Bevallen in het ziekenhuis

  • Specialisme of afdeling Ouder en Kind-centrum
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur
  • Afspraak maken? Vragen? Kraamafdeling: (0592) 32 53 70; afdeling Verloskunde voor bevallingen en spoedgevallen: (0592) 32 50 90 De kraamafdeling en de afdeling Verloskunde zijn 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar

In het kort

Om medische redenen kan het nodig zijn dat u in het ziekenhuis bevalt. Soms is dat aan het begin van de zwangerschap al duidelijk, maar vaak blijkt het pas in de loop van de zwangerschap. Voor de zwangerschapscontroles in het ziekenhuis kunt u terecht bij een gynaecoloog of klinisch verloskundige.

De klinisch verloskundige is degene die u tijdens uw bevalling begeleidt, samen met een verpleegkundige. Als het nodig is kan ook de gynaecoloog bij de bevalling aanwezig zijn. Uw partner mag 24/7 bij u blijven.

Wanneer bellen naar het ziekenhuis?

Een normale zwangerschap eindigt tussen de 37e en 42e week. De meeste bevallingen beginnen met weeën, sommige met het breken van de vliezen. Neem direct contact op met de afdeling Verloskunde (05920) 32 50 90:

  • Als u ongerust bent over uw eigen gezondheid of die van uw baby.
  • Als u vaginaal bloedverlies hebt (bewaar uw slipje of inlegkruisje).
  • Als u vruchtwater verliest (dit kan een plons vocht zijn, maar het kunnen ook kleine beetjes zijn).
  • Als u nog geen 37 weken zwanger bent en buikpijn of rugpijn hebt die met een bepaalde regelmaat komt en gaat.
  • Als u meer dan 37 weken zwanger bent en al een uur lang buikpijn of rugpijn hebt die om de vijf minuten komt en een minuut aanhoudt.
  • Als uw baby anders of minder beweegt dan u gewend bent.

In het ziekenhuis

Bij aankomst in het ziekenhuis kunt u overdag meteen doorlopen naar kraamafdeling, waar de verloskamers zijn. ’s Avonds of ’s nachts meldt u zich eerst bij de receptie.

 

Wat neemt u mee?

Voor uzelf

  • een gemakkelijk zittend T-shirt om in te bevallen
  • een pyjamajasje of shirt dat omhoog of open kan als u borstvoeding geeft
  • ondergoed
  • en stevige beha of voedingsbeha
  • eventueel een ochtendjas of slippers
  • toiletbenodigdheden
  • uw patiëntenpas, iden­titeitsbewijs en zorgpas

Voor uw baby

  • een paar rompertjes
  • een paar truitjes, broekjes of pakjes
  • een jasje (als het koud is)
  • een maxi-cosi met omslagdoek of dekentje. Het kan handig zijn om van tevoren eens te oefenen met het plaatsen van de maxi-cosi in de auto.

Medicijnen

Als u thuis medicijnen gebruikt en u blijft kort in het ziekenhuis (één of twee dagen), wilt u dan zelf voor uw medicijnen zorgen? Blijft u langer opgenomen, dan regelt de ziekenhuisapotheek uw medicijnen. In dat geval vragen we u wel een voorbeeld mee te nemen van de medicijnen die u thuis gebruikt.

Allergiepas en dieetlijst

Als u een dieetlijst of allergiepas hebt, is het handig als u die bij u hebt.

Geen waardevolle spullen

Het is niet verstandig om veel geld, sieraden of waardevolle papieren mee te nemen naar het ziekenhuis. Bij verlies, diefstal of beschadiging is het ziekenhuis niet aansprakelijk.

De bevalling

Ziekenhuisbevalling met medische reden

Uw bevalling wordt begeleid door een verloskundige van het ziekenhuis en een verpleegkundige. Zo nodig is ook een gynaecoloog bij de bevalling aanwezig.

Verloskamer

Wanneer de bevalling goed op gang is en de ontsluiting vor­dert, gaat u naar de verloskamer. Daar blijft u totdat de baby is geboren. Als u dat wilt is het mogelijk om in bad te bevallen.

Aanwezigheid partner

Vanzelfsprekend mag uw partner tijdens de bevalling bij u blijven. Als uw partner foto’s of filmpjes wil maken van de bevalling, dan graag in overleg met degenen die de bevalling begeleiden.

Pijnstilling: wat u zelf kunt doen

Weeën zijn bijna altijd pijnlijk. De duur en hevigheid van de pijn wisselen. Meestal neemt de pijn toe naarmate er meer ontsluiting is. De pijn zit vooral onderin de buik, maar wordt ook wel als rugpijn gevoeld. Het persen kan ook pijnlijk zijn, maar soms is het juist een opluchting om mee te mogen persen.

