Gebroken rugwervel

In het kort

Door een val, een ongeval of door afname van de botdichtheid (osteoporose) kunnen een of meerdere rugwervels breken. In het ziekenhuis wordt bij verdenking van een breuk eerst een röntgenfoto met zo nodig een CT-scan van de wervels gemaakt. Hieruit blijkt of er een breuk is en hoe de breuk eruit ziet. Als er sprake is van een stabiele breuk, is er een laag risico op een beschadiging aan zenuwen en ruggenmerg. De breuk kan dan worden behandeld met bedrust en een korset. Is er sprake van een instabiele breuk dan verwijzen we de patiënt meestal naar het UMCG.

De wervelkolom

De wervelkolom (ruggengraat) loopt van uw hoofd tot uw stuit. De wervelkolom bestaat uit zeven halswervels, twaalf borstwervels en vijf lendenwervels (onderrug). Een wervel bestaat uit een stevig blokvormig lichaam (het wervellichaam) en daarachter een wervelboog met uitsteeksels. Deze uitsteeksels voelt (en ziet) u op uw rug. De belangrijkste functie van de wervels is:

  • het ondersteunen van het gewicht van het lichaam,
  • het mogelijk maken van bewegingen en
  • het aannemen van houdingen.

Daarnaast lopen er zenuwbanen (ruggenmerg) aan de achterkant door het wervelkanaal.

De behandeling

Bij een stabiele breuk is alleen het wervellichaam gebroken.De kans is dan klein dat ook het ruggenmerg is beschadigd. Er is dan geen sprake van uitvalverschijnselen of krachtsvermindering. Een breuk in het wervellichaam wordt meestal behandeld met een aantal dagen bedrust en het dragen van een korset. Als u veel pijn heeft, wordt u opgenomen in het ziekenhuis. Hoeveel dagen u blijft, hangt af van het advies van de arts en de ernst van de pijnklachten.

Als u de pijn redelijk kunt verdragen krijgt u bij de Spoedeisende hulp een korset aangemeten. U kunt naar huis en krijgt zo nodig pijnstillers mee. Het korset moet u zes tot acht weken dragen.

Bij een instabiele breuk is vaak een langere periode van bedrust nodig. Dit is noodzakelijk om het ontstaan of het verergeren van zenuwbeschadigingen en eventuele scheefstand van de wervelkolom te voorkomen. Zodra de breuk stabiel is, kunt u rustig aan weer beginnen met bewegen.

Bedrust

De arts kan aangeven dat u een aantal dagen bedrust moet nemen. Hoeveel dagen dit zijn, hangt af van de breuk en de pijn die u van de breuk heeft. Bedrust betekent dat u op uw rug, plat op bed ligt. Het is belangrijk dat u uw rug zo min mogelijk belast!

  • Het is mogelijk dat u in een platliggende houding niet goed kunt plassen. U krijgt dan een urinekatheter. Als u in de urinefles of bedpan kunt plassen, of weer mag bewegen, is een katheter niet meer nodig.
  • Het is mogelijk dat door het liggen de darmen minder goed functioneren, u krijgt last van verstopping. U krijgt dan een laxeermiddel dat zorgt voor een betere stoelgang.
  • U krijgt pijnstillers. Het is belangrijk dat u de pijnstillers regelmatig inneemt, op de tijden dat u deze krijgt. Als u pijn blijft houden, bespreek dit dan met de arts of verpleegkundige.
  • De fysiotherapeut zal oefeningen met u doornemen, die u liggend in bed kunt doen.

Als u weer naar huis gaat is het belangrijk dat u de eerste weken rustig aan doet. Neem de eerste twee weken 3 keer per dag rust, door minimaal een half uur te gaan liggen. Doe dit in week 3 en 4 in ieder geval één keer per dag. De tijd die u ligt kunt u geleidelijk aan afbouwen. De tijd dat u zit, staat en loopt kunt u geleidelijk aan uitbreiden.

