Risico diabetes type 2 na zwangerschapsdiabetes

In het kort

Zwangerschapsdiabetes gaat na de bevalling weer over. Wel hebt u meer kans om op een gegeven moment diabetes type 2 te krijgen. Omdat een ongezonde leefstijl het risico op diabetes type 2 vergroot, is het na zwangerschapsdiabetes dus extra belangrijk om gezond te leven. Probeer bijvoorbeeld af te vallen, als u overgewicht hebt.  

Wat is het?

Als u zwangerschapsdiabetes hebt gehad, hebt u een grotere kans dan normaal om diabetes type 2 te krijgen. Van alle vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad, krijgt de helft binnen tien jaar diabetes type 2.

Gezond leven

Of u inderdaad diabetes type 2 krijgt, hangt ook van andere factoren af. Zo hebt u ook meer kans om diabetes type 2 te krijgen: als u een hoge bloeddruk hebt, een hart- of vaatziekte, een hoog cholesterolgehalte, overgewicht of als u rookt. Bij deze risicofactoren spelen een ongezond eetpatroon en onvoldoende beweging een belangrijke rol.

Voor vrouwen die vanwege zwangerschapsdiabetes al een verhoogde kans hebben om diabetes type 2 te krijgen, is een gezonde leefstijl dus extra belangrijk. Denk daarbij aan afvallen als u overgewicht hebt, voldoende bewegen, gezond eten en genoeg vitamine D.

Borstvoeding

Ook als u uw baby borstvoeding geeft, loopt u minder risico om diabetes type 2 te krijgen. Baby’s die moedermelk krijgen, hebben later ook minder kans op diabetes.

  •  Met vragen over borstvoeding kunt u terecht bij de lactatiedeskundigen van het WZA. Maak vanaf de 25e week in de zwangerschap een afspraak via de kraamafdeling (C0): telefoonnummer (0592) 32 53 70.

Afvallen en bewegen

Het is belangrijk om af te vallen als u te zwaar bent, met name als u veel vet rond de buik hebt. U kunt op twee manieren meten of u af moet vallen:

  • Zit bij u het vet rond de buik en is uw tailleomtrek meer dan 88 centimeter? Dan is het verstandig om af te vallen.
  • Bereken uw Body Mass Index (BMI). U kunt uw BMI uitrekenen door uw lichaamsgewicht te delen door uw lengte in het kwadraat. Is het getal hoger dan 25? Dan is het verstandig om af te vallen. Tip: doe de BMI-test op de website van het Voedingscentrum.

Afvallen? Beweeg!

Blijkt dat u beter iets af kunt vallen? Zeker dan is het belangrijk dat u voldoende beweegt: minstens vijf dagen in de week een uur per dag. Doe uw best om bij alles wat u doet extra te bewegen.

  • Neem bijvoorbeeld de trap in plaats van de lift.
  • Stap een halte eerder uit de bus en loop het laatste stukje naar uw huis of werk.
  • Doe uw boodschappen zoveel mogelijk lopend of op de fiets.
  • Huishoudelijk werk (bijvoorbeeld stofzuigen, ramen lappen) is ook beweging!
  • Probeer regelmatig een wandeling (met uw baby) te maken.