Bij pijn maakt het lichaam zelf stoffen aan die een pijnstillend effect hebben, de zgn. endorfinen. Dit gebeurt ook tijdens een bevalling. De aanmaak van endorfinen wordt bevorderd als u ontspannen bent en het lekker warm hebt, terwijl spanning en kou een de aanmaak van endorfinen belemmeren. Ook om die reden is het belangrijk dat de bevalling zo comfortabel mogelijk verloopt. Hiervoor kunt u zelf een aantal dingen doen:

  • Laat u goed informeren door de verloskundige of gynaecoloog over het verloop van de bevalling, zodat u niet voor verrassingen komt te staan. Ook is het nuttig om de voorlichtingsbijeenkomst ‘Bevallen in het ziekenhuis’ bij te wonen, die het WZA organiseert en bijvoorbeeld een zwangerschapscursus te volgen.
  • Probeer ervoor te zorgen dat iemand uit uw eigen omgeving tijdens de bevalling bij u is. Dat kan natuurlijk uw partner zijn, maar als u het prettig vindt om (ook) uw moeder, zus of vriendin bij de bevalling te hebben, is dat prima. Waar het om gaat, is dat u zich veilig en op uw gemak voelt.
  • Bedenk van tevoren of u bepaalde wensen hebt rond de bevalling, bijvoorbeeld over eventuele pijnstilling. Van de verloskundige krijgt u een geboorteplan waarin u uw wensen kunt noteren.
  • Om de weeën zo goed mogelijk op te vangen, zijn een goede ademhaling en een ontspannen houding van belang. Tijdens een zwangerschapscursus krijgt u hiervoor oefeningen. Door geconcentreerd weeën ’weg te zuchten’, komt u in een ritme waarbij het lichaam endorfinen aanmaakt.
  • Ook warmte is goed voor de aanmaak van endorfinen. Als er geen medische bezwaren zijn, kunt u bijvoorbeeld een warme douche of bad nemen. Een warmwaterzak in uw rug en warme sokken kunnen ook prettig zijn.
  • Aan het begin van de ontsluitingsfase zit er nog vrij veel tijd tussen de weeën. Probeer uzelf dan wat afleiding te geven. Als de weeën elkaar sneller opvolgen, gebruik de pauzes dan om uit te rusten.

Pijnstilling: met medicijnen

Ondanks alle goede voorbereidingen, kunt u toch veel pijn hebben tijdens de bevalling. Als u de pijn moeilijk te verdragen vindt of het lukt u daardoor niet om te ontspannen zodat de pijn nog erger wordt, kunt u medicijnen krijgen om de pijn te bestrijden.

Ruggenprik (epidurale anesthesie)

Een ruggenprik is een injectie in uw onderrug met pijnstillende medicijnen. Voor een ruggenprik wordt u vanaf de verloskamer naar de operatieafdeling gebracht. Uw partner mag niet mee naar de recovery waar de ruggenprik wordt gezet. Uw partner mag wel mee tot de deur, maar kan beter even wachten op de verloskamer.

Op de operatieafdeling brengt een anesthesioloog onder plaatselijke verdoving een naald in onderin uw rug. Via de naald wordt een dun slangetje in uw rug geplaatst. De naald wordt er daarna weer uitgehaald en het slangetje blijft zitten. door het slangetje krijgt u gedurende de hele bevalling pijnstillende medicijnen. Binnen een kwartier is de pijn al een stuk minder.

Na het toedienen van de ruggenprik gaat u weer terug naar de verloskamer.

Voordelen van een ruggenprik

  • De meeste vrouwen voelen bij een ruggenprik veel minder pijn.
  • Een ruggenprik heeft, voor zover bekend, geen nadelige gevolgen voor de baby of voor borstvoeding.
  • U wordt niet slaperig van een ruggenprik en maakt de bevalling dus helemaal mee.

Nadelen van een ruggenprik

  • Heel soms werkt een ruggenprik maar aan één kant. Ook wordt bij ongeveer 5% van de vrouwen de pijn niet of nauwelijks minder. Soms krijgt u dan opnieuw een ruggenprik.
  • Bij een ruggenprik moeten de weeën vaak met medicijnen worden ondersteund.
  • De bevalling, vooral het persen, duurt bij een ruggenprik soms langer. Daardoor is er meer kans dat er een kunstverlossing moet plaatsvinden, bijvoorbeeld met een zuignap of vacuümpomp.
  • Vaak kunt u bij een ruggenprik uw bed niet goed uit, omdat u door de pijnstillende medicijnen minder gevoel in uw benen hebt.
  • Door een ruggenprik kunt u koorts krijgen. Omdat koorts ook het gevolg kan zijn van een infectie, krijgt u dan voor alle zekerheid antibiotica. Na de bevalling kan het nodig zijn dat uw kind op de kinder- en jeugdafdeling wordt opgenomen voor een behandeling met antibiotica.

