Plaats van de arm
Het is goed om de arm van het kind dicht bij het lichaam te houden. Het beste kun je de arm op de borst leggen met het handje bij de mond. Je kind voelt dan zijn eigen gezicht en kan soms ook op zijn vingertjes sabbelen. Als de beide handjes elkaar raken, is dat ook een prettig gevoel voor je kind.
Als je aan het voeden bent, stop de arm dan niet onder je oksel. Leg de arm op de buik van je kind.
Wanneer je je kind tegen je schouder houdt (bijvoorbeeld voor een boertje), ondersteun je met 1 hand de billetjes en met de andere hand houd je de arm op de goede plaats.
Verkeerde houdingen
Probeer te voorkomen dat de arm van je kind verkeerd terechtkomt:
- De arm mag niet omhoog: de hoek tussen de arm en de romp mag niet groter worden dan 90˚.
- Laat de arm niet naar achteren hangen.
- Breng de arm niet verder dan 90˚ omhoog langs het oor.
- Trek je kind niet aan de armpjes omhoog
- Til je kind niet onder de oksels op.
Optillen en dragen
Als je je kind optilt, doe dat dan altijd met 1 hand onder de billetjes of in het kruis en de andere hand rond de schouders en het hoofd. Het is handig om je kind vanuit rugligging eerst een beetje naar de goede kant te draaien, zodat de arm op de buik blijft liggen.
Aan- en uitkleden
Bij het aankleden doe je de verlamde arm eerst in het mouwtje, bij het uitkleden altijd als laatste uit het mouwtje. Gebruik rompertjes en truitjes met een wijde hals (met drukknoopjes) of overslagtruitjes. Vind je het lastig om je kindje te draaien, dan kun je het aankleedkussen draaien.
In bad doen
Houd je kind in bad altijd vast aan de goede arm. Leg hem op zijn rug en ondersteun het hoofd met je pols. De andere arm laat je drijven.
Slapen
Laat je kind altijd op zijn rug slapen, om de kans op wiegendood zo klein mogelijk te maken.
Spelen
Wanneer je kind op zijn rug ligt, bijvoorbeeld in de box of op schoot, moet de arm vrij liggen.
Als je je kind op schoot hebt, zet je voeten dan op een verhoging en houd je kind met zijn gezichtje naar je toe. Zo kun je goed contact maken. Breng de handjes naar elkaar toe of naar het gezichtje, zodat de arm niet naar beneden hangt.
Je baby mag ook gewoon even op zijn buik liggen. Wees dan wel voorzichtig met omdraaien.
Let op dat familie en vrienden die op kraambezoek komen, je kind op de goede manier vasthouden!