Borstvoeding

  • Specialisme of afdeling Lactatiekundigen Verloskunde
  • Openingstijden
    U kunt de kraamafdeling bellen tussen 8.00 en 15.30 uur.
  • Afspraak maken? Vragen? Voor het maken van een afspraak met de lactatiekundigen kunt u bellen naar de kraamafdeling (C0): (0592) 32 53 70.

In het kort

Het geven van borstvoeding is een gezonde zaak. In de eerste plaats voor uw baby, maar ook voor u als moeder heeft het voordelen. Met een goede voorbereiding lukt dat in de meeste gevallen. De verloskundige, de verpleegkundige op de kraamafdeling, de kraamverzorgende of de lactatiekundige kan u hierbij helpen.

Borstvoeding

Borstvoeding is voor uw baby de beste start. Niet voor niets adviseren de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), Unicef en het Voedingscentrum om uw baby borstvoeding te geven. Het liefst zes maanden uitslui­tend borstvoeding en daarna nog geruime tijd als wezenlijk onderdeel van het dagelijkse menu!

Voordelen

Borstvoeding is de meest geavanceerde voeding die u zich kunt voorstellen. De samenstelling van de borstvoeding en de hoeveelheid groeien met de leeftijd van de baby mee. Borstvoeding is zo compleet, dat een baby de eerste zes maan­den van zijn leven geen andere voeding nodig heeft.

Voordelen voor de baby

  • Moedermelk bevat afweerstoffen die een baby beschermen tegen allerlei ziekten en infecties (zoals diarree en ontstekingen van de luchtwegen, de oren, de urine­wegen en de hersenvliezen.)
  • Baby’s met een allergische aanleg die borstvoeding krijgen, hebben minder last van hun allergie en even­tuele allergische klachten openbaren zich vaak ook pas later.
  • Moedermelk is een lichaamseigen voeding, vers en licht verteerbaar en wordt volledig opgenomen door de dar­men. Baby’s hebben daardoor beduidend minder last van obstipatie en spugen ook minder.
  • Het drinken aan de borst bevordert een goede kaakont­wikkeling.
  • Borstgevoede baby's worden gedurende hun eerste levensjaar gemiddeld vijfmaal minder in een ziekenhuis opgenomen dan baby’s die kunstvoeding krijgen.
  • Baby’s die borstvoeding krijgen, hebben later waarschijn­lijk minder kans op een hoge bloeddruk, een verhoogd cholesterolgehalte, diabetes, obesitas (overgewicht) of de ziekte van Crohn.

Voordelen voor de moeder

  • Als u borstvoeding geeft, trekt de baarmoeder zich sneller samen. Dit leidt tot minder bloedverlies.
  • Moeders die borstvoeding geven, zijn over het algemeen na zes maanden weer terug op hun eigen gewicht, zon­der dat zij daarvoor extra moeite hoeven te doen. Dat komt doordat het extra vet dat tijdens de zwangerschap wordt aangelegd, op een natuurlijke manier wordt ver­bruikt.
  • Het geven van borstvoeding vertraagt de terugkeer van de menstruatie.
  • Als u geruime tijd borstvoeding hebt gegeven, loopt u minder risico om bepaalde vormen van kanker te krijgen.
  • Door het geven van borstvoeding blijven uw botten steviger.
  • Vrouwen die borstvoeding hebben gegeven, hebben minder last van hart­klachten, diabetes type 2 of reumatische artritis.

Andere voordelen

  • Moedermelk is direct beschikbaar en altijd op de juiste temperatuur.
  • Moedermelk is gratis.
  • Moedermelk is milieuvriendelijk.

Oorzaken vroegtijdig stoppen

Het aantal vrouwen dat in ons land borstvoeding geeft, is in verhouding tot veel andere landen laag. Van alle zwangere vrouwen kiest 79% ervoor hun baby zelf te voeden. Aan het einde van de eerste maand geeft nog 54% van de vrouwen borstvoeding en 25% van de vrouwen geeft op de leeftijd van zes maanden nog volledig borstvoeding. Hoewel het vroegtijdig stoppen met borstvoeding een bewuste keuze kan zijn, spelen vaak ook andere oorzaken een rol:

  • onvoldoende deskundige informatie en begeleiding in de eerste dagen en weken;
  • onzekerheid door tegenstrijdige adviezen;
  • onzekerheid over de hoeveelheid borstvoeding;
  • pijn bij het voeden;
  • te weinig steun of begeleiding uit de omgeving.