 

Revalideren met een korset

Als de breuk redelijk herstelt, u minder pijn heeft en er geen risico is dat de zenuwen in het ruggenmerg bekneld raken, kunt u weer beginnen met bewegen. Het bewegen start tijdens een opname in het ziekenhuis, onder begeleiding van een fysiotherapeut of revalidatiearts. Het is belangrijk dat de gebroken wervel de gelegenheid krijgt te herstellen, daarom krijgt u een korset. Dit draagt u zo’n zes tot acht weken. Het korset is een beetje flexibel en helpt u eraan herinneren niet te buigen. Er zijn verschillende soorten korsetten, u krijgt bij het korset een gebruiksaanwijzing.

Het korset biedt steun, stevigheid en bescherming. Het korset zorgt ervoor dat uw lichaam tijdens het zitten, staan en lopen zo recht mogelijk blijft. Bij een rechte wervelkolom is er geen druk of belasting op de voorzijde van het wervellichaam. Dit zorgt er ook voor dat de pijn afneemt en de breuk kan genezen. Het korset geeft bescherming bij onverwachte of extreme bewegingen. Als u rechtop staat, noemen we de houding onbelast. Als u naar voren buigt, wordt de breuk belast.

Als u op bed op uw rug ligt, wordt uw wervelkolom niet belast. U hoeft daarom geen korset om als u ligt. Als u weer wilt gaan zitten, doet u het korset in liggende of zittende houding om.

  • Als u even geen korset draagt moet u rechtop blijven zitten of staan!

Zolang u het korset draagt, is het belangrijk dat u rekening houdt met:

  • U draagt het korset zolang u zit, staat of loopt. Als u op uw rug ligt en wilt gaan zitten, gaat u eerst op uw zij liggen. Dit geeft zo weinig mogelijk druk aan de voorzijde van het wervellichaam. De fysiotherapeut zal deze houding met u oefenen. Ook kan de fysiotherapeut u uitleggen hoe u het beste uw korset kan aan- en uitdoen.
  • Het is handig om thuis een bed te hebben dat op de goede hoogte staat, zodat u er gemakkelijk in en uit komt (dus niet te hoog of te laag). Wanneer u geen bed heeft dat op de goede hoogte staat, dan is het eventueel mogelijk om tijdelijk een bed bij de thuiszorg te lenen.
  • Om huidirritatie te voorkomen kunt u het korset over een katoenen shirt dragen.
  • In de beginperiode mag u twintig minuten zitten. Als de rugspieren sterk genoeg zijn en de pijn het toestaat om langer recht op te zitten, mag dit wat langer worden. Bouw dit langzaam op met vijf minuten. Het zitten, staan, lopen en liggen wisselt u af.
  • In vergelijking met staan of liggen wordt bij zitten uw wervelkolom het meeste belast. U heeft al snel de neiging om ‘onderuit te zakken in de stoel’. Ga zitten in een goede stoel, die prettig zit en goede steun geeft. Let erop dat u goed met uw billen achter in de stoel gaat zitten. Zodra u merkt dat u onderuit begint te zakken, kunt u beter weer gaan staan of liggen.
  • Als u een korset draagt mag u uw rug niet buigen. Vraag hulp voor het wassen en afdrogen van uw benen en voeten. Trek sokken en schoenen eventueel aan als u op bed ligt, of vraag hiervoor hulp.
  • Als u naar toilet gaat, mag u het korset wat losser maken. Let op dat u goed rechtop blijft zitten. Vraag hulp als het niet lukt om de billen af te vegen. Een volgende keer kunt u het weer zelf proberen. Maar als het niet lukt, vraag om hulp! Het is handig om een (losse) toiletverhoger te gebruiken zodat u wat hoger zit. Deze kunt u zelf bij de thuiszorg lenen.
  • Als u bij het douchen goed rechtop kunt staan, of rechtop kunt zitten op een krukje, mag het korset even af. Door zonder korset te douchen, oefent u alvast om u wat zekerder te voelen, ook zonder korset.
  • Draag geen zware tassen of voorwerpen.
  • Vermijd onverwachte bewegingen zoals slaan, stoten, trekken, duwen, vangen, werpen, springen, stoeien, schoppen en dergelijke.
  • U mag niet zelf bepalen of u wel of niet een korset omdoet. Overleg dit altijd met uw arts.

