Het verwijderen van de baarmoeder

Hysterectomie

  • Specialisme of afdeling Gynaecologie
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
  • Afspraak maken? Vragen? (0592) 32 52 70
  • Wachttijd
    9 weken

In het kort

Bij sommige gynaecologische klachten moet de baarmoeder worden verwijderd. Deze operatie kan op drie manieren worden uitgevoerd, via de vagina, met een kijkoperatie of via een snede. 

Uw arts bespreekt met u welke operatiemethode voor u het meest geschikt is. Neem de tijd om de voor- en nadelen goed te overwegen.

Aanhoudende klachten

Bij een aantal gynaecologische klachten kan het nodig zijn om de baar­moeder te verwijderen:

  • Menstrua­tieklachten
  • Vleesbomen (myomen)
  • Baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder (endometriose)
  • Pijn in de onderbuik
  • Een verzakking
  • Afwijkende cellen in de baarmoeder
  • Baarmoederkanker

Bij goedaardige aandoeningen hoeft de baarmoeder niet meteen verwijderd te worden. Uw gynaecoloog zal de mogelijkheden van eventuele alternatieve behandelingen met u bespreken. 

De operatiemogelijkheden

Keuze operatiemethode

Welke operatiemethode het meest geschikt is, hangt af van:

  • De grootte van de baarmoeder.
  • De mate waarin de baarmoeder is verzakt.
  • De reden van de baarmoederoperatie.

Als het mogelijk is, wordt gekozen voor een operatie via de vagina of een kijkopera­tie. Lukt dat niet, dan vindt er een open operatie plaats. Een open operatie betekent dat de operatie wordt gedaan via een horizontale of verticale snee in de buik. Bij een vaginale operatie of een kijkoperatie is er altijd een kleine kans dat tijdens de ingreep alsnog moet worden overgegaan op een open buik­operatie.

Bij de keuze van de meest geschikte operatiemethode speelt ook een rol of de baarmoederhals en/of de eierstokken verwijderd moeten worden. 

 

Vaginale operatie

Een operatie via de vagina is mogelijk als de baarmoeder niet te groot is en al enigszins is uitgezakt in de vagina. Bij een vaginale operatie wordt ook altijd de baarmoederhals verwijderd. Bij een verzakking van de blaas of endeldarm kan een vaginale baarmoederoperatie worden gecombineerd met een operatie aan de voor- of achter­wand van de vagina. Het voordeel van een vaginale operatie is dat u alleen een (onzichtbaar) litteken bovenin de vagina krijgt en dus geen buiklitteken. Ook herstelt u meestal weer snel.

Kijkoperatie van de buik

Soms is de baarmoeder te groot of te weinig verzakt om deze vaginaal te kunnen verwij­deren. Dan kan worden gekozen voor een kijkoperatie (laparoscopie). Hierbij maakt de gynaecoloog twee tot vier sneetjes in de buikwand. Langs een sneetje net onder de navel wordt een kijkbuis (laparoscoop) in de buik gebracht, langs de andere sneetjes instru­menten waarmee de baarmoeder wordt losgemaakt. Via de vagina of de kijkbuis wordt de baarmoeder ten slotte verwijderd.

Open buikoperatie

Als er geen andere mogelijkheid is, wordt de baarmoeder verwijderd met een open buikoperatie via een snee in de buikwand. Meestal wordt een horizon­tale snee gemaakt van 10 tot 15 centimeter vlak boven het schaambeen (een bikinisnee).

Bij een grote baarmoeder of bij baarmoederkanker is soms meer ruimte nodig om te opereren. In dat geval maakt de arts een verticale snee van de navel tot het schaambeen.

Afwegingen

Wel of niet verwijderen van de baarmoederhals

Bij een kijkoperatie en een open buikoperatie is het mogelijk om de baarmoederhals te behouden. Bij een vaginale operatie wordt de baarmoederhals altijd verwijderd.

Er zitten kleine voor- en nadelen aan het wel of niet verwijderen van de baarmoederhals. Als de baarmoederhals wordt verwijderd:

  • Heeft dit als voordeel dat u geen baarmoederhalskanker meer kunt krijgen. U hoeft dan ook geen uitstrijkjes meer te laten maken.
  • Ook is een voordeel dat er geen bloedverlies meer is als u menstrueert.
  • Het verwijderen van de baarmoederhals heeft als nadeel dat er een kleine kans is op beschadiging van de urineleider die vlak naast de baarmoederhals loopt.