In principe kunt u op ieder moment een ruggenprik krijgen. Vanwege eventuele spoedgevallen is het echter mogelijk dat er niet meteen een anesthesioloog beschikbaar is. Ter overbrugging krijgt u dan een andere vorm van pijnbehandeling.

Pompje met remifentanil

Remifentanil is een morfineachtig medicijn dat de scherpe kantjes van de pijn afhaalt en ervoor zorgt dat u zich beter kunt ontspannen. Ook kan het een slaperig gevoel geven. U krijgt het medi­cijn via een infuus, dat vastzit aan een pomp die u zelf kunt bedienen. Zo kunt u precies de hoeveelheid pijnstilling krijgen waar u behoefte aan hebt. De pomp is zo afgesteld dat u uzelf nooit te veel kunt geven. Na een paar uur wordt het effect van remifantanil minder, omdat uw lichaam er dan aan gewend is geraakt. Daarom is remifentanil minder geschikt als de bevalling nog maar net is begonnen.

Voordelen van remifentanil

  • Remifentanil werkt snel.
  • U kunt remifantanil zelf toedienen, zodat u pijnstilling op maat krijgt.
  • Remifentanil verdooft de pijn beter dan pethidine, maar minder goed dan epidurale anesthesie.
  • Remifentanil kan op de verloskamer worden gegeven.

Nadelen van remifentanil

  • Remifentanil kan van invloed zijn op uw ademhaling en de hoeveelheid zuurstof in uw bloed. Daarom is het nodig om uw conditie en de conditie van uw baby voortdurend te controleren.

In principe kunt u op ieder moment remifentanil krijgen. Als de verloskundigen bezig zijn, moet u soms even wachten voordat u de pijnstilling krijgt.

Het gebruik van remifentanil tijdens bevallingen is nog niet officieel geregistreerd. Bij zorgvul­dige controle van u en uw kind kan het middel echter veilig worden gebruikt. Wat de langetermijneffecten zijn van Remifentanil voor de gezondheid van uw kind, is nog niet bekend. Voor het gebruik van remifentanil tijdens de bevalling voldoet het WZA aan de richtlijnen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de afspraken die zijn opgesteld door de beroepsgroepen van gynaecologen en anesthesiologen.

Een injectie met pethidine

Pethidine lijkt op morfine. Vaak verdooft het de ergste pijn. Pethidine werkt twee tot vier uur en wordt gebruikt bij harde buiken of voorweeën. Het is niet geschikt als pijnstiller tijdens de bevalling. Pethidine krijgt u toegediend via een injectie in uw bil of bovenbeen. Het werkt binnen een half uur.

Na de bevalling

Direct na de geboorte

Meteen na de geboorte wordt uw baby bij u gelegd en mag u de eerste voeding geven. 

Naar de kraamafdeling

Als u hebt gedoucht, gaat u met uw baby naar de kraamafdeling. Daar ligt uw baby in een wiegje naast u op uw kamer. Zo kunt u zelf zien hoe het met hem gaat en of het bijvoorbeeld tijd is om te voeden of te verschonen. U mag uw baby zoveel mogelijk zelf verzorgen. Er is altijd een verpleegkundige of kraamverzorgende om u te helpen.

Kosten

Soms is het vanwege de gezondheid van uw baby nodig dat uw kind door een kinderarts wordt onderzocht of behandeld. Als het nodig is blijft u samen langer in het Ouder en Kind-centrum. Als u bij uw baby in het ziekenhuis blijft, wordt dit (tot 28 dagen na de geboorte) vergoed vanuit uw basisverzekering. Er wordt wél aanspraak gemaakt op uw eigen risico. Als u uw eigen risico nog niet hebt verbruikt, betekent dit dat u zelf een deel van de kosten moet betalen.
Ook na 28 dagen kunt u bij uw baby blijven. U krijgt dan ook ontbijt, maar het is de bedoeling dat u vanaf dat moment zelf voor de andere maaltijden zorgt. Dit noemen we inroomen.

Visite verloskundige en kinderarts

Iedere dag krijgt u bezoek van een verloskundige. Deze bespreekt met u hoe het met u gaat en wanneer u naar huis kunt. Als uw kindje onder controle is van een kinderarts, komt er ook dagelijks een kinderarts bij u langs.