Vragen of klachten over uw korset?

Bouw nooit op eigen initiatief het dragen van het korset af! Als het korset niet goed zit of drukplekken veroorzaakt neem dan contact op met de revalidatiearts. U kunt ook rechtstreeks contact opnemen met de leverancier van uw korset. Dit is:

  • OIM Orthopedie, in het WZA (route 18)
  • Telefoon (0528) 72 22 30

Controleafspraak

Als u naar huis gaat krijgt u twee controleafspraken mee:

  • U heeft tussen de 2e - 4e week een afspraak met de traumachirurg (poli 51).
  • U heeft tussen de 6e - 8e week een afspraak met de revalidatiearts (poli 51). Voorafgaand aan de afspraak bij de revalidatiearts wordt er een röntgenfoto gemaakt.

De revalidatiearts bespreekt met u wanneer het korset af mag. Dit hangt af van de foto en hoe het met u gaat. Meestal mag het korset zo’n twee maanden na de breuk af. U krijgt dan een afbouwschema van de arts mee.

Verwerking

De opname of het ongeval kan voor u verschillende gevolgen hebben. U kunt bijvoorbeeld problemen hebben die te maken hebben met de verwerking van het ongeluk. Het kan ook om praktische problemen gaan omdat u bijvoorbeeld niet kunt werken. Als u vragen heeft of zich zorgen maakt, vraag dan de revalidatiearts naar advies of begeleiding. De arts kan u bijvoorbeeld in contact brengen met een medisch maatschappelijk werker of psycholoog van het WZA.