Voorbereiding tijdens de zwangerschap

Informatie verzamelen

Het is belangrijk dat u en uw partner zich tijdens de zwan­gerschap voldoende voorbereiden op de komst van uw kind en de wijze waarop u uw baby wilt gaan voeden. Vrouwen die zich ervan bewust zijn dat het geven van borst­voeding een heel natuurlijke zaak is, zullen vaak langer met borstvoeding doorgaan. Verder is praktische informatie belangrijk om proble­men bij de borstvoeding te voorkomen of in een vroeg stadium te herkennen. Vaak zijn er goede oplossingen voorhanden.
Als uw partner is voorgelicht over borstvoeding, kan dat ook een positieve invloed hebben.

U kunt op verschillende manieren aan informatie komen:

  • U kunt lezen over borstvoeding in folders en boeken of op internet.
  • U kunt naar een cursus of informatiebijeenkomst over borstvoeding gaan. Het Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV) organiseert acht keer per jaar in het WZA een voorlichtingsbijeenkomst over borstvoeding. Een lactatiekundige en borstvoedingscoaches geven dan op een interactieve manier informatie over allerlei onderwerpen die met borstvoeding te maken hebben. Wilt u zich opgeven of hebt u vragen, neem dan contact op met de afdeling Verloskunde, telefoon (0592) 32 53 70. Verder organiseren sommige kraamcentra of ziekenhuizen in uw omgeving ook voorlichtingsavonden.
  • U kunt informatie krijgen bij een borstvoedings­organisatie (Vereniging Borstvoeding Natuurlijk of La Lèche League Nederland).
  • In het ziekenhuis werken lactatiekundigen IBCLC. U kunt bij hen terecht met allerlei vragen over borstvoeding. Als u tijdens uw zwangerschap een keer een informatief gesprek wilt hebben over het geven van borstvoeding, is dat altijd mogelijk. Het wordt sterk aangeraden om een afspraak te maken met een lactatiekundige als u problemen verwacht bij het geven van borst­voeding, of als u zwangerschapsdiabetes hebt, zwanger bent van een twee­ling, een borstoperatie hebt gehad of bij uw vorige kindje problemen hebt gehad met voeden. Er is een lactatiekundige aanwezig op maandag, woensdag en vrijdag van 8.00 tot 14.30 uur. U kunt een afspraak maken via de secretaresse van de kraamafdeling. Telefoonnummer (0592) 32 53 70, bereikbaar tussen 8.00 en 15.30 uur.

 

De eerste dagen

Aanleggen

  • Om de productie van moedermelk goed op gang te brengen, is het vooral de eerste weken belangrijk om uw baby zo vaak en zo lang aan te leggen als hij zelf wil. Een baby drinkt gemiddeld 8-12 keer per etmaal. Elke keer dat uw baby aan de borst drinkt, hoe kort ook, wordt het hormoon gestimuleerd dat voor de melkproductie zorgt. Laat uw baby minstens acht keer per etmaal drinken, dat wil zeggen in ieder geval om de drie uur!
  • Als een kindje vaker wil drinken is dat prima, zo dronk hij in de buik ook.
  • Het is raadzaam om uw baby ’s nachts in ieder geval één keer te voeden, tenzij de verloskundige of arts anders adviseert.

Geen fopspeen

  • Als uw kindje aangeeft te willen drinken, geef dan geen fop­speen, want daar­door drinkt het minder vaak aan de borst. Het risico bestaat dat daardoor de melkproductie onvol­doende op gang komt en dat na enkele weken blijkt dat een baby te weinig groeit. Ook is de kans aanwezig dat het borstklierweefsel in dat geval onvoldoende wordt geactiveerd, waardoor het moei­lijker is om in een later stadium de productie naar wens op te voeren.
  • Bovendien zijn de eerste dagen voor het aanleggen ideaal als oefendagen. Na een paar dagen komt de melkproductie op gang en zullen uw borsten voller aanvoelen. Het is fijn als u en uw baby dan aan el­kaar zijn gewend. Daardoor is het makkelijker voor de baby om de borstvoeding goed onder de knie te krijgen.

