezwollen raken, wat een vervelend gevoel geeft. Ook kan de wond gaan lekken.

Als u te maken krijgt met een of meer van deze klachten, neem dan contact op met een verpleegkundig specialist of mammacareverpleegkundige (zie 'Vragen').

Controleafspraken

In de jaren na de operatie hebt u eens in de zoveel tijd een controleafspraak in het ziekenhuis. Hoe vaak en met wie, hangt af van uw gezondheid, uw leeftijd, uw behandeling en uw eigen wensen. We stemmen de controleafspraken zo goed mogelijk af op uw persoonlijke situatie.

Wat kunt u ongeveer verwachten?  

In de eerste maanden na uw operatie kunt u telefonisch contact hebben met een mammacareverpleegkundige wanneer u daar behoefte aan hebt. 

Voor de medische controles hebt u: 

  • zes maanden en twaalf maanden na de operatie een controleafspraak
  • na het eerste jaar één keer per jaar een controleafspraak

Bij een operatie met daarna alleen radiotherapie hebt u afwisselend controleafspraken met een chirurg of verpleegkundig specialist en met een radiotherapeut. Hebt u ook chemotherapie, hormoontherapie of immunotherapie? Dan worden de controleafspraken ook afgewisseld met afspraken bij een internist. Uw behandelaars werken nauw samen. Als tijdens een controle blijkt dat ook een afspraak nodig is met een van de andere behandelaars, regelen we dat zo snel mogelijk.      

Zelf contact opnemen

Maakt u zich tussen de controleafspraken in ongerust, bijvoorbeeld omdat u een knobbeltje voelt of pijn hebt? Neem dan zelf contact op met de polikliniek Chirurgie (zie 'Vragen?').  

Vragen?

Als u een vraag hebt, kunt u contact opnemen met de medewerkers van de polikliniek Chirurgie.

  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen. Let op: u kunt pas een appje sturen als een medewerker van de polikliniek in de BeterDichtbij app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt uw vraag stellen via MijnWZA (uw digitale dossier). U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen.
  • U kunt bellen. De polikliniek is te bereiken op telefoonnummer (0592) 32 52 10, van maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 en 16.30 uur.

Een vraag voor de mammacareverpleegkundige?

  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen. Let op: u kunt pas een appje sturen als een medewerker van de polikliniek Chirurgie in de BeterDichtbij app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt bellen van maandag t/m vrijdag tussen 8.30 en 16.30 uur op (0592) 32 50 19.

Is het dringend?

Hebt u een dringende vraag, dan is het altijd het beste om te bellen! Buiten de gewone bereikbaarheidstijden kunt u de eerste 48 uur bellen naar de Spoedeisende Hulp, (0592) 32 52 78. 

chiru24 - mei 2020