Operatie ziekte van Dupuytren

  • Specialisme of afdeling Plastische chirurgie Chirurgie
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
  • Afspraak maken? Vragen? (0592) 325210
  • Wachttijd
    1 week
    8 weken

In het kort

Bij de ziekte van Dupuytren krijgt u stugge bindweefselstrengen in uw handen, waardoor u uw vingers niet meer kunt strekken. Meestal kan dit met een operatie worden verholpen. Een paar uur na de operatie kunt u weer naar huis. De eerste twee, drie dagen na de operatie moet u uw arm in een draagdoek dragen. Ook is het belangrijk dat u oefeningen doet om uw hand soepel te houden. Hierbij krijgt u begeleiding van een handtherapeut.

Wat is het?

Bij de ziekte van Dupuytren is er een afwijking van het bindweefsel. Het begint met harde knobbels in uw handpalm. Deze kunnen uitgroeien tot harde strengen naar uw vingers toe. Na een tijdje lukt het niet meer om uw vingers helemaal te strekken. Soms krijgt u knobbeltjes op de vingergewrichten.

Als u uw hand niet meer plat op tafel kunt leggen, is het tijd voor een operatie. 

Meestal kunt u uw vingers na een operatie weer gewoon strekken. Als uw vingers heel lang krom hebben gestaan, is het niet altijd mogelijk om ze weer helemaal recht te krijgen. 
 
Ook als de operatie is geslaagd, bestaat de kans dat u na verloop van tijd opnieuw last krijgt van bindweefselstrengen in uw hand. U kunt uw hand dan weer opnieuw laten opereren.

Voorbereiding thuis

Eten en drinken, medicijnen, sieraden

Een aantal uren voor de operatie mag u niets eten of drinken. Ook zijn er allerlei andere dingen waarmee u rekening moeten houden in de aanloop naar de operatie. Als u bloedverdunners gebruikt, is het mogelijk dat u daar een aantal dagen van tevoren mee moet stoppen. Verder mag u bijvoorbeeld geen sieraden dragen tijdens de operatie, doe sieraden thuis al af. De precieze uitleg krijgt u tijdens het preoperatieve spreekuur.

Wijde bovenkleding

Na de operatie krijgt u een verband om uw hand. Daarom is het handig als u op de operatiedag bovenkleding aanhebt of bij u hebt met wijde mouwen.

Vervoer regelen

U kunt na afloop niet zelf naar huis rijden. Dit heeft te maken met de verdoving maar ook met het verband om uw hand. Als u rijdt, bent u niet verzekerd. Probeer te regelen dat iemand u naar huis brengt.   

De operatie

Chirurgisch Dagcentrum

Eerst gaat u naar het Chirurgisch Dagcentrum. Vanaf het Chirurgisch Dagcentrum gaat u naar de operatieafdeling.

Verdoving

Voor de operatie wordt uw arm verdoofd. Dit gebeurt met een injectie in uw bovenarm of in uw oksel. Soms krijgt u daarna nog een narcose (algehele verdoving). Uitleg over de verdoving krijgt u van de anesthesioloog tijdens het preoperatieve spreekuur. 

Operatie

De operatie wordt gedaan door een plastisch chirurg of een chirurg.

Om uw bovenarm krijgt u een strakke band. Deze band zorgt ervoor dat er tijdens de operatie geen bloed naar uw arm kan stromen. Dit kan een vervelend gevoel geven.
 
De (plastisch) chirurg verwijdert de harde bindweefselstrengen. Het heeft geen zin om de knobbeltjes op de vingergewrichten weg te halen, omdat deze altijd terugkomen.
 
Na de operatie wordt de wond gehecht en verbonden en krijgt u een draagdoek om uw arm. 

Naar huis

Na de operatie gaat u terug naar het Chirurgisch Dagcentrum. Eén tot twee uur na de operatie kunt u weer naar huis. Uw arm is dan nog verdoofd.

Na de operatie

  • U krijgt pijnstillers mee naar huis. Daarnaast kunt u ook paracetamol gebruiken. 
  • Het verdoofde gevoel in uw arm is pas na ongeveer 24 uur weg. 
  • Het verband en de hechtingen moeten blijven zitten tot de controleafspraak. 
  • U mag gewoon douchen of een bad nemen, maar zorg er wel voor dat het verband droog blijft. 

Complicaties

  • Bij elke handoperatie kunnen complicaties optreden zoals bloeduitstortingen, een infectie of een wond die langzaam geneest.
  • Op de plaats van de operatielittekens voelt de huid de eerste tijd doof aan. Dit trekt meestal vanzelf weg. 
  • Soms gebeurt het dat de gevoelszenuwen van de vingers tijdens de operatie beschadigd worden. Uw vingers en hand kunnen dan gedeeltelijk gevoelloos worden.

Contact opnemen

Een enkele keer ontstaat er na een handoperatie dystrofie. Uw hand zwelt dan op, verkleurt, zweet en doet pijn. Het is het belangrijk om deze klachten zo snel mogelijk te behandelen. Neem daarom bij dystrofie meteen contact op met de polikliniek Plastische Chirurgie of Chirurgie.