Als de baarmoe­derhals blijft zitten, is er ongeveer tien procent kans dat u door achtergebleven baarmoederslijm­vlies in de baarmoederhals nog wel wat bloed verliest als u menstrueert. Voor het vrijen en plassen maakt het geen verschil of de baarmoederhals wel of niet verwijderd wordt.

Wel of niet verwijderen van de eierstokken

Als u nog niet in de overgang bent, blijven de eierstokken bij een baarmoederoperatie in principe zitten. Door de eierstokken weg te halen, zou u na de operatie namelijk meteen in de overgang komen.

Ook na de overgang wordt meestal geadviseerd om de eierstokken te laten zitten. De eierstokken maken dan nog steeds kleine hoe­veelheden testosteron aan, waardoor u meer zin kunt hebben in vrijen.

Een overweging om de eierstok­ken weg te halen, is dat u dan geen eierstok­kanker meer kunt krijgen. Dit is belangrijk als eierstokkanker of borstkanker meer dan gemiddeld in uw familie voor­komt.

Afwijkingen aan de eierstokken
Soms blijkt tijdens de operatie dat er afwijkingen zijn aan één of beide eierstok­ken. Bij één afwijkende eierstok neemt de gynaecoloog alleen deze eierstok weg. Bij afwijkingen aan beide eierstokken zal de gynaecoloog zoveel mogelijk van ten minste één eierstok behouden, als u nog niet in de overgang bent.

Complicaties na de operatie

Bij elke operatie, dus ook bij het verwijderen van de baarmoeder, kunnen complicaties optreden. Zo kunt u tijdens de operatie zoveel bloed verliezen dat een bloed­transfusie nodig is. Ook kan er trombose optreden, een ontsteking van de operatiewond of een beschadiging van de darmen of urine­wegen. Deze complicaties komen in de praktijk echter weinig voor.

Afscheiding

Meestal hebt u de eerste tijd na de operatie wat bloederige afscheiding. Dit kan na enkele dagen al over zijn, maar u kunt er ook een paar weken last van hou­den.

Nabloeding

Na de operatie kan in de top van de vagina een nabloeding ontstaan. Meestal lost het lichaam dit zelf op, maar het herstel kan daardoor wat langer duren. Soms is het nodig om het bloedstolsel dat zich vormt in de top van de vagina, operatief te verwijderen.

Problemen bij het plassen

Na de operatie kunt u moeite hebben met het ophouden van uw urine. Dit gaat bijna altijd vanzelf over.

Moeheid

De eerste tijd na de operatie kunt sneller moe zijn dan anders. Het beste kunt u toegeven aan de moeheid en extra rust nemen.

Na de operatie

Litteken

Bij een bikinisnede kan de huid rond het operatielitteken een tijd lang onge­voelig of juist overgevoelig zijn.

Geen menstruatie meer

Als de baarmoeder is verwijderd, menstrueert u niet meer en kunt u niet meer zwanger worden. Alleen als de baarmoederhals behouden blijft, is het mogelijk dat u elke maand nog een beetje bloed verliest.

Overgangs­klachten

Ook als u uw eierstokken houdt, kunt u als gevolg van de operatie overgangs­klachten krijgen, zoals opvliegers. Dit komt door­dat de bloedvoorziening naar de eierstokken door de operatie verandert. Na ver­loop van tijd kunnen deze klachten weer verdwijnen.

Veranderde seksuele beleving

Als u geen baarmoeder meer hebt, kan dit invloed hebben op uw seksuele beleving. In positieve zin, omdat u minder pijn zult hebben bij het vrijen. Maar ook in negatieve zin: u kunt minder zin hebben om te vrijen, de vagina kan minder gevoelig zijn. U kunt ook veranderingen merken bij het klaarkomen (orgasme), bijvoorbeeld omdat de baarmoeder niet meer samentrekt.

