Diabetische voet

In het kort

Als u diabetes hebt en vaak hoge bloedsuikerwaarden, kunnen de bloedvaten en zenuwen in uw voeten beschadigd raken. U krijgt daardoor eerder wondjes, die ernstige infecties tot gevolg kunnen hebben. Door uw voeten goed te verzorgen, kunt u de kans op voetproblemen verkleinen. Bij klachten kunt u terecht op de Diabetische voetenpoli.

Wat is het?

Bij diabetes hebt u te veel suiker in uw bloed. Met de juiste medicijnen en een gezonde leefstijl kunt u ervoor zorgen dat uw bloedsuikerwaarden zo normaal mogelijk zijn. Dit is ook belangrijk om klachten te voorkomen op de langere termijn. Zo komt het vaak voor dat iemand met diabetes op latere leeftijd voetproblemen krijgt.

Een diabetische voet

Door te hoge bloedsuikerwaarden kunnen de bloedvaten en zenuwen in uw voeten na verloop van tijd schade oplopen. Het gevolg is een slechte doorbloeding van uw voeten en tenen. Daardoor hebt u het minder snel in de gaten als u een wondje hebt, geneest een wondje langzamer en hebt u meer kans hebt op infecties. Als uw klachten niet goed worden behandeld, kan dit ernstige gevolgen hebben. In het ergste geval moet uw voet of been worden geamputeerd

Waar moet u op letten?

Een klein wondje kan bij iemand met diabetes grote gevolgen hebben. Houd een wondje daarom altijd goed in de gaten. Neem contact op met uw arts of diabetesverpleegkundige als u het gevoel hebt dat een wondje niet goed geneest of er raar uitziet.

Ook als u andere klachten hebt die te maken kunnen hebben met een slechte doorbloeding van uw been, voet of tenen, is het verstandig als uw behandelaar hier naar kijkt. Dit is bijvoorbeeld het geval als:

  • uw tenen wit of blauw worden
  • u ’s nachts pijn hebt in uw voet of been (tintelingen of krampen), die afneemt als u uw been laat hangen
  • u pijn hebt bij het lopen die wegtrekt als u stilstaat (‘etalagebenen’)

 

Wat voor klachten kunt u hebben?

Als de bloedvaten en zenuwen in uw voet en tenen door te hoge bloedsuikerwaarden zijn beschadigd, kunt u daar op allerlei manieren last van hebben. 

  • U hebt minder gevoel in uw voeten en tenen. Daardoor kunt u wondjes krijgen zonder dat u het merkt. Er zit bijvoorbeeld een scherp steentje in uw schoen, maar u loopt daar gewoon mee door.
  • Door de slechte doorbloeding genezen wondjes minder snel en raken ze eerder ontstoken.
  • De stand van uw voet kan veranderen, u krijgt bijvoorbeeld een platvoet, een spreidvoet of hamertenen. Daardoor kunt u drukplekken, eeltplekken, blaren en andere beschadigingen oplopen aan uw voet.
  • U kunt tintelingen in uw voeten en tenen krijgen, een kriebelig gevoel (alsof er mieren onder uw huid lopen) of pijn. Ook kunt u het gevoel hebben alsof u op watten loopt.

Wat kunt u zelf doen?

Om zo min mogelijk last te hebben van uw voeten, is het belangrijk dat uw bloedsuikerwaarden goed zijn (tussen de 4 en 9 mmol/l). Daarnaast kunt u veel problemen voorkomen door uw voeten op de juiste manier te verzorgen.