Adviezen voor de eerste drie maanden

  • Hoe vaak moet ik rusten of liggen?
  • Als u weer naar huis gaat is het belangrijk dat u de eerste weken rustig aan doet. Dit is ontspannend voor uw rug en spieren. Neem de eerste twee weken 3 keer per dag rust, door minimaal een half uur te gaan liggen. Doe dit in week 3 en 4 in ieder geval één keer per dag. De tijd dat u zit, staat en loopt kunt u geleidelijk aan uitbreiden. Wissel rust en activiteit af, waarbij u geleidelijk aan steeds actiever wordt en minder hoeft te rusten. U mag op uw rug en op de zij liggen. Als u op uw zij gaat liggen, kunt u een kussen tussen uw knieën doen. Ga niet op uw buik liggen.
  • Hoe kan ik het beste zitten?
  • Zitten is belastend voor de rug, u moet dit langzaam aan opbouwen. U kunt steeds een beetje langer gaan zitten. Het is belangrijk dat u prettig zit. Zit rechtop met steun in de rug op een hoge stoel. De juiste stoel heeft: een hoge rugleuning, helt licht achterover, geeft steun in de lendenen en heeft armleuningen. De voeten moeten daarbij op de grond rusten.
  • Hoe trek ik mijn sokken en schoenen aan met een korset?
  • Sokken en schoenen aan- en uittrekken kunt u het beste liggend op uw rug op bed doen zodat u niet zittend voorover hoeft te buigen.
  • Hoeveel mag ik lopen?
  • Lopen is goed om uw conditie weer te verbeteren. U mag steeds wat langer lopen. Wissel lopen en rusten af. Het is niet erg als u spierpijn heeft, als dit na een nachtrust maar weer verminderd is. U mag niet slenteren, hardlopen of lang staan.
  • Wat mag ik tillen?
  • De komende zes maanden mag de rug niet te zwaar belast worden. Voor de eerste zes weken raden we af iets te dragen of te tillen dat zwaarder is dan 2 kilo. Let bij het tillen of het oprapen goed op uw houding; ga er dichtbij staan en til het dichtbij uw lichaam. Let ook op bij het bukken: til met een rechte rug en gebogen knieën. Probeer zoveel mogelijk draaibewegingen van de romp te vermijden; draai heup en schouders tegelijk.
  • Wanneer mag ik weer fietsen?
  • De eerste twee maanden mag u niet fietsen. Fietsen op een hometrainer mag wel, maar alleen met een lichte weerstand.
  • Wanneer mag ik weer autorijden?
  • Zolang u een korset draagt mag u niet zelf autorijden. Meerijden mag wel, maar let op verkeersdrempels. Als u een langere afstand meereist, kunt u vragen om onderweg stoppen om even te lopen en u uit te strekken.
  • Welke huishoudelijke activiteiten mag ik doen?
  • Wanneer u zich weer goed kunt redden met alle dagelijkse dingen, dan mag u langzaam aan ook weer beginnen met lichte huishoudelijke activiteiten. U kunt dan denken aan afstoffen, afwassen of strijken. U kunt steeds wat meer gaan doen, maar let goed op uw houding en de reactie van uw rug. Vooral werkzaamheden waarbij u steeds moet bukken en draaien (zoals stofzuigen, schrobben, dweilen) zijn belastend voor uw rug. Dit soort activiteiten kunt u de eerste drie maanden beter niet doen. Blijf ook niet te lang in een licht voorovergebogen positie staan, bijvoorbeeld bij het aanrecht, het fornuis of de wastafel. Gebruik een hoge kruk als u dit soort activiteiten wilt doen, zodat u dit half zittend, half staand kunt doen.
  • Wanneer kan ik weer gaan werken?
  • Wanneer u weer kunt gaan werken, zal sterk afhangen van het soort werk dat u doet. U kunt dit het beste met uw bedrijfsarts bespreken.
  • Mag ik sporten, hardlopen, tuinieren of zwemmen?
  • Het is belangrijk dat u, voordat u weer intensiever aan de slag gaat, de gewone dagelijkse activiteiten zonder problemen kunt doen. Uw basisconditie moet in orde zijn. U kunt tijdens de controleafspraak met de revalidatiearts bepreken of u weer kunt gaan sporten en de andere activiteiten kunt doen.
  • Is het nodig om naar de fysiotherapeut te gaan?
  • U kunt de eerste zes tot acht weken thuis nog niet met fysiotherapie beginnen. Pas tijdens de controle bij de revalidatiearts, waarbij ook de foto van de wervelkolom wordt besproken, kan de arts met u bespreken wanneer u met fysiotherapie kunt starten. De fysiotherapeut zal dan aandacht besteden aan het afbouwen van het korset. Daarnaast krijgt u oefentherapie om de rugspieren te verbeteren zodat u uw dagelijkse activiteiten weer kunt oppakken.
  • Mag ik blijven roken?
  • Het is aangetoond dat roken een slechte invloed heeft op de wond- en botgenezing. We adviseren u dan ook zeer nadrukkelijk om, als u rookt, te stoppen met roken. Roken na een operatie kan ernstige complicaties geven zoals een chronische wondinfectie. Deze complicaties kunnen tot hernieuwde operaties leiden en blijvende beschadigingen aan de rugwervel tot gevolg hebben.

Vragen?

Als u een vraag hebt, kunt u contact opnemen met de medewerkers van de polikliniek Revalidatiegeneeskunde. U kunt hen op verschillende manieren bereiken.

  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij-app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen. Let op: u kunt pas een appje sturen als een medewerker van de polikliniek in de BeterDichtbij-app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt uw vraag stellen via MijnWZA (uw digitale dossier). U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen.
  • U kunt bellen naar de polikliniek Revalidatiegeneeskunde. De medewerkers zijn op werkdagen bereikbaar van 8.00 tot 16.30 uur, telefoonnummer (0592) 32 53 11.

Is het dringend?

Hebt u een dringende vraag, dan is het altijd het beste om te bellen!

 

reval32 - februari 2020