Algemene adviezen

  • De eerste twee of drie dagen moet u uw arm in een draagdoek dragen, probeer uw vingers echter wel zoveel mogelijk te bewegen.
  • Voor een goede bloedsomloop en om te voorkomen dat uw schouder en elleboog stijf worden, is het belangrijk dat u uw arm af en toe strekt tot boven uw hoofd.

Controleafspraak

Drie tot vijf dagen na de operatie hebt u een afspraak bij de handtherapeut. Het verband wordt dan van uw hand gehaald. 

Goed oefenen

De dagen erna gaat het er vooral om dat uw wond goed geneest. Daarnaast is het belangrijk dat u goed oefent om uw hand weer soepel te maken.

Adviezen zolang u hechtingen hebt

  • U kunt de wond drie keer per dag spoelen onder de kraan. Niet weken en geen zeep gebruiken! 
  • Als de wond dicht is, hoeft er geen pleister of verband op.

Oefeningen

  • Vijf keer per dag oefenen: beweeg uw hand in verschillende standen en doe dit vijf keer achter elkaar.
    Ga minder oefenen als de wond open gaat of wat gaat wijken!
  • Als de hand dik is, houd dan uw hand zoveel mogelijk omhoog.
    Ga af en toe ‘trommelen’ met de vingers.

Rust

Geef uw hand voldoende rust. Ga niet fietsen of autorijden. Gebruik uw hand ook niet bij de dagelijkse bezigheden zoals wassen, aankleden, eten, drinken of computeren.

Verwijderen van de hechtingen

Na ongeveer veertien dagen hebt u een afspraak bij de handtherapeut voor het verwijderen van de hechtingen. Na het verwijderen van de hechtingen mag u uw hand gaan gebruiken bij lichte, dagelijkse activiteiten zoals wassen, aankleden, eten, drinken en computeren.

 

 

Adviezen als de wond dicht is

Meestal is de wond na ongeveer veertien dagen dicht. Vanaf dat moment kunt u meer gaan oefenen en uw gewone bezigheden geleidelijk aan weer oppakken.

  • Probeer uw vinger(s) zo recht mogelijk te strekken.
  • Zo nodig wordt hiervoor een spalkje gemaakt, dit kunt u ’s nachts dragen.
  • Probeer een volledige vuist te maken.

U mag weer fietsen en autorijden als u uw hand weer gewoon goed kunt bewegen.

Coördinatie-oefeningen

  • Tip met de duim één voor één de vingertoppen aan.
    Strek daarna alle vingers tegelijk, in wisselend tempo.
  • Oefen met het spreiden en sluiten van de vingers.
  • Probeer zoveel mogelijk muntstukken of knikkers in uw hand te houden, nadat u deze één voor één heeft opgepakt.
  • Oefen met fijne motorische activiteiten zoals schrijven, vastpakken van een glas, het opgooien en vangen van een tennisbal en veters strikken.

Afspraak handenspreekuur

Na ongeveer drie weken hebt u een afspraak voor het handenspreekuur van de revalidatiearts en de handtherapeut. Daarna hebt u regelmatig, zo nodig wekelijks, een afspraak met de handtherapeut.

Littekenweefsel soepel houden

Oefeningen

Het is belangrijk dat u doorgaat met oefenen totdat u uw hand weer normaal kunt bewegen. In de eerste weken na de operatie ontstaat littekenweefsel, waardoor u uw hand minder goed kunt bewegen. Door oefeningen te doen houdt u het littekenweefsel soepel.

Masseren

Ook masseren helpt om het littekenweefsel soepel te houden. Wanneer de wond dicht is, kunt u hiermee beginnen. Dit doet u door de duim van uw andere hand dwars op het litteken te zetten en dit vervolgens te masseren.

Vitamine E-crème

Als de wond droog is (en bijna dicht), kunt u deze insmeren met een handcrème, bijvoorbeeld vitamine E-crème.

Littekenpleisters

Als het litteken stug aanvoelt, kunt u in overleg met de handtherapeut littekenpleisters gebruiken. 

 

 

Vragen?

Plastische chirurgie

Als u een vraag hebt over de operatie, kunt u contact opnemen met de medewerkers van de polikliniek Plastische chirurgie. 

  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen. Let op: u kunt pas een appje sturen als een medewerker van de polikliniek in de BeterDichtbij app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt uw vraag stellen via MijnWZA (uw digitale dossier). U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen.
  • U kunt bellen. De polikliniek is te bereiken op telefoonnummer (0592) 32 52 10, van maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 en 16.30 uur.

Fysiotherapie

Als u een vraag hebt over de handtherapie, kunt u contact opnemen met een medewerker van de polikliniek Fysiotherapie.

  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij-app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen. Let op: u kunt pas een appje sturen als een medewerker van de polikliniek in de BeterDichtbij-app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt uw vraag stellen via MijnWZA (uw digitale dossier). U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen.
  • U kunt bellen naar de polikliniek Fysiotherapie. De medewerkers zijn op werkdagen bereikbaar van 8.00 tot 16.00 uur, telefoonnummer (0592) 32 53 11.

Is het dringend?

Hebt u een dringende vraag, dan is het altijd het beste om te bellen!

Buiten de bereikbaarheidstijden van de polikliniek kunt u de eerste 48 uur na de operatie met een dringende vraag bellen naar de Spoedeisende Hulp, nummer (0592) 32 52 78. 

 

chiru60 - maart 2021