Belangrijk

  • De eerste dagen legt u uw baby vaak aan zodat de melk­productie goed op gang komt.
  • Als er drie uur is verstreken sinds de vorige voeding en uw kindje slaapt nog, maakt u hem dan wakker. Doet dit bij voorkeur op een moment dat uw baby licht slaapt. Uw baby maakt dan kleine bewegingen met zijn lichaam en zijn ogen.
  • Laat uw baby zo lang drinken als hij wil, tenzij het pijn doet. In dat geval moet u de baby opnieuw aanleggen. Gemiddeld heeft een baby 15 tot 20 minuten nodig om een borst leeg te drinken (zodat de borst soepel aanvoelt). Sommige baby's laten niet uit zichzelf los, maar vervallen in oppervlakkig zuiggedrag. Dit is een goed moment om van borst te wisselen.
  • Zorg voor ten minste acht aanlegmomenten per etmaal. Het is niet nodig dat er tussen twee voedingsmomenten een bepaalde tijd zit. Uw baby mag zo vaak en zo lang mogelijk drinken als hij wil!

Verzorging van uw tepels

Onderzoek heeft aangetoond dat maatregelen om de tepels te 'harden' (zoals het wrijven met een ruwe handdoek en het gebruik van crèmes) een averechts effect (kunnen) hebben. De opperhuid van uw tepels kan hierdoor zelfs bescha­digd raken. Tepels hoeven niet te worden gehard. Ze moeten juist soepel zijn, zodat ze het trekken van een krachtig zuigende baby goed kunnen opvangen.

Geen zeep
U kunt uw borsten het beste wassen met gewoon water zonder zeep om het zelfbeschermende milieu op de tepelhuid niet te verstoren. De kliertjes op de tepelhof scheiden talg af en uw borsten bereiden zich zo zelf voor op het geven van moedermelk.

Borstvoeding geven

Huid-op-huidcontact

Huid-op-huidcontact is belangrijk, zowel voor uzelf als voor uw baby. Het houdt in dat u uw baby bloot (wel toegedekt tegen de kou en met een luiertje aan) tegen uw blote borst aanlegt. U kunt er het beste direct na de geboorte mee beginnen (als de condi­tie van uw baby en uw eigen conditie dit toelaten) en u kunt er heel lang mee doorgaan (bijvoorbeeld tot uw kindje één jaar is).

Als er regelmatig sprake is van huid-op-huidcontact, is een baby over het alge­meen ontspannener, is zijn temperatuur beter, zijn de hartslag en de adem­haling stabieler en is het bloedsuikergehalte hoger. Bovendien bevordert het contact de hechting tussen u en uw baby. Daarnaast zorgt huid-op-huidcontact ervoor dat uw baby in aanraking komt met dezelfde bacteriën als de bacteriën die u bij u draagt. Dit kan helpen bij het voorkomen van bepaalde ziektes of allergieën. Ten slotte heeft huid-op-huidcontact een positieve invloed op de borstvoeding. Hoe dichter uw baby bij u is, des te sneller zal uw baby aan de borst gaan. Ook zorgt huid-op-huidcontact ervoor dat het hormoon oxytocine, dat de melkproductie op gang brengt, wordt gestimuleerd.

Zuigreflex

Pasgeborenen hebben een zeer sterke zuig- en zoekreflex en zijn één tot twee uur na de bevalling opmerkelijk alert. Ook onder invloed van huid-op-huidcon­tact zullen de meeste baby's vrij snel na de geboorte smakbewegingen maken en op zoek gaan naar hun knuistjes. Vaak gaan baby’s uit zichzelf op zoek naar de tepel door kruipachtige bewegingen te maken in de richting van uw borst. Dit is het moment om uw baby aan te leggen. Bekijk ook eens deze video. 

Houding bij het voeden

Het is belangrijk dat u uw baby voedt in een goede houding. Het hoofdje, de schouder en de heup van uw baby moeten één lijn vormen en de voorkant van het lichaampje moet volledig naar u toe gericht zijn. De tepel ligt ongeveer op dezelfde hoogte als het neusje van uw baby. Door het mondje van uw baby te prikkelen met de tepel, wordt de zoekreflex opgewekt en zal uw kindje zijn mondje steeds verder opendoen. Als het mondje wijd open is, trekt u uw kindje dichter tegen u aan.