Gezonde voeding

  • Zorg voor een goede energiebalans. Dat wil zeggen dat de energie die uw lichaam uit uw voeding haalt, in even­wicht is met de energie die u verbruikt.
  • Verdeel uw eten en drinken gelijkmatig over de dag. Hierdoor voorkomt u grote schommelingen in het bloed­suikergehalte. 
  • Sla geen maaltijden over. De kans is dan kleiner dat u te veel calorie­rijke producten gaat eten. Bij voorkeur drie hoofdmaaltijden en maximaal vier tussendoortjes. 
  • Zorg voor variatie. De kans dat u alle benodigde voedingsstoffen binnen­krijgt, is dan het grootst. 
  • Wees matig met verzadigd vet. Verzadigd vet komt vooral voor in dierlijke producten zoals roomboter (vol)vette kaas, volle melk en melkproducten en vet(te) vlees(wa­ren) en worstsoorten. Het zit ook in harde margarine, harde bak- en braadproducten, kant-en-klaar gekochte snacks, gebak, chocolade en zoutjes. Er zijn ook plantaar­dige producten die vet bevatten: cacaovet, palm­olie en kokosvet (bijvoorbeeld kokosbrood en koffiewitmakers). Kies magere of halfvolle melk(producten), 20+ of 30+ kaas en mager vlees of magere vlees­waren. Gebruik vloeibare margarine of olie om in te bakken, braden of frituren. 
  • Wees matig met zout. 
  • Gebruik regelmatig vezelrijke producten. Geregeld gebruik van vezelrijke producten heeft een gunstig effect op het bloedsuikergehalte. Bij vezelrijke producten kunt u bijvoorbeeld denken aan: volkoren­brood, roggebrood, havermout, groente, fruit, zilvervlies­rijst, peulvruchten, aardappelen en noten. 
  • Eet voldoende groente en fruit. 
  • Eet twee keer per week vis, waarvan ten minste één keer vette vis. 
  • Kies voor dranken die geen calorieën bevatten, zoals water, koffie en thee (zonder suiker en melk) of fris­dranken zonder calorieën (maximaal drie per dag). 
  • Drink niet meer dan één glas alcohol per dag en sla ook eens een dag over.

Vitamine D

Het is belangrijk dat u genoeg vitamine D krijgt, want een vitamine D-tekort verhoogt de kans op diabetes type 2.

Waar zit het in?

Vitamine D zit van nature in vette vis zoals bokking, haring, makreel, paling en zalm, in eieren en (in wat klei­nere hoeveelheden) in vlees en melkproducten. Vitamine D wordt toegevoegd aan halvarine, margarine en bak- en braad­producten.

Zonlicht

Naast voeding met voldoende vitamine D, is het belangrijk dat u ten minste iedere dag een kwartier buitenkomt. Ook uw huidskleur is van invloed: iemand met een lichte huidskleur heeft minder snel een tekort aan vitamine D dan iemand met een donkere huids­kleur. 

Bijslikken?

Het is aan te raden om dagelijks 10 microgram vitamine D extra te gebruiken in de vorm van een vitaminepreparaat, als u:

  • een donkere huidskleur hebt
  • minder dan een kwartier per dag buitenkomt
  • een sluier draagt

Eet de goede dingen

Brood en broodvervangers

In plaats van 1 sneetje brood kunt u nemen:

  • 2 beschuiten
  • 2 sneetjes knäckebröd
  • 1 sneetje roggebrood
  • 1 sneetje krentenbrood of rozijnenbrood zonder spijs
  • ½ (volkoren)broodje

Broodbeleg

  • bij voorkeur 20+ of 30+ kaas/smeerkaas (bijvoorbeeld Westlight, Milner, Cantenaar, Maaslander), Zwitserse strooikaas en Hüttenkäse
  • magere vleeswaren, zoals rosbief, rookvlees, fricandeau, runderrollade, casselerrib, kipfilet, kip-of kalkoenrollade, magere achterham, tong of filet américain
  • ei in plaats van kaas of vleeswaren; maximaal drie keer per week 1 ei
  • sandwichspread, groentespread of salade (bijvoorbeeld selderijsalade)
  • rauwkost, zoals tomaat, komkommer en radijs
  • zoet beleg: alle soorten behalve chocolade- en kokos­producten

Soep

  • magere soep of bouillon (schep het vet af van afgekoelde bouillon of gebruik een bouillonblokje of bouillonpoeder.)

Aardappelen

In plaats van 4 kleine aardappelen (=200 g) kunt u nemen:

  • 4 opscheplepels gare (volkoren) pasta
  • 4 opscheplepels gare (zilvervlies)rijst
  • 4 opscheplepels aardappelpuree zonder boter of mar­garine
  • 4 opscheplepels gare peulvruchten
  • 2 sneetjes brood (bruin of volkoren)

Groente

  • alle soorten groente (gekookt en rauw) zonder boter of saus; eventueel rauw­kost op smaak maken met een vinaigrette van olie, azijn en kruiden of met slasaus

 Vlees en vleesvervangers

  • magere vleessoorten, zoals mager rund-, kalfs-, lamsvlees, biefstuk, varkens­haas, varkensfilet, varkensfricandeau, tartaar, lever, tong, mager runder- of kalfs­gehakt
  • magere vissoorten, zoals kabeljauw, schelvis, schol, tong, tarbot, wijting, poon, tonijn; één keer per week vette vis. zoals makreel
  • wild, kip of kalkoen zonder vel
  • vleesvervangers: alle soorten peulvruchten, tahoe, tempé, Quorn, sojavlees

