Delier (plotselinge verwardheid)

Informatie voor familie

  • Specialisme of afdeling Geriatrie Psychiatrie
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
  • Wachttijd
    Informeer bij de polikliniek

In het kort

Tijdens een ziekenhuisopname komt het voor dat iemand een delier krijgt. Dit is een vorm van verwardheid die plotseling optreedt en over het algemeen na enige tijd weer verdwijnt. De behandeling van een delier gebeurt in overleg met een geriater of psychiater. Meestal zorgt het voor rust als er een vertrouwd iemand in de buurt is. 

Wat is het?

Een delier kan een paar uur duren, maar ook een paar dagen of een paar weken. Als de lichamelijke toestand van een patiënt verbetert, neemt de verwardheid meestal af.

Iemand met een delier is vaak ongeconcentreerd, moeilijk te bereiken, vergeetachtig, onrustig, gedesoriënteerd, angstig en soms agressief. Hij weet niet waar hij is, ziet en hoort vaak dingen die er niet zijn en heeft moeite met het herkennen van personen. Meestal wordt de verward­heid 's avonds en 's nachts erger.

Oorzaken

Een delier kan ontstaan door een aandoening van de hersenen, bijvoorbeeld een herseninfarct, maar ook door een operatie, be­paalde medicijnen, ontstekingen, een hart- of longziekte, stoornissen in de stof­wisseling, obstipatie of door het vasthouden van urine.

De een is gevoeliger voor een delier dan de ander. Oudere patiënten hebben vaker een delier dan jongere. Ook komt een delier meer voor bij patiënten die gewend zijn veel alco­hol of drugs te gebruiken of die veel stress hebben. 

Behandeling

Als een patiënt een delier heeft, wordt een geriater of psychiater ingeschakeld. Deze onderzoekt wat de oorzaak is van het delier. Daarna wordt gestart met de behandeling.  

Een behandeling kan bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van het medicijngebruik of het behandelen van een ontstekingen. Daarnaast krijgt een patiënt vaak medicijnen om de verward­heid tegen te gaan. 

Beschermende maatregelen

Soms is een patiënt zo onrustig en in de war dat het nodig is om beschermende maatregelen te treffen. Bijvoorbeeld om te voorkomen dat een patiënt uit bed valt, een infuusslang of katheter lostrekt, wegloopt of zichzelf en andere patiënten letsel toebrengt.

Een voorbeeld van een beschermende maatregel is ‘fixeren’ (vastbinden). Dit gebeurt met pols- en enkelbandjes of een speciaal laken.

Als het nodig is om beschermende maatregel te treffen, wordt dit in principe altijd eerst besproken met de contactpersoon van de patiënt.

Wat kunt u doen?

Om het contact met de patiënt zo goed mogelijk te laten verlopen, kunt u een aantal dingen doen:

  • Als iemand gedesoriënteerd is, zeg dan duidelijk wie u bent, waar de patiënt op dat moment is en wat voor dag het is. Het kan helpen als er oriëntatiepunten zijn, zoals een klokje en foto’s.
  • Spreek rustig en in eenvoudige zinnen. Bijvoor­beeld: ‘Heb je lekker geslapen?’ en niet ’Heb je lekker geslapen of ben je vaak wakker geweest?’
  • Als iemand dingen ziet of hoort die er niet zijn, ga daar dan niet in mee, maar ga ook niet in discussie.
  • U hoeft niet steeds te praten. Uw aanwezigheid is vaak al voldoende.
  • Ga op ooghoogte zitten. Het kan prettig zijn voor de patiënt als u zijn hand vasthoudt.
  • Als u tegelijk met een ander op bezoek bent, ga dan aan dezelfde kant van het bed zitten. Kon niet met meer dan twee personen tegelijk en blijf ook niet te lang op bezoek.
  • Als de patiënt een bril heeft of een gehoorapparaat, wilt u er dan op letten dat hij daar ook gebruik van maakt? Als de patiënt een kunstgebit heeft, kan het vanwege inslikgevaar verstandig zijn om dit uit te laten.

Als een patiënt erg onrustig is, is het fijn als er steeds een vertrouwd iemand aanwezig is. Ook maken verpleegkundigen graag gebruik van uw hulp bij het eten of bijvoorbeeld bij een rondje lopen.

Vragen?

Een delier is voor de naaste omgeving vaak een schokkende ervaring. Iemand die u heel goed kent, gedraagt zich opeens totaal anders dan u gewend bent en is in zekere zin onbereikbaar geworden. Het is daar­om heel begrijpelijk als u zich zorgen maakt en onzeker bent. Als u vragen hebt, kunt u tijdens de opname altijd terecht bij een van de verpleegkundigen.

 

geria04 - november 2020