  • Controleer uw voeten iedere dag. Let op wondjes, blaren, barstjes, zwellingen, verkleuringen, kloofjes tussen de tenen en ingegroeide nagels. Gebruik een spiegel om de onderkant van uw voeten te controleren. Als dat niet lukt, kunt u misschien iemand anders vragen om te kijken.
  • Loop niet op blote voeten, ook niet binnenshuis, maar trek altijd schoenen aan of pantoffels met een stevige zool.
  • Kijk voordat u uw schoenen aantrekt of er geen steentjes in zitten. Doe ook geen schoenen aan met scherpe randen (bijvoorbeeld door de schoennaden) of harde plekken.
  • Draag sokken in uw schoenen. Als u in speciale situaties uw sokken en schoenen moet uitdoen, let er dan op dat u uw voeten niet bezeert.
  • U kunt het beste sokken dragen zonder naden. Als er wel naden in zitten, draag uw sokken dan binnenste buiten.
  • Het is belangrijk dat uw schoenen een goede pasvorm hebben. U kunt beter géén puntige schoenen dragen, schoenen met hakken hoger dan 2 cm, instappers of schoenen met een bandje die de achterkant van de voet slecht ondersteunen.
  • Draag géén schoenen die krap zitten. Als u nieuwe schoenen koopt, kunt u dat het beste laat op de dag doen. Uw voeten zwellen in de loop van de dag altijd een beetje op en aan het eind van de dag zijn ze het dikst.
  • Wees voorzichtig bij het uittrekken van uw sokken en schoenen.
  • Draag géén sieraden aan uw voeten.
  • Voor het knippen van uw teennagels kunt u het beste naar een medisch pedicure gaan. Als u zelf uw teennagels knipt, knip ze dan recht af en niet te kort. Als u eelt of likdoorns hebt, ga dan ook naar een medisch pedicure of naar een podotherapeut. Om te weten of de kosten van een pedicure of podotherapeut worden vergoed, kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar.
  • Vet uw voeten regelmatig in met voetencrème. U kunt dit het beste doen voor u naar bed gaat.
  • Gebruik ’s nachts geen kruik of elektrische deken. Doordat u minder gevoel hebt in uw voeten, hebt u meer kans op brandwonden.
  • Neem geen voetenbadjes. Het water is al gauw te warm.
  • Als u een wondje hebt aan uw voet, bedek dit dan met schoon verband.

Onderzoek op de Diabetische voetenpoli

Als u voetklachten hebt, kan uw arts (huisarts of specialist) of diabetesverpleegkundige u verwijzen naar de Diabetische voetenpoli van het WZA. Hier kunt u uw voeten in één ochtend grondig laten onderzoeken. Dezelfde dag hoort u de uitslag.

Onderzoeken

U krijgt een bloedonderzoek, een vaatonderzoek en er wordt een röntgenfoto gemaakt. Ook hebt u een gesprek met een wondverpleegkundige en een diabetesverpleegkundige.

De uitkomsten van de verschillende onderzoeken worden besproken binnen een team dat bestaat uit: een vaatchirurg, een revalidatiearts, een wondverpleegkundige, een diabetesverpleegkundige, een orthopedisch schoenmaker, een gipsverbandmeester en een podotherapeut.

Als u last hebt van ernstig vernauwde bloedvaten in uw benen en voeten, kan het nodig zijn om extra onderzoek te doen.

Behandeling

De vaatchirurg, de wondverpleegkundige, de revalidatiearts en eventueel de orthopedisch schoenmaker nemen daarna de uitslag met u door en stellen samen met u een behandelplan op. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn dat u orthopedisch schoeisel krijgt of, als u een voetwond hebt, dat u terugkomt bij de wondverpleegkundige.

Vragen?

Als u (beginnende) voetproblemen hebt en u bent vanwege uw diabetes (nog) niet onder behandeling bij een specialist of diabetesverpleegkundige van het WZA, neem dan contact op met uw huisarts.

Bent u vanwege uw diabetes wel onder behandeling in het WZA, dan kunt u het beste contact opnemen met een diabetesverpleegkundige. U kunt u de diabetesverpleegkundigen op verschillende manieren bereiken.

  • Zij houden telefonisch spreekuur van maandag t/m vrijdag tussen 8.30 en 12 uur, telefoonnummer (0592) 76 00 40.
  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen. Let op: u kunt pas een appje sturen als een diabetesverpleegkundige in de BeterDichtbij app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt uw vraag stellen via MijnWZA (uw digitale dossier). U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen.

Is het dringend?

Hebt u een dringende vraag, dan is het altijd het beste om te bellen!

  • Bel binnen kantoortijden de spoedlijn van de diabetesverpleegkundigen. Dit kan van maandag t/m vrijdag tussen 8.00 en 16.30 uur, telefoonnummer (0592) 76 00 48.
  • Bel buiten kantoortijden de Huisartsenspoedpost, telefoonnummer 0900 - 112 0 112.

 

chiru26 - juni 2019