De mensen van het WZA

In het Wilhelmina Ziekenhuis Assen werken ruim 1300 mensen. Wie zijn zij en wat doen ze precies? Maak kennis met enkelen van hen!

Cindy Drenth (1976), osteoporose-verpleegkundige

Sinds begin 2019 heeft het WZA een speciale poli voor patiënten met botontkalking, de osteoporose-poli. Cindy Drenth is één van de twee verpleegkundigen die gespecialiseerd is in dit vakgebied. ‘Botontkalking heeft veel gevolgen voor je dagelijks leven.’

Lees verder > 

Gianne Frans (1970), teamleider ziekenhuisapotheek

De Wilhelmina Apotheek in de hal van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen kennen de meeste mensen wel. Onbekender is de ziekenhuisapotheek op de eerste verdieping. Deze zorgt ervoor dat het ziekenhuis én een groot aantal andere zorginstellingen in de regio van medicijnen voorzien worden. Gianne Frans (1970) is teamleider van deze apotheek.

Lees verder > 

Heleen van Vulpen (1971) gespecialiseerd kinderverpleegkundige kinderdiabetes

Als een kind de diagnose diabetes mellitus type 1 krijgt, komt gespecialiseerd verpleegkundige Heleen van Vulpen in beeld. Op de kinderpoli begeleidt zij kinderen met diabetes én hun ouders. 'De diagnose is niet leuk. Voor mij is het een uitdaging dat kind en ouders hier op een goede manier mee leren omgaan.'

Lees verder >

Laura Teune, neuroloog

Ze werkt sinds 1 oktober vorig jaar als neuroloog in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Tijdens haar promotieonderzoek heeft Laura gezocht naar een methode om in een vroeger stadium te weten of iemand Parkinson heeft óf een ziekte die daar heel veel op lijkt. ‘De perspectieven met Parkinson zijn beter geworden.’

Lees verder >

Brenda van Mourik (1983), OK-assistent

Zo romantisch als de tv-series doen geloven is haar werk niet, maar saai is het nooit. Voor OK-assistent Brenda van Mourik is geen dag hetzelfde. Sinds afgelopen najaar werkt ze als OK-assistent in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen.

Lees verder >

 

Tiny Hekker (1963), technisch oogheelkundig assistent (TOA)

Als technisch oogheelkundig assistent doet Tiny Hekker (1963) het voorwerk voor de oogarts. Daarbij werkt ze met heel wat apparatuur om diverse metingen te verrichten. Toch blijft het mensenwerk: precies dat vindt ze het allermooiste aan haar vak.

Lees verder >

Gieneke Hoekstra (1982), verpleegkundig specialist pijn 

Als verpleegkundige heb je volop mogelijkheden om je verder te ontwikkelen. Neem Gieneke Hoekstra (1982). In 2004 begon ze in het WZA als verpleegkundige, daarna werd ze anesthesieverpleegkundige en nu volgt ze de opleiding Master Advanced Nursing Practice, waarbij ze in het WZA als enig verpleegkundig specialist zich gaat specialiseren in pijn.

Lees verder >

Sjoerd de Vor (1988), anesthesiemedewerker

"Wij zijn hier voor de patiënt, voor zijn comfort en veiligheid en ook om hem op z’n gemak te brengen. Als ik daar iets aan kan bijdragen, vind ik dat heel mooi. Of als een patiënt er heel slecht aan toe is en hij het door ons toedoen tóch redt, dan is dat een fantastisch moment.”

Lees verder >

Diana van Dijken (1995), flexverpleegkundige

"In principe doe ik als flexpooler hetzelfde als andere verpleegkundigen. Alleen zit ik niet in een vast team op een afdeling, maar word ik ingezet waar het nodig is. Ik kan dus in één week op verschillende verpleegafdelingen werken. Ik vind het heel erg leuk om veel ervaring op te doen. Na mijn stage in het WZA kon ik in de flexpool komen, dus dat kwam perfect uit. Zelf heb ik nog geen nadelen ontdekt!”

Lees verder >

Diana van Dijken

Ferdie Zegwaard (1980), medewerker medische steriele hulpmiddelen

“We werken weliswaar in de coulissen van het ziekenhuis – niemand mag de CSA betreden in gewone kleren − maar we hebben een gróte verantwoordelijkheid. Fouten zijn uit den boze. Dat vind ik een uitdaging. En je zou het misschien niet denken, maar geen werkdag is hetzelfde! We hebben verschillende taken, en ik werk bovendien op wisselende tijden." 
Lees verder >

   

Marietje Toreley-Geertjes (1955), voedingsassistente

“Ik ben best trots op het WZA. Ik was laatst op bezoek bij iemand in een ander ziekenhuis, daar was geen broodkar en de patiënten kregen alles op plastic. Wij hebben porseleinen bordjes en kopjes, in leuke kleurtjes. Dat is toch veel vriendelijker? Als wij de zaal binnenkomen reageren mensen altijd blij. Wij komen niet met enge naalden of infusen, wij brengen iets lekkers. Ik sta graag in de verwenstand."
Lees verder >

Monique Comello (1985), SEH-verpleegkundige

"Ik ben blij dat ik in het WZA werk: het is hier kleinschalig, iedereen kent elkaar en dat brengt een prettige werksfeer met zich mee. Ik vind het prachtig om aan zo veel verschillende mensen eerste opvang te bieden. Het is belangrijk om rust uit te stralen. Stel je maar voor dat je de moeder bent van een gewond kind, of een bouwvakker die met zijn hand tussen een machine is gekomen, of iemand die nauwelijks lucht krijgt.”
Lees verder >

René Visser (1964), gipsverbandmeester

"Ik kan dagen over mijn werk vertellen. Het is mooi om elke keer weer heel gericht een patiënt te kunnen beoordelen en een plan te maken. Als de behandeling lukt, geeft dat een enorme voldoening. Zoals bij de kinderorthopedie, waarvoor ouders uit het hele land naar het WZA komen. Of als bij ons een baby’tje met klompvoetjes wordt geboren. Wij kunnen vaak met twee weken behandeling al een heel mooi resultaat bereiken. Dat is fantastisch, dan is je werk misschien wel je passie.”
Lees verder >

Petra Ensing (1969), diëtist

"Ik werk nu al ruim twintig jaar in het WZA. De afwisseling in het werk en het contact met patiënten boeien me nog steeds. Dat contact is wel korter en minder intensief geworden, vroeger was een patiënt immers langer opgenomen. Tegenwoordig verblijven er veel meer acute dan chronische patiënten in een ziekenhuis en dat heeft invloed op onze manier van werken."


Lees verder >

Mark Zwerwer (1986), helpdeskmedewerker I&A

“Het allerleukste vind ik het contact met al die verschillende mensen en afdelingen. Ik had totaal geen medische achtergrond, maar heb in die vijf jaar veel geleerd over uiteenlopende ziekenhuisprocessen. Ik kom overal, het is heel dynamisch, er gebeurt altijd wel wat."

Lees verder >

Lorain Schuiling (1989), technicus cardio-implantaten

"Het is fijn om mee te maken hoe mensen opknappen nadat ze een pacemaker hebben gekregen. Soms duurt het even voor ze zich écht beter voelen, maar als ik dan een paar aanpassingen doe aan de instelling van het apparaat en ze komen de volgende keer tevreden binnen, zonder klachten, dan denk ik: dáár doe ik het dus voor!”

Lees verder >