De baby moet niet alleen de tepel, maar ook een flink deel van de tepelhof in zijn mondje nemen. De lipjes moeten naar buiten gekruld zijn, het tongetje moet over de onder­kaak onder de tepelhof liggen. Bij een goede houding ligt de kin van uw baby tegen uw borst, het neuspuntje raakt de borst net, zodat de baby kan ademen tijdens het drinken. Ligt het neusje niet vrij, breng dan de heupjes van uw baby nog dichter tegen uw lichaam aan. Het is bij het aanleggen belangrijk dat de baby zo ligt, dat de tepel recht in zijn mondje ligt. Bekijk ook eens deze video. Voor wat verschillende houdingen verwijzen we naar de website van Kiind

Pijn bij het voeden

In eerste instantie maakt de baby korte, snelle zuigbewegin­gen om de toe­schietreflex op gang te brengen. Dat kan een beetje pijnlijk zijn, omdat de borst dan oprekt en de baby de tepel mogelijk nog dieper in zijn mondje moet trekken. Daarna verandert het zuigpatroon en worden de teugen diep en regel­matig.

Als het voeden pijn doet, moet u de baby altijd van de borst halen en opnieuw aanleggen. U kunt ook tijdens het aanleggen corrigeren zodat het geen pijn meer doet. Dat is de enige manier om problemen zoals tepelkloven te voorko­men. Borstvoeding geven mag geen pijn doen, behalve bij het eerste aanzuigen in de eerste week (het rekken van de tepel en de tepelhof) en bij de eerste toe­schietreflex. Deze pijn hoort binnen de eerste minuut van het voeden duidelijk af te nemen.

Na de eerste dagen

Hoe vaak voeden?

Na de eerste twee tot drie dagen kunt u uw baby elke keer voeden als hij daar­om vraagt. Tekenen dat hij gevoed wil worden zijn bijvoorbeeld dat hij smakt, likt, wakker wordt, om zich heen kijkt of met zijn handjes beweegt. Dit is over­dag meestal om de twee tot drie uur, 's avonds vaak om de anderhalf tot twee uur en ’s nachts om de drie tot vier uur. De meeste baby's komen gemiddeld aan acht voedingen toe per etmaal.

Geen baby is precies hetzelfde. Daarom is het heel belang­rijk dat u de signalen van uw kind leert herkennen. Som­mige baby's vragen bijvoorbeeld maar zes voedingen per etmaal. Als de baby voldoende plast en voldoende in ge­wicht aankomt, is dat geen probleem. Bekijk ook eens deze video

Clustervoeden

Veel baby’s willen na de eerste week’ s avonds vaker gevoed worden. Dit heet ‘clustervoeden’. Het houdt in dat uw baby gedurende een aantal uren steeds met korte tussenpozen wil drinken. Het is een normaal verschijnsel en heeft bovendien als voordeel dat de borsten goed leeg­gedronken worden en u 's nachts vaak een uurtje langer kunt slapen.

Doorslapen

Wanneer uw baby ‘s nachts gaat doorslapen, is moeilijk te voorspellen. Dat verschilt ook erg van kind tot kind. De meeste baby's hebben in elk geval de eerste drie maanden 's nachts nog behoefte aan een voeding.

Voldoende melk

Als uw baby borstvoeding krijgt, krijgt hij in principe nooit te veel voeding. De samenstelling van de voeding past zich namelijk aan naarmate er vaker gevoed wordt.

Uw baby krijgt genoeg wanneer hij:

  • Zes tot acht natte luiers per etmaal heeft vanaf de vierde dag na de geboorte.
  • Na de kraamtijd gemiddeld twee tot vijf keer per dag gepoept heeft. Maar uw baby kan ook zomaar een of twee dagen niet poepen. 
  • De eerste zes weken minimaal één maal per 24 uur gepoept heeft.
  • Gevoed wordt wanneer hij zich meldt.
  • Met open ogen drinkt en hoorbaar slikt.
  • De borsten goed leeg drinkt (zodat de borsten soepel aanvoelen en de moeder een duidelijk verschil merkt tussen haar borsten voor en na de voeding).
  • Een wakkere indruk maakt.

Vitamine K

Vitamine K is onder andere belangrijk voor een goede bloedstolling. Sommige aandoeningen kunnen in combi­natie met een vitamine K-tekort leiden tot bloedingen die gevaarlijk voor een baby zijn. Daarom kunt u borstgevoede baby’s het beste extra vitamine K te geven.