Emotionele aspecten

Sommige vrouwen voelen zich na een baarmoederoperatie 'minder vrouw', omdat ze geen kinderen meer kunnen krijgen en niet meer menstrueren. Als u deze gevoelens kent, is het belangrijk om ze serieus te nemen.

Leefregels

Voor een voorspoedig herstel is het van belang dat u rekening houdt met:

  • Uw lichaam geeft aan wat u wel en niet kunt. Het is belang­rijk dat u daarnaar luistert.
  • De eerste weken na de operatie mag u niet zwaar tillen of andere zware inspanningen verrichten. Lichte werkzaamheden kunt u wel gewoon doen. Ook rustig sporten, bijvoorbeeld fietsen, is geen probleem. Stop als u moe wordt!
  • U kunt ervan uitgaan dat u zo’n week of zes nodig hebt om weer te herstel.­ Als u zich zes weken na de operatie nog niet fit voelt, overleg dan met uw gynaecoloog, huisarts of bedrijfs­arts. Soms is het verstandig nog wat langer rustig aan te doen en bijvoorbeeld alleen een deel van de dag te werken.
  • U kunt gewoon douchen. In bad gaan of zwem­men is niet altijd mogelijk. Overleg dit met uw gynaecoloog.
  • Om het litteken in de top van de vagina goed te laten genezen, kunt u de eerste zes weken na de operatie geen gemeenschap hebben. Ook kunt u beter geen tampons gebruiken. Er is niets op tegen om sek­sueel opgewonden te raken of te masturberen.

Contact opnemen

Neem contact op met de polikliniek Gynaecologie als u:

  • Helderrood bloed verliest.
  • Buikpijn hebt.
  • Koorts hebt, hoger dan 38,5.

De polikliniek is op werkdagen bereikbaar tussen 8.30 en 16.30 uur, telefoonnummer (0592) 32 52 70.

Veelgestelde vragen

Moet ik na de operatie nog uitstrijkjes laten maken?

Als de baarmoederhals verwijderd is, hoeft u geen uit­strijkjes meer te laten maken.

Als de baarmoederhals is blijven zitten, is het verstandig een uitstrijkje te laten maken als u een oproep krijgt voor het bevolkingsonder­zoek naar baarmoederhalskanker.

Waar blijven de eicellen na een eisprong?

Net als voor de operatie komen de eicellen na de eisprong in de buikholte terecht, waar ze vanzelf oplossen.

Waar blijft het zaad als ik gemeenschap heb gehad?

Het zaad komt via de schede weer naar buiten, net als voor de operatie.

Wordt de vagina korter?

De vagina houdt in principe dezelfde lengte als voor de operatie.

Hoe zit de vagina vast na de operatie?

De vagina hangt niet los na de operatie. De zijkanten zit­ten vast aan de bekken­wand. Soms maakt de gynaecoloog de ophangbanden van de baarmoeder aan de top van de vagina vast.

Kan de operatiewond openspringen als ik te snel weer veel ga doen?

De operatiewond wordt gesloten met stevige hechtingen die langzaam oplos­sen. Tegen de tijd dat de hechtingen zijn opgelost, is de wond dichtgegroeid. Ook is het niet zo dat de wond door onverwachte bewegingen of zware inspan­ning ineens kan openbar­sten. Wel kan door vroegtijdige overbelasting een littekenbreuk ontstaan. Dit komt zelden voor.

Wat gebeurt er met de lege ruimte in mijn buik?

De ruimte die ontstaat door het verwijde­ren van de baarmoeder, wordt vanzelf opgevuld door de darmen. U houdt dus geen holte in uw buik.

Vragen?

Als u een vraag hebt, kunt u contact opnemen met een medewerker van de polikliniek Gynaecologie. U kunt hen op verschillende manieren bereiken.

  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij-app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen. Let op: u kunt pas een appje sturen als een medewerker van de polikliniek in de BeterDichtbij app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt uw vraag stellen via MijnWZA (uw digitale dossier). U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen.
  • U kunt bellen naar de polikliniek Gynaecologie. De medewerkers zijn op werkdagen bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur, telefoonnummer (0592) 32 52 70.

Is het dringend?

Hebt u een dringende vraag, dan is het altijd het beste om te bellen!

gynae07 - augustus 2020