In het WZA werken bijna negentig vrijwilligers. Als gastvrouw of gastheer in de binnen- of de buitendienst, als ondersteuning van de personeelsvereniging of als helpende hand bij de maandelijkse kerkdienst. Wie zijn deze bezige bijen van het ziekenhuis? Drie vrijwilligers vertellen.

Marian van der Spek, gastvrouw

“Vrijwilligerswerk in het WZA leek me altijd al mooi om te doen”

“In die anderhalf jaar dat ik nu gastvrouw ben, ben ik nog nooit met tegenzin gegaan. Het is juist fijn om een vast agendapunt te hebben: iedere dinsdagochtend ben ik er, om 8.15 uur. Het is een heel leuke groep vrijwilligers, dat is ook heel belangrijk. De sfeer bevalt me uitstekend. Zo’n ziekenhuis is een heel andere wereld dan de commerciële wereld waar ik tweeëntwintig jaar als secretaresse gewerkt heb. Toen ik stopte met mijn betaalde baan, heb ik gelijk het WZA gebeld of er plek voor me was, het leek me altijd al mooi om te doen. Ik vind ook dat ik nuttig werk doe. Sommige patiënten zijn heel zenuwachtig en als het me lukt ze op hun gemak te stellen, is mijn dag goed. Dat is mijn salaris.”

Wypke Holtrop, gastheer buitendienst

“Ik ben liever buiten dan binnen”

“Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ruim negen jaar geleden heb ik afscheid genomen van het WZA, nadat ik hier meer dan veertig jaar gewerkt had. Toen me twee jaar geleden gevraagd werd of de buitendienst iets voor me was, hoefde ik niet lang na te denken. Het vrije leven is goed, maar wat meer structuur is ook fijn. Bovendien ben ik liever buiten dan binnen.”
“Mensen helpen is leuk. Ik help ze uit de auto, breng een rolstoel, zet ze af bij de ingang en rijd met de golfkar. Alleen als ze die hulp op prijs stellen natuurlijk. Zet maar neer: Wypke is een zeer tevreden medewerker van de buitendienst.”

Liesbeth Gerritsen, gastvrouw

“Het geeft me een levensritme”

“Het is prachtig werk. De contacten met mensen, dienstbaar zijn. Dat klinkt ouderwets, maar dat is het wél. Het geeft me een levensritme sinds ik met pensioen ben, nu vier jaar geleden, en houdt me betrokken bij de maatschappij. Ik heb achtentwintig jaar als voedingsassistent in de zorg gewerkt, in een verpleeghuis. Daar zijn de contacten intenser, hier in het WZA juist wat korter. Dat ik nu geen verantwoordelijkheid draag voor de gezondheid van patiënten, geeft heel veel ontspanning.”
“We dragen sinds kort mooie vesten bij de nieuwe kleding. Die maken het helemaal af. We hebben bedacht om in de winter een blauwe of donkere broek te dragen en in de zomer een witte. En altijd gesloten schoenen: we zijn niet op een camping.”