Het advies is:

  • 1 milligram (mg) vitamine K in de eerste uren na de geboorte;
  • vanaf de achtste dag tot en met de derde levensmaand 150 microgram (mcg) vitamine K per dag.

Dit geldt ook voor baby’s die grotendeels (voor meer dan de helft) borstvoeding krijgen!

Stuwing

Een paar dagen na de geboorte (meestal rond de derde of vierde dag) kunt u last krijgen van stuwing. Stuwing is een natuurlijk verschijnsel en verdwijnt ook weer vanzelf. Meestal na een paar dagen, soms duurt het iets langer. Het is een teken dat de melkproductie goed op gang komt.

Stuwing ontstaat door een verhoogde toevoer van bloed naar uw borsten, wat leidt tot extra aanmaak van melk. Als u uw baby de eerste twee tot drie dagen vaak hebt aan­gelegd, is uw baby meestal ervaren genoeg om de toegenomen hoeveelheid melk weg te drinken. Naarmate uw baby meer drinkt, hebt u min­der last van de stuwing en zullen uw borsten minder gespannen zijn.

Bijvoeding

Onder bijvoeding verstaat men alles wat een baby naast borstvoeding binnen krijgt, dus ook water. Dorst is de belangrijkste prikkel voor een baby om aan de borst te willen drinken. Als u uw baby water geeft, heeft dat dus een remmend effect op de borstvoeding.

Bijvoeding verstoort het principe van vraag en aanbod. Als u bijvoeding geeft, loopt u het risico dat de melkproductie niet goed op gang komt of terugloopt.

U mag uw baby alleen bijvoeden op medische indicatie. Hiervoor kunnen ver­schillende redenen zijn: uw kindje komt onvoldoende aan of valt te veel af of uw kindje heeft een te laag geboortegewicht of juist een te hoog geboorte­gewicht.

Als bijvoeding noodzakelijk is, wordt altijd gestart met kolven. Op die manier wordt de borstvoeding zo snel mogelijk op gang gebracht, zodat uw kindje met eigen melk kan worden bijgevoed. 

Kolven

Wanneer kolven?

Om verschillende redenen kunt u besluiten melk af te kolven:

  • Uw baby kan nog niet (goed genoeg) aan de borst drinken.
  • Uw baby is te vroeg geboren.
  • Er zijn problemen met de borstvoeding.
  • U wilt af en toe eens weg kunnen.
  • U wilt borstvoeding combineren met een baan buitenshuis.

Om met succes te kunnen kolven, hebt u meer nodig dan een goed kolfappa­raat, hoe modern ook. Het maakt namelijk een groot verschil of u een apparaat aan uw borst voelt of uw baby. Met een kolfapparaat zal het vrijwel altijd meer moeite kosten om de melk te laten toeschieten dan wanneer uw baby zelf drinkt. Als er geen acute reden is om te gaan kolven, is het verstandig om u eerst uitgebreid te laten voorlichten. Hiervoor kunt u terecht bij de lactatiekundigen van het ziekenhuis.

Informatie over het huren van een kolfapparaat kunt u krijgen tijdens uw verblijf op de afdeling Verloskunde of thuis via uw kraamzorginstantie.

Kolven moet je leren en gaat niet altijd gelijk goed. De hoeveelheid die u kolft zegt alleen maar dat u die hoeveelheid kunt kolven. Meer niet. Een baby drinkt altijd beter dan de beste kolf kan kolven. Wilt u meer informatie kunt u terecht bij een lactatiekundige. Meer informatie staat ook op deze website over borstvoeding of de website van MoM&e.

Vragen?

Als u in het ziekenhuis bent bevallen, kunt u tot zes weken na uw bevalling een beroep doen op de lactatiekundigen IBCLC van het ziekenhuis. Er is een lactatiekundige aanwezig op maandag, woensdag en vrijdag van 8.00 tot 14.30 uur. U kunt telefonisch advies krijgen maar een persoonlijk gesprek is ook mogelijk. U kunt een afspraak maken via de secretaresse van de kraamafdeling (telefoonnummer (0592) 32 53 70 tussen 8.00 en 15.30 uur).

In de thuissituatie kunt u uw vragen voorleggen aan uw kraamverzorgende, verloskundige of een lactatiekundige IBCLC. De namen en adressen van de vrijgevestigde lactatiekundigen zijn te vinden op de website