Voeden van uw baby

In het algemeen raden wij u aan uw baby borstvoeding te geven, maar als dat moeilijk gaat of er zijn andere bezwaren, is flesvoeding een prima alternatief. Tijdens uw zwangerschap krijgt u van de verloskundige informatie over hoe u uw baby het beste kunt voeden. Na de bevalling krijgt u op de kraamafdeling begeleiding bij het voeden. Een lactatiekundige van het Ouder en Kind-centrum organiseert iedere maand een informatiebijeenkomst over borstvoeding. Als u thuis vragen hebt over het voeden, kan uw kraamverzorgende u meestal goed helpen. Ook kunt u nog tot zes weken na de bevalling terecht bij de lactatiekundige van het Ouder en Kind-centrum. 

Op de kraamafdeling

Uw kamer

Op de kraamafdeling zijn allemaal eenpersoons­kamers. U kunt uw eigen electronica meenemen en gebruik maken van de WIFI van het ziekenhuis. Uw partner mag zolang als u wilt bij u blijven, en kan ook bij u overnachten. 

Maaltijden

Tegen 7.30 en 8.30 uur krijgt u uw ontbijt, tussen 12.00 en 13.00 uur een broodmaaltijd en tussen 17.00 en 18.00 uur een warme maaltijd. Er is altijd ruim keuze uit allerlei producten en gerechten. Hebt u speciale wensen, bijvoorbeeld omdat u vegetariër bent, dan wordt daarmee zoveel mogelijk rekening gehouden.

Bezoek

Op dit moment is, in verband met corona, alleen bezoek van uw partner en eventuele broertjes en zusjes toegestaan. 

Een partner* mag zolang blijven als wenselijk is en kan ook blijven overnachten (rooming-in). Als een partner klachten heeft die te maken kunnen hebben met corona, kan de partner in beschermende kleding aanwezig zijn bij de bevalling.

*) Vanzelfsprekend bedoelen we met partner degene die het meest betrokken is, dit kan ook een vriend(in) of moeder zijn.

Naar huis

Hoe lang u in het ziekenhuis moet blijven, hangt af van hoe het gaat met uw kind en met uzelf. De verloskundige en eventueel de kinderarts overleggen met u wat een goed moment is om naar huis te gaan.

Nazorg

Zodra bekend is wanneer u naar huis mag, raden we u aan dat door te geven aan de kraamzorgorganisatie waar u zich hebt aangemeld. Dan weet u zeker dat er kraamhulp is op het moment dat u thuiskomt.

Na uw vertrek uit het ziekenhuis neemt een verloskundige van buiten het ziekenhuis (van een verloskundigenpraktijk uit de omgeving) de zorg over. Deze komt u thuis bezoeken.

Eventueel hebt u vijf weken na de bevalling nog een controleafspraak bij een van de verloskundigen of gynaecologen van het Ouder en Kind-centrum.

Geboorteaangifte en zorgverzekering

Aangifte van de geboorte

Als uw baby is geboren in het WZA, doet u aangifte van de geboorte bij de gemeente Assen. U kunt dit online doen. Ook is het mogelijk om de geboorteakte te ondertekenen op de afdeling Verloskunde. Hiervoor hoeft u dus niet naar het gemeentehuis van Assen te gaan. Houd er wel rekening mee dat het vaak twee uren duurt voordat de geboorteakte in het ziekenhuis is. 

Zorgverzekering

Vergeet niet een zorgverzekering af te sluiten voor uw baby. Iedere inwoner van Nederland is wettelijk verplicht om een zorgverzekering te hebben. Dit geldt vanaf de geboorte. Voor kinderen tot achttien jaar is deze verzekering gratis.

We raden u aan de zorgverzekering binnen vier maanden na de geboorte te regelen, anders komen eventuele zorgkosten vanaf dan voor uw eigen rekening.

Als het zorgverzekeringsnummer van uw kind bekend is, wilt u dat dan doorgeven aan de afde­ling Patiëntenadministratie van het ziekenhuis? Medewerkers zijn op werkdagen bereikbaar van 8.00 - 12.30 uur en van 13.00 - 17.00 uur, telefoonnummer (0592) 32 54 10.

Vragen?

Als u een vraag hebt, kunt u contact opnemen met het Ouder en Kind-centrum. U kunt de medewerkers op verschillende manieren bereiken.

  • U kunt uw vraag stellen via de BeterDichtbij-app. U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen. Let op: u kunt pas een appje sturen als een medewerker van de polikliniek in de BeterDichtbij app een gesprek voor u heeft aangemaakt.
  • U kunt uw vraag stellen via MijnWZA (uw digitale dossier). U krijgt zo snel mogelijk antwoord, in ieder geval binnen drie werkdagen.
  • U kunt bellen naar de polikliniek Verloskunde (0592) 32 50 90 of de Kraamafdeling (0592) 32 53 70. De medewerkers zijn dag en nacht bereikbaar.

Is het dringend?

Hebt u een dringende vraag, dan is het altijd het beste om te bellen!

verlos09 - oktober 2020