 Jus en saus

  • magere jus: van koude jus het vet of olielaagje afscheppen en alleen het bruine deel gebruiken. (Desgewenst op smaak maken met kruiden, spece­rijen of tomatenpuree.)
  • rode sauzen (bijvoorbeeld ketchup en barbecuesaus) of piccalilly en mosterd

 Nagerecht

  • magere (vruchten)kwark of magere (vruchten)yoghurt, bij voorkeur zonder suiker
  • magere vla, pap of pudding gemaakt van magere of half­volle melk of karnemelk
  • sojadessert
  • fruit, vruchtengelatinepudding, watergruwel
  • sorbetijs of waterijs

Dranken

In plaats van 1 glas halfvolle melk (150ml) kunt u nemen:

  • 1 glas karnemelk
  • 1 schaaltje magere (vruchten)yoghurt of magere (vruchten)kwark zonder suiker (bijvoorbeeld Optimel, Vitalinea).

Fruit

  • alle soorten fruit, bij voorkeur vers fruit (verdeeld over de dag maximaal 3 stuks)
  • ongezoete of light vruchtensap (verdeeld over de dag maximaal 3 glazen)

Vrij te gebruiken

  • thee of zwarte koffie zonder suiker
  • mineraalwater (eventueel met wat citroensap)
  • tomatensap of groentesap.
  • light frisdranken (maximaal 3 glazen per dag)

Natuurlijk mag u af en toe iets lekkers nemen. U kunt het beste kiezen uit:

  • zoete extraatjes: drop, (suikervrije) kauwgom, zuurtjes, 2 (volkoren)bis­cuitjes, 2 speculaasjes, 2 Sultana's, 1 Evergreen, 1 plak ontbijtkoek, 1 kleine eierkoek
  • hartige extraatjes: Japanse mix, zoute stokjes
  • rauwkost: sla, tomaat, komkommer, augurk, radijs, paprika

Laat u controleren

Zes weken na de bevalling

Het is verstandig om zes weken na de bevalling bij uw huisarts uw bloedsuikergehalte te laten bepalen.

Jaarlijkse controle

In de eerste tien jaar na de bevalling is het belangrijk dat u uw bloedsuikergehalte jaarlijks laat controleren. Omdat u zwangerschapsdiabetes hebt gehad, is er namelijk 50% kans dat u binnen tien jaar diabetes type 2 krijgt. Voor deze controles kunt u terecht bij uw huisarts. Behalve uw bloedsuikergehalte kan de huisarts ook het vetgehalte van uw bloed, uw bloeddruk, uw gewicht, uw BMI en uw tailleomvang controleren.

Zwangerschap

Mocht u opnieuw zwanger worden, dan is het van belang dat u zo snel mogelijk uw bloedsuikergehalte laat bepalen. Als u één keer zwangerschapsdiabetes hebt gehad, is de kans 50% dat u bij een volgende zwangerschap ook weer zwangerschapsdiabetes krijgt. Voor de ontwikkeling van de ongeboren baby is een goede bloedsuikerregulatie juist in het begin erg belangrijk!

Vragen?

Als u nog vragen hebt over diabetes type 2, kunt u het beste contact opnemen met uw huisarts.

Uw mening telt

Een compliment, tip of klacht

Wij vinden het belangrijk dat u tevreden bent over onze zorg en dienstverlening. Hebt u een compliment, een tip of een klacht? Wij horen het graag. U kunt het volgende doen:

  • Vertel het direct aan degene die er verantwoordelijk voor is.
  • Bel of schrijf onze ombudsfunctionaris.
  • Vul het formulier in dat u kunt vinden op de webpagina Uw mening telt! Hier vindt u ook meer informatie over de klachtenprocedure en uw rechten als patiënt.

De ombudsfunctionaris

  • e-mail: ombudsfunctionaris@wza.nl
  • telefoon: (0592) 32 56 24/32 55 55 (maandag t/m donderdag)
  • postadres: WZA t.a.v. de ombudsfunctionaris, postbus 30.001, 9400 RA Assen

 

inter34 - februari 2016