Naar hoofdinhoud Naar footer

‘Ik kijk eerst naar de mens’

Van de operatiekamers tot de polikliniek en de kraamafdeling. Als gynaecoloog komt Marjoes Droogh in het hele ziekenhuis. In een vak vol afwisseling staat voor haar altijd één ding voorop: de mens zien. 

Achteraf werd de interesse voor het artsenvak bij Marjoes gewekt toen ze een jaar of 12 was. In die periode kreeg haar oma kanker. “Als kind werd ik goed meegenomen in dat proces. Ik ben veel bij haar geweest, ook in haar laatste dagen. Wat mij is bijgebleven: we konden haar niet beter maken maar we konden er wél voor haar zijn.”

Eerst de mens en de klachten

Marjoes studeerde Geneeskunde in Maastricht, ver weg van haar geboortegrond Twente. Het was een bewuste keuze. “De opleiding was daar heel anders ingericht. Ze keken daar veel meer naar hoe een ziekte zich kan presenteren. In plaats van dat je eerst leerde over allerlei ziektes en de bijbehorende klachten, leerde je in Maastricht juist eerst naar de mens en de klachten te kijken. Zo kun je met die kennis achterhalen wat er aan de hand kon zijn.”

Dat laatste is een terugkerend thema in haar leven: het draait voor haar om de mens. Dat was zo toen haar oma ziek werd. Dat was zo toen ze als tiener vakantiewerk deed in de gehandicaptenzorg. Het is nog steeds zo in haar werk als gynaecoloog.

‘Minder bloot’

“Mijn vak gaat over een klein gebied van het lichaam, waar veel mee aan de hand kan zijn. Tegelijkertijd is het ook een heel kwetsbaar gebied. Daarom vind ik het belangrijk dat patiënten het met mij kunnen bespreken als ze ergens mee zitten. Zie ik ongemak? Dan vraag ik hoe ik zo goed mogelijk kan helpen. Dat zit ook in kleine dingen. Als er een patiënt bij mij in de gynaecologische stoel plaatsneemt, leg ik bijvoorbeeld altijd even een handdoekje over hun onderbuik heen. Dat voelt voor hen net wat minder bloot.”

Gynaecologie is een heel gevarieerd vakgebied. Het mooiste deel van Marjoes’ werk vindt ze de verloskunde. In het begin hield ze het aantal bevallingen dat ze begeleidde nog bij, maar daar is ze inmiddels wel mee gestopt. “Toch blijft het elke keer nog bijzonder.”

‘Ik grijp niet zomaar in’

De kunst is volgens haar om op zulke spannende en veranderlijke momenten goede zorg te bieden met het team. “Dat doe je door met elkaar te praten en mensen in hun waarde te laten. Als ik als gynaecoloog bij een bevalling wordt geroepen, betekent dat niet dat ik automatisch alles overneem van de verloskundige. Als het niet nodig is, grijp ik niet zomaar in. Ik kan bijvoorbeeld ook helpen door alleen wat bij te sturen.”

Drive 

Marjoes maakt  zich ook sterk voor het ontwikkelen van haar vak. Zo was ze het afgelopen jaar kartrekker in het terugdringen van overmatig bloedverlies na een bevalling. “Als iemand na de bevalling meer dan 1 liter bloed verliest, noemen we dat een fluxus. Daar kun je last van krijgen als patiënt en het kan ook gevaarlijk zijn.”

Samen met het hele team heeft Marjoes hier een jaar lang werk van gemaakt. Werkafspraken zijn aangepast, tijdens bevallingen wordt extra op risicofactoren gelet en er is zelfs een taartenwedstrijd gehouden om aandacht te vragen voor het onderwerp.

En met succes. Het percentage bevallingen in het WZA waarbij de patiënt een fluxus kreeg, is teruggebracht van 8,5 naar 5,5 procent. “Dat zijn jaarlijks toch 20 patiënten minder die hiermee te maken krijgen. Daar ben ik trots op. Het is mijn drive om patiënten zo goed mogelijk te helpen.” 

Gynaecoloog Marjoes Droogh, foto Frank Jeuring